STRAVINSKY: RAKE'S PROGRESS, THE, JUROWSKI
DVD Recensies

Stravinsky: The rake’s progress. Miah Person (s., Anne Trulove), Topi Lehtipuu (t., Tom Rakewell), Clive Bailey (b., father Trulove), Matthew Rose (b., Nick Shadow), Susan Gorton (ms., Mother Goose), Elena Manistina (ms., Baba the Turk), Graham Clark (t., Sellem) en Duncan Rock (bs., Keeper of the madhouse) met het Ensemble van het Glyndebourne Festival o.l.v. Wladimir Jurowski. Opus Arte OA 1062 D (2u. 39’28” + 19’00” bonus). 2010

 

Hoewel Stravinsky genoeg ervaring had met het muziektheater, schrref hij maar één opera: The rake’s progress (1951). De voltooiing vergde drie jaar en het werk dat in februari 2018 op het programma van de Nederlandse opera staat, behoort nog steeds tot de populairste opera’s uit de twintigste eeuw.

De scherpzinnige plot van W.H. Auden en Chester Kallmann is losjes gebaseerd op de gelijknamige satirische reeks schilderijen van William Hogarth (1697-1764). Het werk heeft nogal wat dubbele bodems en bevat de nodige pastiches, zoals accenten van Gluck, Beethoven, Mozarts Don Giovanni en zelfs Bizets Carmen aantonen. 

De losbol van de titel is Tom Rakewell, een knappe jongeman die meer van het leven wil maken dan zich in een koershoudend liefdesbootje met zijn vriendin Ann Truelove te laten opsluiten. Toms alter ego,Nick Shadow biedt hem een nieuw leven aan en neemt hem mee naar de geneugten van Mother Goose’s bordeel in Londen.

Tom blijft zoeken naar nieuw genot en nieuwe vrijheid en wordt overgehaald om te trouwen mat Baba de Turk, de vrouw met de baard. Hij slaat aan het gokken en veriiest tenslotte niet alleen zijn fortuin, maar ook zijn verstand en belandt in Bedlam. In de epiloog wordt de moraal van deze geschiedenis samengevat: ‘Voor luie handen en hart en verstand

vindt de duivel werk’

Achteraf vond de componist dat nogal jofel en oppervlakkig.

In 1951 kreeg het werk in Venetië zijn eerste opvoering in La Fenice met Raphaël Arié en Elisabeth Schwarzkopf (Gala GL 100.567), maar in 1964 maakt de componist zelf er een tweede opname van met Alexander Young en Judith Raskin (Sony SM2K 46299).

Voor de productie in Glyndebourne waren regisseur John Cox en ontwerper David Hockney aangetrokken. Ze hielden zich met een goed weergeven tijdsbeeld mooi in toom. Eigenlijk alleen de bordeelscène met een kring hoeren en schreeuwende jongens is te overdadig. 

Hockey’s decors spelen een bemiddelende rol tussen de achttiende en de twintigste eeuw. De ontmoeting van Tom en Anne op de trappen van zijn huis is een treffend moment., de veiling waar de resten van Toms bezittingen worden verkocht, heeft tegelijk iets tragisch en iets komisch en het eind van de opera oogt heel droevig.

Topi Lehtipuu blijkt Toms transformatie van onervaren jongeling tot domme dandy goed aan te voelen en uit te drukken, wat zijn geleidelijk toenemende waanzin verklaarbaarder maakt

Miah Persson is een heel geloofwaardige, strijdlustige Anne met even een wat minder moment in haar solo uit de eerste akte en Matthew Rose zingt prachtig als Nick, maar is daardoor haast te   mild en niet demonisch genoeg. Elena Manistova is een fraai exotische Baba en Graham Clark een briljante Sellem.

Gelukkig toont Jurowski zich eens te meer een heel goede Stravinsky interpreet.   

Andere dvd’ van deze opera zijn van Bernard Haitink met Leo Goeke en Felicity Lott (ArtHaus 101.093 uit 1975, Sylvain Cambreling met Jonathan Best en Dawn Upshaw (ArtHaus 100.254) uit 1996 en Kazushi Ono met Andrew Kennedy en Laura Claycomb (Opera Arte OA 0991 D) uit 2007.

De enige daarvan die het tegen Jurowski kan opnemen, is Ono vanuit de Brusselse Munt schouwburg.