TELEURSTELLING OP KRITIEKGEBIED

TELEURSTELLING OP KRITIEKGEBIED

 

Kunstkritiek is een onderwerp dat iemand die in het vak werkzaam is voortdurend alert moet houden, dat continu tot (her)bezinning noopt, tot het volgen van recente ontwikkelingen uitnodigt. Tweemaal eerder wijdde ik wat gedachten aan het onderwerp, eerst onder het kopje Zin en onzin van de kritiek, de tweede keer onder die van Het ontluisterende van de muziekkritiek. Misschien is het een kwestie van ‘driemaal is scheepsrecht’, maar de publicatie van de publicatie De kritiek (Boekman 57) door de Boekmanstichting vormt een welkome nieuwe aanleiding. Waarom?

In de eerste plaats omdat er geen woord wordt besteed aan de muziekkritiek. Misschien niet zo verwonderlijk in een geschrift van de Boekmanstichting die zich niet primair met het muziekleven bezighoudt. Maar waarom dan wel binnen een niet eens zo beperkte opzet van 150 pagina’s essays over theaterkritiek, danskritiek, beeldendekunstkritiek, literatuurkritiek. Met bijvoorbeeld architectuurkritiek en modekritiek lijkt de toch echt niet zo onbelangrijke muziekkritiek in het verdomhoekje te zitten.

Natuurlijk wordt in de referaten een aantal clichés herhaald: de kunstcriticus kan het immers nooit goed doen. Wanneer hij een positieve kritiek levert, heeft hij gebogen voor de commercie, de macht van een op volle toeren draaiende reclamewereld of voor een reputatie. Uit hij zich negatief, dan is hij een zuurpruim, vermoedelijk een zelf mislukt kunstenaar die paternalistisch, sarcastisch en denigrerend zijn hart lucht. En wanneer hij (of zij) nuances aanbrengt, spaart hij kool en geit, waagt hij zich niet aan een oordeel.

Ergst van al is evenwel wanneer hij niet naar een concert gaat, een bewuste cd niet bespreekt, een toneelvoorstelling mist, de film niet ziet of het boek niet recenseert. Dan deugd zijn krant of tijdschrift niet, dan krijgen ‘de media’ de schuld.

De vraagstelling in de Boekman publicatie is zo ongeveer: is er een crisis in de kunstkritiek waar de kunst in een crisis lijkt te verkeren? Volgens De Theatermaker  op theatergebied wel. Het blad constateerde vorig jaar dat het aantal recensies in de landelijke dagbladen met 31 procent daalde, wat vooral te wijten is aan het Algemeen Dagblad (drastische reductie van de kunstrubriek) en Het Parool (volume gehalveerd). Dat is het kwantitatieve aspect. Op muziekgebied heeft ook een fikse verschuiving plaatsgevonden en wordt in de bladen die mij onder ogen – overigens niet onbegrijpelijk en zeker niet onterecht – steeds meer aandacht besteed aan pop en rock, met grote foto’s verlucht. Dat in NRC/Handelsblad de ‘klassieke’ muziek steeds stiefmoederlijker wordt bedeeld, blijkt mee uit het ontbreken van de wekelijkse aanbevelingen op kunstgebied, waar wel films, boeken, tentoonstellingen worden aangeraden doch slechts sporadisch concerten en recitals. Symptomatisch lijkt ook dat in de zaterdagse cd rubriek op klassiek gebied vrijwel louter onbenullig, heruitgegeven of middle of the road spul wordt vermeld. Elsevier daarentegen is begonnen met een aan cd’s en dvd-v’s gewijde rubriek die waardevolle info bevat.

Waar minder bij stil wordt gestaan is bij het lot van critici, die zelden in vaste dienst zijn, matig worden gehonoreerd, weinig ruimte krijgen en lastig korte deadlines. Hoogleraar Susanne Janssen uit Rotterdam constateert dat terecht en Pieter Bots van Het Parool argumenteert dat de krant juist meer ruimte aan de kritiek zou moeten geven om niet het gevecht met de publiciteitscampagnes te verliezen: “De vakcriticus staat veel vaker buiten spel”.

Maar het kan tot slot ook geen kwaad de hand in eigen boezem te steken. Met de vrij explosieve toename van kunstmanifestaties op allerlei gebied ging een uitbreiding van het recensentendom gepaard. Lang niet alles wat die opschreven was even goed en interessant. Het nastreven van volledigheid mag een loffelijk streven zijn, maar is gedoemd te mislukken. Eigenlijk stijgt alleen de opkomende vloed aan ‘kunstnieuws’ gestaag. Ook – zelfs juist – redacties zouden zich daarvan bewust moeten zijn en steeds nieuwe afwegingen moeten maken. In zoverre verkeren we met deze website in een gunstige positie: echt onafhankelijk zonder noodzaak meteen in te gaan op elke hype en modieuze nieuwigheid, kieskeurig, vaak terugblikkend, meer het geheel dan alleen de delen in de gaten houdend.