MOZART, OPERAREGIE
MUZIEKTHEATER ZONDER GRENZEN? REGIE-UITWASSEN BIJ MOZART Mozarts opera's als onmogelijke kunstwerken in de loop der tijd en hun neerslag op LaserDisc, VHS band en DVD De situatie is eigenlijk heel tegenstrijdig: terwijl zuiver muzikaal gezien Werktreue troef is bij Mozart, heerst op het operatoneel rond hem een onbegrensde overheersing door regisseurs, decorbouwers, belichters en costumiers. Aan de ene kant gaat men zo goed mogelijk terug tot de bron, aan de andere kant heerst onbegrensde vrijheid, het domein der fantasie en vervreemding, waarbij het werk en zijn traditie bekend worden veronder­steld. Kunst in de tweede macht, genot voor insiders, die het werk al kennen. 

Leve het contrast

Met de beelden nog voor ogen van Peter Mussbachs Idomeneo regie in Amsterdam, van Drese's Idomeneo en van Luc Bondy's Don Giovanni reprise in Wenen is men haast geneigd te beamen, dat de regie tot falen is veroordeeld met een "nieuwe visie" op Mozarts meesterwerken.  Geluk­kig staat daar als verademing een in de beste betekenis van het woord traditionele enscenering van Figaro door Jonathan Miller in Wenen tegenover.

Wagner merkte al op: "Willen we van de Toverfluit volledig kunnen genieten, willen we het werk beoordelen, dan zouden we het - via één der hedendaagse spiritistische tovenaars - ons moeten laten voorstel­len in het Theater an der Wien tijdens één der eerste opvoeringen."

Wells Time Machine zou ook hier uitkomst kunnen bieden, al was het maar om een periode van tweehonderd jaar te overbruggen.Natuurlijk is er een logische reactie op Wagners voorstel. Omdat niet het bestendige auditorium uit Mozarts tijd, maar telkens andere tijdge­noten het publiek vormen, moet de operabezoeker van nu "zijn" Mozart zo adequaat mogelijk worden voorgesteld.Moet men daarvoor de figuren en omstandigheden letterlijk als uit­gangs­punt nemen, of ze als legende, sprookje, mythe beschouwen? Om ze vervol­gens door een tovenaar vol fascinerende fantasieën als Grote Verleider, als "zijn" visie op het toneel te brengen? Is dan nog te verwachten, dat het resultaat overeenkomt met wat uit het orkest opklinkt en wat op het toneel wordt gezongen en gezegd?Louter tegenspraak en onmogelijkheden, tweehonderd jaar bewondering voor zoveel "hemelse" melodieën ten spijt. Ook geen rekening houdend met Mozarts zogenaamde misgrepen wat de libretti aangaat, met teleur­stellin­gen over de interpreten en ergernis over de regie. 

De bestrafte wellusteling

De tijdmachine kan geen uitkomst brengen. In de finale uit Don Giovan­ni ontketent Mozart een ware hitparade door boosaardig de chartnummers van zijn collega's de revue te laten passeren om ze vervolgens met het succesnummer uit het vorige seizoen, zijn "Non piu andrai" uit Figaro te overtroeven: het Praagse publiek jubelde! Maar dit effect is nu niet meer reproduceerbaar.Zoals we weten, debiteerden Leporello en Don Giovanni ook telkens nieuwe grappen; ze moesten improviseren. Welke huidige zanger kan dat nog? Zo blijft Mozarts wereldto­neel vlak voor het aanbreken van de eeuwigheid met de komst van de stenen gast zonder clownerie.Het is vrijwel even onmogelijk als het consequente gebruik van cas­traatstemmen in Idomeneo of het toneel in de schijn van kaarslicht.De opera der opera's Don Giovanni (alias Don Juan) werd ook meteen vervreemd als "De bestrafte wellusteling" - Hans von Schwänkereich probeert met zijn knecht Fickfack heer von Fischblut op om zijn Marianne te verleiden. Zerlina's uitroep, wanneer Giovanni ze in de zijkamer van het feest aan de was wil zetten: "Ach ich kann Sie ja nicht lieben" - waarop de drie gemaskerden alleen maar kunnen antwoor­den: "O, die Unschuld zu verführen, ist das artig?".Ondanks al deze knusse moraal wordt het stuk niettemin in München verboden, zelfs nadat taferelen uit Molière's Don Juan waren inge­last (als heremiet verkleed brengt de misdadiger Don Juan in zijn cel Ottavio om). Het slotsextet, dat Mozart al in Wenen had moeten opoffe­ren, bleef ruim honderd jaar taboe.Eerst opgevat als voor de hand liggend eigentijds stuk over de bevoor­rechte, die zich niet druk maakt over zeden en moraal, trad Don Juan geleidelijk steeds verder terug op historische afstand. Of hij werd een romantische opera met tot slot een vuurspuwende berg en een nagecompo­neerd furiënkoor. Een aartsromanticus als Weber toonde zich heel enthou­siast..E.T.A. Hoffmann bepaalde voor de daarop volgende decennia de inzich­ten. Donna Anna was door de hemel voorbestemd als verlosser, zinne­lijkheid en zedelijkheid in de ideeënstrijd. De zangeres Wilhelmine Schröder-De­vrient gaf ideaal gestalte aan deze door innerlijke strijd verscheurde figuur.In 1866 zegent tot slot in Praag in de nok van het theater de commen­datore Anna en Octavio. Wagner had het bedacht kunnen hebben. Inclu­sief een later toegevoegd vrijheidskoor tijdens het feest, extra trombones en het verschijnen der gelieven en een instortend paleis tot besluit. Max Kalbeck zei het al in 1881: "Op de tweede finale uit deze opera bijten alle regisseurs hun tanden stuk." Gelijk had hij!In 1896 treedt met het besef, dat men zich wel ver van Mozarts wereld had verwijderd, een kentering in. Eugen Possart ensceneert de Don Giovanni in het Münchense Cuvilliés theater met kamermuzikale bezet­ting en beide aktes zonder pauze op het net uitgevonden draaitoneel, dat ook in het Theater an der Wien zulke goede diensten levert. Alles op leven­dige komediantenmanier, met slotsextet en klavecimbel. “Don Giovanni (zoals hij nu terecht weer heet) als vrijbuiter "uit de tijd der kolos­saalste omwentelingen". Dirigent: Richard Strauss.De Mozart renaissance begint. Gustav Mahler ensceneert in Wenen, in Leipzig realiseert Ernst Lert "zijn" Don Giovanni in het spoor van Kierkegaard vol demonie en met een dominerende onbeheerste seksualiteit. De Portugese bariton Francisco d'Andrade fascineert zijn tijd: verheer­lijking der sensualiteit, niet langer de overwinning daarop. El burla­dor, die met alles spot. 

Dolgedraaide vernieuwing

In 1924 geeft de schilder Max Slevogt in Dresden een nieuw kader. Een open, licht spel met barokke vormelementen. Tenslotte zijn daar het Bauhaus, het expressionisme, speels surrealisme, visionaire aspecten en dan ineens ook weer het neobarok pompeuze. De cirkel lijkt gesloten, of nauwkeuriger gezegd: de spiraal is achter zijn uitgangs­punten aange­land.Holzmeisters breed uitgewaaierde Don Giovanni stad, het kleine Tyl theater in Praag, waar de wereldpremière plaatsvond als het ware revisi­ted. Uitmondend in Giorgio Strehlers verblindende lichtstromen, die een aan de profane werkelijkheid ontstegen toneelrealiteit schep­pen. Onbe­grensd lijken de invallen van de regisseurs.In 1981 werd in Kassel het binnenste van de menselijke hersens ge­toond; poedelnaakte vrouwen knielden tijdens het feest voor de held der lusten. In Boedapest keerde Ljoebimof de rollen om; het orkest op het toneel en in de orkestbak de hel. Mozarts giovan nobile heeft problemen met het ouder worden: midlife crisis.Elders overleeft Don makkelijker en deelt zelfs tot slot de bladmuziek voor het slotsextet uit (dat hem tenslotte als thema heeft en zonder hem geen bestaansrecht bezit). En dan was daar nog Donna Giovanni, een charmante collage als grap van een stel Mexicanen, bestaande uit Mozarts muziek op de piano en levende beelden: elke vrouw ook een keer zelf als Don Giovanni. 

Ponelle's op hol geslagen fantasie

Achter al deze interpretaties en pogingen schuilt nog wat fascine­rends, namelijk Mozarts eigen werk. Mahler voorzag Figaro van een extra, dat volgens hem in Mozarts dagen niet door de censuur zou zijn getolereerd - Beaumarchais' gerechtsscène. Jean-Pierre Ponelle bracht in zijn Entfüh­rung Mozarts dagen optimaal terug. Bassa Selim werd in hoogsteigen persoon door Joseph II gespeeld.In Mozarts Titus werd na 1933 de imperator met de Hitlergroet verwel­komd; tenslotte had hij Jerusalem vernietigd. Natuurlijk bracht het Duizendjarige Rijk ook verder op het Mozart operatoneel veel ellende. Wie eerst vernieuwing en vooruitgang in zijn vaandel voerde, conformeer­de zich toen aan holle representatie. 

Liefst geen marionetten

Voorbeeld Così. "Een reidans van poppen.... de gestaltes bewegen niet strijdend naar een levensdoel... zo was het mogelijk, dat een Italiaanse Jood de Franse modestijl voor de Oostenrijkse hofopera tot een libretto kon smeden".De weg daarna tot Günther Rennerts "Evenwicht tussen marionet en mense­lijkheid" (1972) was een lange en moeizame. Nog steeds biedt Così problemen als spel van menselijke ommekeer, menselijk risico, van een zich bevrijden van onbevooroordeeld aanvaarde clichés. Tenslotte hebben - eind goed, al goed - de beide paren de macht van eros zelf ervaren; idealen werden als kale conventies ontmaskerd.Een opvoedingsstuk? Tegenwoordige ensceneringen tonen bij voorkeur het slot als uitzichtloos. Daarmee komen ze in zicht- en hoorbare tegen­spraak met Mozarts slotgezang, dat uit de levensstormen de zo verlang­de "mooie rust" doet opbloeien. 

Lastige secco recitatieven

Elke periode heeft zijn eigen Mozart geïntegreerd. Als recitatieven in zwang waren, liet men de dialoog uit zijn Singspiele componeren. Waren gesproken teksten en vogue, dan wierp men de recitatieven over boord. Zelfs verlichte geesten deinsden er ruim honderd jaar voor terug om één van de geniaalste vondsten uit de muziekgeschiedenis te gebruiken: het secco recitatief, dat de zingende komediant de volle vrijheid laat om zijn acteertalent te ontplooien. En als er al gezongen werd tussen de geheid met slotapplaus bedeelde "nummers", dan met strijkkwartet. 

Taalvervreemding

Over de taal hebben we het nog niet eens gehad. Al kort na de première zong men Mozarts Italiaanse opera's in de Duitssprekende landen vanzelf­sprekend in het Duits, terwijl omgekeerd in Dresden een reizend Itali­aans gezelschap de Zauberflöte als Il flauto magico in het Italiaans bracht. Zelfs de aanvankelijk niet zo succesvolle Così werd binnen acht jaar niet minder dan achtmaal in het Duits vertaald. De Entführung ging in de eerste helft van zijn bestaan o.a. in het Nederlands (!), Frans, Russisch, Deens, Zweeds, Engels en Tsjechisch, later zelfs in het Hongaars, Grieks, Kroatisch, Fins, Roemeens, Spaans, Bulgaars, Sloveens en Hebreeuws. Gek genoeg liet het Italiaans op zich wachten.Pas in de dertiger jaren van deze eeuw kwam men er terecht toe om de Lorenzo da Ponte opera's consequent in het oorspronkelijke Italiaans te laten zingen, een trend die momenteel met de internationale jetset solisten uitwisseling absoluut nodig is. Niettemin waren de bezoekers van het Salzburgse Landestheater in 1989 aangenaam verrast, toen ze een Duitse Don Giovanni ineens konden verstaan. De Zauberflöte als probleemgevalDoor toedoen van Emanuel Schikaneder vormde de Toverfluit van meet af aan een probleem op het toneel, waarmee zelfs theaterdirecteur Goethe in Weimar het moeilijk had. Schikaneder had voor de nieuwe "decoraties en kleren" kosten noch moeite gespaard, zodat in Wenen "ook de onmuzi­kalen wat kregen om aan te gapen". In Berlijn oordeelde men negatie­ver: "Onder goedkeuring van de intendant waren de schrijver van de opera alle denkbare moeilijkheden voor de machinisten en decorateur ingevallen; het publiek zou niet door de zware dekmantel der allegorie kunnen heen kijken. Men betreurde, dat "Mozart zijn talent aan een zo ondankbare, mystieke en ontoneelmatige stof had moeten verspillen."Betoverend Singspiel, Machinekomedie: ook in het buitenland heerste lang onbegrip. De eerste honderd jaar werd in de Milanese Scala geen Tover­fluit gegeven en het Moskouse Bolshoi theater houdt dat tot op de dag van vandaag vol vanwege de gesproken recitatieven.Eerst verwierp men de barokke traditie spelenderwijs (Giuseppe Quagli­o, München 1793), daarna gaat een merkwaardige coïncidentie een rol spelen. Bronnenonderzoek van de stof verplaatst de handeling naar het oude Egypte, terwijl Napoleon overwinningen behaalt bij de Piramiden. Daarmee werd het artistiek heel winstgevende dwaalspoor van de prins Tamino aan de Nijloever ingeleid. Het alle interpretatieve stijlen te boven gaande sprookje van zijn beproevingen werd archeologisch ge­fixeerd. Grandeur is de oplossing. Te beginnen met de sensibele romanticus Schinkel. Ook Goethe volgde met zijn tweede enscenering in Weimar deze teneur. De décorbouwer moest zich bekwamen in Egyptische bouwkunst en voor "grenzeloze perspectieven" zorgen.Zelfs Schikaneder, inmiddels in Wenen verhuisd naar het grotere Kärntner­tor theater zwicht en laat hemelbestormend grote décors maken. Johann Nestroy debuteert daar, niet als Papageno, nee als wijze Sarastro. 

Met champagne-aria

Verdere vervreemding: Parijs 1801, Les mystères d'Isis in een zeer on-Duitse, onoorspronkelijke opzet, want als Einlage diende een champagne aria. Het feest begon met het slotkoor, gevolgd door het gezang van wat priesteressen, waarin het knapenkoor in A herkenbaar was. Volgde een koor uit Clemenza di Tito en daarna was het feest. De aria van Monos­tatos was door Pamina geërfd, de eerste aria van de Koningin der Nacht viel haar dochter toe en Papageno bleek een wijze schaapherder te zijn.Voordat we Foei! roepen moeten we maar 'ns terugdenken een het clever attractieve, maar eenzijdig verkeerde beeld dan de Amadeus film in veel geesten heeft nagelaten.

Zo bleef de gigantomanie. In het openingsjaar 1869 leek de Weense Hofopera alle overdaad uit Mozarts werk verbannen te hebben. Dat wil zeggen: alle piramides, obelisken en sfinxen waren niet langer opge­bouwd, maar opgeschilderd. Een vorm van optisch bedrog.

 

Gaslicht

Weten we trouwens hoe het operatheater er destijds van binnen uitzag? Alleen op basis van schetsen en ontwerpen. Het Kounellis syndroom. Wanneer ze niet als exact voorbeeld golden voor de schilderzaal geven ze een vertekend beeld: een vaag pastel voor een op het voortoneel te bouwen Indische tempel; de kogelronde figuur van een Leporello voor een lange, magere bas. Vergeten we niet het altijd diffuse gaslicht, dat intussen de zwakke kaarsen had afgelost.Bovendien: wie beschrijft ons wat zich voor die fraai geschilderde décors afspeelde? Verslaggevers, critici uit die tijd? Vrij onbetrouw­baar. De intentieverklaringen van de toenmalige regisseurs in het programmaboekje? Slogans bij imaginaire persconferenties?Rond de eeuwwisseling treedt een kentering in. De Sezession meldt zich. Elke tijd heeft behoefte aan een eigen sprookjesboek. Weg met Egypte! Dan volgen in bonte afwisseling de Toverfluit expressionis­tisch, kubis­tisch, Jugendstil, in art deco stijl, nieuwe zakelijkheid tot het gebruik van laserstralen toe (Josef Swoboda, München 1970).Experimenten om de "tover" te ontnemen, cinemascope in de Salzburgse Felsenreitschule of op het Bodenmeer bij Bregenz met Sarastro's zonne­stelsel pyrotechnisch geholpen (Jerome Savary 1985). Daar tussendoor de zoete verpozing van Giorgio Strehler met de Toverfluit als geredde kinderjaren, of August Everding in München (1978) en nu nog in Wenen dankzij Johannes Schaaf.Anderzijds zijn daar de grote namen. Oskar Kokoschka (Salzburg '55), Ernst Fuchs (Hamburg 1977) en Marc Chagall (New York 1967), die op hun manier Mozart eer bewijzen. Ze schiepen geen speelruimte, maar plaats­ten optische tekens, waarvoor het spel zich kon ontwikkelen. Opmerke­lijk was vooral David Hockney's uit popart en herinneringen aan het verleden gevormde visie.Dan waren er politieke varianten. In Praag stond achter de door de Koningin der Nacht op zijn gevaarlijke tocht gestuurde Tamino een SS figuur; ook Olivier Tambosi zet in het Wiener Jugendstiltheater anno 1991 met stenguns bewapende soldaten in camouflagepak in. Het slechte agres­sief geconcretiseerd.Zo nieuw is dit alles natuurlijk niet. Al kort na Mozarts dood ging men de Toverfluit als sleuteldrama beschouwen. Nu eens contra de absolute macht, waarbij de Koningin der Nacht de regering van Joseph II (of Lodewijk XVI) uitbeeldde, Pamina de "Vrijheid als dochter van een despote", de priesters de volksvertegenwoordiging, Tamino het volk. Dan weer ten gunste van de toen hevig omstreden Vrijmetselaars. Aartsvijand Maria Theresia als Koningin der Nacht, Sarastro als grootmeester Ignaz von Born, Tamino als Joseph II en Pamina als het volk. Alleen werd dit alles niet op het toneel "ontraadselt".Sinds de jaren vijftig een enorme verdere evolutie. Een autoritaire Walter Felsenstein, Achim Freyer, Luc Bondy en Jean-Pierre Ponelle. Om van Harry Kupfer maar te zwijgen. Moraal: de ongeïnitieerde moet zich waarmaken; men moet iets tonen, dat houvast geeft. De tijd vraagt om scepsis en afkeer: slaven en lijfstraffen? Blijken van antifeminisme. Hoe racis­tisch gaat men In diesen heil'gen Hallen met Monostatos om? Mozart opera's op laser-Disk en dvdWie alleen maar naar cd's luistert en nooit een opera-opvoering mee­maakt, kan zich nauwelijks een voorstelling maken van al deze mogelijk­heden en problemen. Behalve een andere instelling ten opzichte van het muziektheater bestaat natuurlijk de mogelijkheid om thuis aan de hand van beeldplaten en videofilms een indruk te krijgen van dit complex. Het aantal mogelijkheden is nog beperkt, maar groeiend. Mozart opera's op laser-disk, dvd en VHS videobandClemenza di Tito - Levine, regie Ponelle. DG 072-407-1 (ld), 072-407-3 (VHS).Clemenza di Tito - Ostman, regie Olafson. Philips 070-415-1 en R.M. Arts 05AI033 (ld).Così fan tutte - Gardiner, regie Mumford. Archiv 072-436-1 (ld), 072-436-3 (VHS).Così fan tutte - Harnoncourt, regie Flimm.  ArtHaus 100.012 (dvd).Così fan tutte – Harnoncourt, regie Ponnelle. Decca 071-424-1 (ld), 071424-3 (VHS). Così fan tutte – Muti, regie Hampe. Castle CV 12062 (VHS).Così fan tutte - Smith, regie Sellars. Decca 071-413-1 (ld).Così fan tutte - Ostman, regie Järvefeld. Philips 070-416-1 (ld).Don Giovanni – Conlon, regie Montes-Baquier. ArtHaus 100.020 (dvd).Don Giovanni – Maazel, regie Loosey. Arts ART 014 (ld). Don Giovanni – Karajan. Regie Hampe. Sony SCD 46383 (dvd), SHV 46383 (VHS).Don Giovanni - Ostman, regie Järvefeld. Philips 070-419-1 (ld).

Don Giovanni - Furtwängler, regie Graf. DG 072-440-3 (VHS).

Don Giovanni – Kreizberg, regie Warner. NVC 0630-14015-2 (dvd), 0630-14015-3 (VHS).Don Giovanni – Muti, regie Strehler. Castle CV 12061 (ld).Don Giovanni - Smith, regie Sellars. Decca 071-411-1 (ld), 071-411-3 (VHS).Die Entführung - Böhm, regie Everding. DG 072-408-1 (ld), 072-408-3 (VHS).Die Entführung - Ostman, regie Järvefeld. Philips 070-417-1 (ld).Die Entführung – Solti, regie Moshinsky. NVC 0630-18773-3 (VHS).Finta giardiniera - Ostman, regie Järvefeld. Philips 070-418-1 (ld).Idomeneo - Haitink, regie Nunn/Swan. Castle CV 12019 (ld).Idomeneo - Ostman, regie Järvefeld. Philips 070-420-1 (ld).Mitridate - Harnoncourt, regie Ponelle Decca 071-407-1 (ld).Mitridate - Daniel, regie ? Pioneer PLMCC 00941 (ld).Nozze di Figaro - Abbado, regie Miller. Sony SHV 46406 (ld).Nozze di Figaro - Böhm, regie Ponnelle. DG 072-403-1 (ld), 072-403-3 (VHS).Nozze di Figaro – Haitink, regie Medcalf. NVC 0630-14013-2 (dvd), 0630-14013-3 (VHS).Nozze di Figaro - Ostman, regie Olofsson. Philips 070-421-1 (ld), Plyg 079-268-3 (VHS).Nozze di Figaro - Gardiner, regie Thamin. Archiv 072-439-1 (ld), 072-439-3 (VHS).Nozze di Figaro - Smith, regie ? Decca 071-412-1 (ld).Il Re pastore - Marriner, regie? Philips 070-129-1 (ld).Zauberflöte – Davis, animatie Groot. Philips 070-429-3 (VHS).Zauberflöte – Gardiner, regie Marks. Archiv 072-447-3 (VHS).Zauberflöte - Sawallisch, regie Everding. Philips 070-405-1 (ld), 070-405-3 (VHS).Zauberflöte - Ostman, regie Järvefeld. Philips 070-422-1 (ld).Zauberflöte - Levine, regie Mostart/Hockney. DG 072-424-1(ld), 073-003-9 (dvd), 072-424-3 (VHS).