DOORNROOSJE OF DE SCHONE SLAAPSTER?
Fonografie Muziek

DOORNROOSJE OF DE SCHONE SLAAPSTER?

 

Wat we in Nederland – meer onder de invloed van de Duitse dan van de Franse cultuur – als het sprookje van Doornroosje kennen, is feitelijk eerder gebaseerd op een sprookje uit de Franse literatuur, bekend als La belle au bois dormant. Het gegeven is vrij universeel, de behandeling daarvan verschilt.

 

Historie

 

De versie Giambetta  Basile (1566 of 1575-1632)

 

Sole, Luna e Talia. Uit Pentamerone  (1634) 

 

De eerste sporen van Doornroosje vinden we bij de Italiaanse schrijver Giambattista Basile (ca. 1575-1632) onder de titel Sole, Luna e Talia, in de bundels Pentamerone in 1634 uitgegeven. Het gaat om het meisje Talia waarover waarzeggers bij haar geboorte vertellen dat een prik van een vlasnaald haar later in grote moeilijkheden zal brengen. Daarop laat haar vader die slotvoogd is alle vlas- en hennepplanten in  wijde omgeving uitroeien, maar de puber geworden Talia treft op een gegeven moment toch een oude vrouw met een spinnenwiel aan. Een vlasnaald schiet onder haar nagel en ze valt meteen dood neer. Ze wordt op een stoel gezet en daarna wordt het kasteel verlaten en afgesloten.

Op een dag komt een jagende, getrouwde koning langs het overwoekerde kasteel, zijn valk vliegt naar binnen door een openstaand raam, de koning klimt het slot binnen, legt de slapende Talia op een bed en bedrijft de liefde met haar.

Nog altijd in toverslaap bevalt Talia na negen maanden van een tweeling. Twee feeën leggen de kinderen aan de borst van de moeder en op een dag zuigt een kind in plaats van aan de borst aan een vinger van Talia, de vlasnaald schiet los en Talia ontwaakt. Later noemt de koning die kinderen Zon en Maan.

De jaloerse echtgenote van de koning komt achter de affaire en wil de kinderen laten slachten en door de koning laten opeten. Maar de kok spaart de kinderen en vervangt hen door twee geitjes. Als de koningin Talia ontbiedt en haar in het vuur wil gooien, komt de koning net op tijd tussenbeide waarna de boosaardige koningin zelf in het vuur verdwijnt. De kok wordt beloond, de koning hertrouwt met Talia en samen met hun kinderen leefden ze nog lang en gelukkig.

 

De versie Charles Perrault (1628-1703)

 

La belle au bois dormant. Uit Histoires ou contes du temps passé, avec des moralités: Contes de ma mère l’oye (1697)

 

Als in het koninkrijk eindelijk een prinsesje wordt geboren, wordt een groot feest gegeven. Vijftig feeën worden daarbij onthaald. Maar er verschijnt ook een oude, doodgewaande fee, maar zij krijgt niet het gulle onthaal van haar collega’s. Dat zet kwaad bloed bij haar en als ze als laatste de doopsgaven voor het prinsesje afspreken, profeteert zij dat het zestienjarige prinsesje zich aan de spoel van een spinnenwiel zal prikken en sterven. Eén jonge fee verzacht die vloek door te bezweren dat de prinses na honderd jaar met een zoen zal worden gewekt door een prins.

Ondanks alle voorzorgen prikt de prinses zich toch, maar een goede fee tovert de hele hofhouding met haar in slaap. Als de koning en de koningin weg zijn groeit een heel haast ondoordringbaar bos rond het kasteel. Pas na honderd jaar slaagde de dan aanwezige prins er in om het kasteel te bereiken en haar wakker te kussen. Kort daarop volgt hij zijn vader op als koning en wordt de schone slaapster koningin.

Er is nog een dramatisch einde wanneer de koninginmoeder een menseneter blijkt te zijn die het jonge gezin wenst te offeren. Dat wordt in laatste instantie net voorkomen.

 

De versie Grimm van de gebroeders Jacob (1785-1863) en Wilhelm (1786-1859) Grimm

 

Dornröschen. Uit de Kinder und Hausmärchen (1812-1822)

 

Het lukt een koningspaar eindelijk om een kindje te krijgen. Om dat te vieren wordt een groot gezelschap, waaronder een aantal wijze vrouwen uitgenodigd. Omdat er slechts twaalf gouden borden voor hen zijn, wordt nummer dertien overgeslagen.

Na het feest schenken die wijze vrouwen het kind wondergaven, zoals schoonheid, deugd en rijkdom. Maar dan verschijnt nummer dertien die zich beledigd voelt. Zij voorspelt dat de koningsdochter zich op haar vijftiende zal prikken aan een spintol en dat niet zal overleven. De twaalfde wijze vrouw kan dat niet verhinderen maar wel verzachten tot een periode van twaalf uur slaap.

Daarop worden alle spintollen in het land vernietigd en lijken alle verwachtingen en wensen uit te komen.

Maar net vijftien geworden loopt de prinses die alleen thuis is door het kasteel en klimt ze in de oude toren. Daar bevindt zich een vrouw die met een spintol vlas zit te spinnen.

De prinses wil dat nader onderzoeken, prikt zich, valt op bed en lijkt te sterven. Iedereen, niet alleen de mensen, maar ook de dieren en zelfs het vuur worden vast gefixeerd. Hierna proberen veel prinsen het kasteel te bereiken, maar ze verstrikken zich in het stekelige bos. Totdat er precies na honderd jaar eentje lukt om via de wijkende doorns het kasteel en de toren te bereiken. Daar ziet hij de slapende prinses, kust haar – en met haar alle levende have – wakker; het stel trouwt en leefde nog lang en gelukkig.

 

De muzikale neerslag

 

Dat me name het sterk tot de verbeelding sprekende sprookje van Perrault een grote aantrekkingskracht uitoefende op componisten, lijkt heel logisch. Hérold beet in 1829 de spits af met een ballet dat in samenwerking met choreograaf Jean-Pierre Aumer tot stand kwam. Daarna volgde in 1867 de in vergetelheid geraakte Nessler met een opera. De onbekende Deen Heise was in 1869 een voorloper met het gegeven in uitgebreid concertante vorm.

Maar het bekendste werd onmiskenbaar het grootse ballet van Tchaikovsky uit 1890. Daarvan bestaan ook de meeste opnamen. Het was  in de fonografische wereld decennia lang niet anders mogelijk dan het werk via lp’s en cd’s te horen. Dan kan natuurlijk nog, maar beter is het om het zoals het hoort in beeld en geluid te ondergaan.

Legio versies staan ter beschikking en overwegingen van choreografie (de traditionele Petipa, verder Nurejev, Wright, Ashton, Ek en Grogorovitch. Teruggaan tot Petipa’s origineel is zeer de moeite waard en in dat opzicht springt de versie van Kopilov er duidelijk bovenuit, op de hielen gevolgd door die van Fedotov. Maar zeker Ashton bij Ovsyanikov is niet te versmaden. Zij beschikken grosso modo ook voor de beste, interessantste dansers. Decors, kostuums zullen mogelijk eveneens invloed hebben op de keuze maar zijn enigszins van secundair belang.

Van de diverse cd opnamen is vooral die van Rozhdestvensky interessant omdat hij om te beginnen uitgaat van de werkelijk complete Russische partituur. Maar hij geeft de muziek ook ideaal, in de juiste, goed te dansen tempi weer.

Het populaire ballet van Tchaikovsky inspireerde in betrekkelijk korte tijd veel andere componisten. Om te beginnen zijn pianovriend/medewerker Pavel Pabst die in 1892 een pianoparafrase van de balletmuziek maakte.

Van Humperdincks sprookjesopera’s hield alleen Hänsel und Gretel repertoire, maar zijn Dornröschen uit 1902 is kwalitatief niet zoveel minder.

In 1904 volgden de eveneens onbekende Melatin met toneelmuziek en de Zweed Peterson-Berger met een orkestsuite die van nogal lokaal belang bleven, maar best de moeite waard zin om eens de beluisteren omdat er goede opnamen van bestaan.

Ravel schreef zijn suite Ma mère l’oye tussen 1908 en 1910 eerst voor piano duet, maar toen hij het werk in 1911 orkestreerde voegde hij als tweede deel nog een brokje Doornroosje toe.

Het lied van Gibbs uit 1922 is slechts terloops vermeld. Meer aandacht waard is het Italiaanse muzieksprookje van Respighi uit 1934 dat gelukkig wel op cd beschikbaar is.

Dat tot op heden het Doornroosjegegeven interessant is voor componisten, bewees de in 1965 geboren Fransman Pauset met zijn complexe werk uit 2012 waarvan een opname erg welkom zou zijn.

 

(Selectieve) Discografie

 

Gibbs: The sleeping beauty (lied op tekst van De la Mare, 1922). 

 

2002. Geraldine McGreevy en Roger Vigoles. Hyperion CDA 67337.

 

Heise: Tornerose. (voor solisten, koor en orkest op tekst van Richardt, 1869).

 

1999, Helle Charlotte Pedersen (s), Michael Kristensen (t), Stephen Milling (bs) met het Canzonekoor en het Helsingborg symfonie orkest o.l.v. Frans Rasmussen. BaCapo 8.224132.

 

Hérold: La belle au bois dormant (ballet naar Perrault, 1829).

 

……. (geen opname).

 

Humperdinck: Dornröschen, (opera naar Perrault, 1902). 

 

2008. Brigitte Fassbänder (vertelster), Christina Landshamer (s), Kristiane Kaiser s), Tobias Haaks met het koor van de Beierse omroep van het Münchens omroeporkest o.l.v. Ulf Schirmer. CPO 777.510-2 (2 cd’s).

 

Melatin: Sleeping beauty. (toneelmuziek, 1904).

 

1998. Tampere filharmonisch orkest o.l.v. Leif Segerstam. Ondine ODE 923-2.

 

Nessler: Dornröschens Brautfahrt (opera, 1867)

 

…….. (geen opname).

 

Pabst: Doornroosje fantasie (pianoparafrase naar Tchaikovsky, 1892).  

 

2011. Nikolai Tokarev (p). Sony 8869-190765-2. 

 

Pauset: Das Dornröschen (gemengd ensemble, naar Perrault, 2012).

 

…… (geen opname).

 

2012. Voor strijkkwartet, 2 koorgroepen en orkest.

 

Peterson-Berger: Törnrosasagan (orkestsuite, 1904). 

 

1999. Norrköping symfonie orkest o.l.v. Michail Jurowski. CPO 999.669-2.

 

Ravel: ‘Prélude, danse du rouet et scène’ en  ‘Pavane de la belle au bois dormant uit’ (Uit Ma mère l’oye, 1911).

 

1960. Boston symfonie orkest o.l.v. Charles Munch. RCA 09026-68978-2.

 

1983. Montréal symfonie orkest o.l.v. Charles Dutoit. Decca 410.254-2.

 

1993. Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Pierre Boulez. DG 439.859-2.

 

2008. Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Simon Rattle. EMI 264.197-2.

 

Respighi: La bella dormante nel bosco (muzieksprookje naar Perrault, 1934).

 

1994. Jana Valásková (s), Denisa Slepskovská (ms) en Richard Haan (b) Slowaaks filharmonisch koor en Omroeporkest Bratislava o.l.v. Adriano. Marco Polo   8.223742.

 

Tchaikovsky: De schone slaapster op. 66 (ballet naar Perrault, 1890). 

 

1979. BBC Symfonie orkest o.l.v. Gennady Rozhdestvensky. BBC Legends BBCL 4091-2 (2 cd’s).

 

1992. Kirov orkest, St. Petersburg o.l.v. Valery Gergiev. Philips 434.922-2 (3 cd’s).

 

1997. Russisch nationaal orkest o.l.v. Mikhail Pletnev. DG 457.634-2 (2 cd’s).

 

Warren, E. R.: The sleeping beauty. (orkestlied, tekst Tennyson, 1942).

1993. Maria Venuti (s), Thomas Hampson (b), Gerd Nienstedt (bs), David Lutz (p) met koor en orkest van de Poolse omroep o.l.v. Bruce Ferden. Cambria CD1095.

 

Videografie

 

Disney: Sleeping beauty. (animatiefilm, 1959).

 

1959. Mary Costa, Bill Sirley, Eleanor Audley, Verna Felton. Disney Movies (uitverkocht). Duitse versie wel verkrijgbaar.

 

Tchaikovsky: De schone slaapster op. 66 (ballet naar Perrault, 1890).  

 

1972. Choreografie Petipa. Veronica Tennant, Rudolf Nurejev, Charles Kirby, Susan Memck met het Ensemble van het Canadese Nationaal ballet o.l.v. George Crum. VAI 4288 (dvd).

 

1982. Choreografie Petipa. Irina Kolpakova, Sergey Berezhnoy met het Ensemble van het Kirov ballet, St. Petersburg o.l.v. Viktor Fedotov. Classsound 004 (dvd).

 

1989. Choreografie: Petipa. Larissa Lezhnina, Farukh Ruzimatov, Yulia Makhalina en Vadim Guliyayev met het Ensemble van het Kirov theater St. Petersburg o.l.v. Viktor Fedotov. ArtHaus 100.312 (dvd).

 

1989. Choreografie Petipa. Nina Semizorova, Alexei Fadeyechev, Nina Speranskaya, Yuri Vetrov, Maria Bilova met het Ensemble van het Bolshoi ballet o.l.v. Aleksandr Kopilov. ArtHaus 101.113 (dvd).

 

1999. Idem. Choreografie Rudolf Nurejev. Elisabeth Platel, Manuel Legris, Clotilde Bayer, Nathalie Riqué met het Ensemble van het ballet van de Parijse Opéra. TDK DV-BLDDSB (dvd).

 

1999. Choreografie: Petipa/Nurejev. Aurélie Dupont, Manuel Dupont  met het Ensemble van het Opéra ballet Parijs o.l.v. David Coleman. Warner 8573-85802-2 (dvd).

2003. Idem. Choreografie Peter Wright. Sofiane Sylve, Gaël Lambiotte met het ensemble van het Nationale ballet en Holland Symfonia o.l.v. Ermanno Florio. Opus Arte OA 0904 D (2 dvd’s).

 

2006. Idem. Choreografie Frederick Ashton. Alina Cojocaru, Federico Bonelli, Marianela Nuñez met het Ensemble van het Royal Ballet Covent Garden o.l.v. Valeriy Ovsyanikov. Opus Arte OA 0995 D (dvd).

 

2008. Idem. Choreografie Mats Ek. Vanessa de Lignière, Gamal Gouda met het Cullberg ballet en het Nationaal filharmonisch orkest o.l.v. Richard Bonynge. ArtHaus 100.054 (dvd).

 

2011. Idem. Choreografie Yuri Grigorovitch. Svetlana Zakharova, David Gallberg, Maria Allash, Artem Ovcharenko met het Ensemble van het Bolshoi ballet o.l.v. Vasilly Sinaisky. Bel Air BAC 078 (dvd).

 

IJsballet op muziek van Tchaikovsky

 

2005. Choreografie Tatiana Tarasova. Inna Volianskaya, Valery Spiridonov, Ilona Melnichenko met de Russian All Stars en het Russisch symfonie orkest o.l.v. Jevgeni Svetlanov. Decca 074-3139 (dvd).