SHOSTAKOVITCH: DE 15 SYMFONIEEN
Mini Vergelijkingen

SHOSTAKOVITCH: DE 15 SYMFONIEëN

 

Waarschijnlijk is het geen sinecure om een zo divers en contrastrijk geheel als het symfonische oeuvre van Shostakovitch in één worp in al zijn aspecten recht te doen. Maar dat hoeft geen reden te zijn om zo’n cyclus te mijden. Sinds de gedurfde vroegrijpheid van de eerste symfonie uit 1923/4 tot de van smart en bitterheid doortrokken Vijftiende symfonie uit 1971 etaleren de symfonieën van Shostakovitch een emotioneel spectrum dat geen andere moderne reeks te horen geeft. Toch was zijn stijl eigenlijk heel consistent sinds zijn vierde symfonie met een harmonische taal die het nodige aan Prokofiev en de Russische folklore te danken heeft, met een tendens om – net als Mahler - grote contrasten qua stemming en gevoel aan te brengen, met een bijtend scherp gevoel voor humor dat niet zelden ontaardt in sarcasme en het groteske.

Sinds de verschijning van zijn omstreden, door Volkov opgetekende “Mémoires” onder de titel Testimonium in 1979 en meer nog eigenlijk al sinds zijn dood in 1974 hebben musicologen en critici uitgebreid gespeculeerd over eventueel in deze werken aanwezige verborgen codes, boodschappen welke zijn ware gevoelens zouden vertegenwoordigen jegens de ideologische en esthetische beperkingen die hem door het Sovjet regime zouden zijn opgelegd. Dergelijke speculaties zijn soms verhelderend, soms ook tendentieus. Het is verstandig Shostakovitch’ oeuvre op zichzelf te beschouwen, los van de omstandigheden waaronder het bestond.

Tenminste vier dirigenten ontfermden zich met groot succes over het vijftiental werken. Geen van de vier leverde een volkomen bevredigende cyclus af.  De qua uitvoering èn opname meest consistente en beste versie is die van Haitink met bij toerbeurt inbreng van het Concertgebouworkest en het Londens filharmonisch (Decca 444.430-2, 475.7413 op 11 cd’s). Het mooist uit deze reeks zijn nr. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 13 en 15: relatief de grootste oogst uit een serie.

Het Decca album wordt in kwalitatief opzicht de voet gevolgd door de zeer geëngageerde, straffe, maar ook emotioneel geladen vertolkingen van het WDR Symfonie orkest o.l.v. Rudolf Barshai (Brillant Classics 6324, 11 cd's) met opnamen uit de jaren 1992/8. Het prijsvoordeel is hier zeker van grote betekenis; hooguit de opnamekwaliteit kan niet tippen aan die van Decca. In de Brillant catalogus anno 2010 is dit album helaas vervallen.

De oudere, uit 1962/1976 daterende reeks nog uit Moskou van Kondrashin (Melodia 74321-19839/48 op 10 cd’s) is van wisselender niveau, maar ook zeer de moeite waard. Bij hem slaagden no. 1, 4, 8, 9 en 13 het beste. De nieuwste serie van Rostropovitch (Teldec 0630-17046-2 op 12 cd’s) is eigenlijk nogal teleurstellend, overemotioneel al zijn no. 1, 2, 3, 4, 8, 9, 11,14 en 15 best interessant. De cd’s uit deze cyclussen zijn als regel gelukkig ook apart verkrijgbaar. Wanneer de werken afzonderlijk worden beschouwd, komen vooral de volgende versies in aanmerking:

Jansons droeg heel idiomatische vertolkingen van nr. 1 (EMI 555.361-2), 5 (749.181-2), 6

(754.339-2) en 10 (555.232-2) bij.

Ormandy van nr. 1 (Sony 62642).

Järvi kwam met heel fraaie nrs. 1 en 6 (Chandos 8411), 4 (8640), 5 (Chandos CHAN 8650), 7 (8623), 9 (8567) en 10 (8630).

Rattle leverde een idiomatische nr.  4 (EMI 555.476-2) en 10 (764.870-2).

Van Mravinsky zijn daar nr. 5 (Erato 2292-45752-2) plus 8 (BBC BBCL 4002-2) en 12 (Erato 2292-45754-2)  en van Rozdestvensky nr. 2, 3, 4 (Melodia 74321-63462-2, 2 cd’s) en 7 en 8 (74321-53457-2, 2 cd’s), 10 en 11 (74321-63461-2, 2 cd’s), 12 en 13 (74321-63460-2, 2 cd’s) en 14 + 15 (74321-59057-2).

Karajan (DG 439.036-2) zorgde voor een heel overtuigende nr. 10.