BACH: MAGNIFICAT

BACH: MAGNIFICAT

 


Er bestaan teksten die in onveranderde toestand eeuwenlang of de meest diverse componistenzielen een sterke fascinatiekracht uitoefenden. Het Magnificat, een lofzang op de maagd Maria, is daarvan een goed voorbeeld. Van Dunstable tot Penderecki is die tekst in velerlei gedaanten op muziek gezet. Ook Bach liet zich natuurlijk niet onbetuigd en onder BWV nummer 243 staat zijn prachtige bijdrage te boek.

 

De vreugdevolle woorden “Magnificat anima mea Dominum”  die ze tegen haar nicht Elizabeth sprak nadat ze zwanger bleek te zijn vormen het inleidende koor. Bach maakte er vijf toonzettingen van, maar alleen de eerste is overgeleverd; deze was bestemd voor de Kerstviering in 1723 en het gaat in wezen om een van die werken van Bach waarin het duidelijkst Italiaanse invloeden aanwijsbaar zijn: Vivaldi lässt grüssen zogezegd in dat opgewekte, tamelijk uitdagende beginkoor met zijn kabbelende zestienden. Net als een cantate is het werk in delen – in dit geval 12 – opgedeeld en het vergt vijf solisten (2 sopranen) en een koor die zijn voorzien van ontwapenend eenvoudige en heel directe melodieën in vergelijking tot de nogal complexe schrijfwijze die Bach gewoonlijk bezigt.

 

Het zijn opnieuw de op dit gebied bekende experts als Herreweghe (Harmonia Mundi HMX 925.1326), Suzuki (BIS CD 1011), Hickox (Chandos CHAN 0518) en Marriner (EMI 754.283-2) die met hun vertolkingen het meest beklijven.