BACH: WOHLTEMPERIERTES KLAVIER

BACH: WOHLTEMPERIERTES KLAVIER


Het Wohltemperierte Klavier bestaat uit twee banden met elk 24 préludes en fuga’s en in elke band worden de twaalf majeur en mineur toonaarden doorgenomen. Te beginnen bij C-groot wordt telkens de hele kwintencirkel doorlopen Bedoeld als een soort handboek voor het pianospel en het componeren, maar tevens als een exploratie van harmonie en een viering van de gelijkzwevende temperatuur (het stemsysteem waarbij een instrument in staat wordt gesteld om in elke gewenste toonaard te spelen zonder te hoeven bijgestemd) is en blijft het Wohltemperierte Klavier een unicum op het gebied van onbegrensde inventiviteit,

 

De fuga’s, soms niet minder dan vijfstemmig, zijn briljant geconstrueerd en vol levendige dansante passages met kernachtige melodiek en de préludes waardoor ze worden voorafgegaan, kunnen worden beschouwd als prototypes voor de poëtische afleidingen van Chopins Préludes en Etudes. Hans von Bülow sprak in dit verband graag van het “Oude testament van de pianoliteratuur” als hij het over dit compendium had.

 

Van de beide bundels in de iets eerder ontstane eerste marginaal speelser van aard en de tweede wat complexer.

 

Bij het beschouwen van de beschikbare cd opnamen van dit omvangrijke werk moeten we om te beginnen onderscheid maken tussen klavecimbel- en pianoversies.

 

Wanda Landowska (RCA GD 86217) was de eerste die koos voor een klavecimbelversie. Tot haar beste, interessantste navolgers behoren Bob van Asperen (Virgin 561.711-2), Kenneth Gilbert (Archiv 413.439-2), Ralph Kirkpatrick (Archiv 463.601-2 en 463.623-2), Gustav Leonhardt (EMI 749.126-2, 749.127-2) en Keith Jarrett (ECM 835.246-2, 847.936-2). Laatstgenoemde met een interessante gemengde klavecimbel/pianoversie.

 

Bij de pianoversies zijn het vooral Angela Hewitt (Hyperion CDA 673.01/2 en 67303/4, of 44291/4), Andras Schiff (Decca 414.388-2 en 417.236-2), Friedrich Gulda (Philips 412.794-2), Tatiana Nikolayeva (Olympia OCD 703 of Mezhdunarodya Kniga MK 418042/3), de onbekende Bernard Roberts (Nimbus NI 5608/11) en Jevgeni Koroliov (Tacet 93)  en natuurlijk de overbekende, omstreden Glenn Gould (Sony 52600  en 52603) die bijzonder treffen. Overigens: Edwin Fischer (Naxos 8.110651/2 en 8.110653/4) was de eerste pianist die in de periode 1933-36 het complete werk aan de plaat toevertrouwde.