ALKAN: PIANOWERKEN

ALKAN: PIANOWERKEN

 


 
Charles-Valentin Alkan (1813-1888) was een groot pianovirtuoos met een fabelachtige techniek in het Frankrijk van Chopin, Liszt en Berlioz. Hij was ook als componist bijzonder omdat hij een grote verbeeldingskracht had. Merkwaardig genoeg werd hij noch door zijn eigen generatie, noch door de latere muziekwereld ten volle erkend. Alkan begon als wonderkind en studeerde aan het Parijse conservatorium waar hij al op tienjarige leeftijd een 1e prijs won. Een echte functie vervulde hij nooit en zijn publieke optredens waren schaars en hij leefde zeer teruggetrokken, maar het was wel vrij algemeen bekend dat hij fantastisch pianospeelde, dat hij een groot repertoire aan oudere muziek op zijn repertoire had en dat hij een voorvechter was van de pedaalpiano, een instrument waarvoor hij ijverig componeerde.

 

 

In zijn complexe werken integreerde hij buitenmuzikale elementen; hij was verzot op obscure titels en thema’s (vaak met een satanische, kinderachtige of mystieke ondertoon), gedurfde tonale structuren en ongebruikelijke metrums. Ook exploreerde hij met succes en briljant alle mogelijke hulpbronnen van de vleugel wat uiteraard zware eisen stelde aan de techniek en het uithoudingsvermogen van de vertolker. Frappant is ook dat Alkan zijn muziek scrupuleus nauwkeurig noteerde.

 

 

Veel van zijn ongeveer zeventig opusnummers zijn gerangschikt in de lange ketens en schema’s van harmonische études, zoals de 25 Préludes in alle majeur- en mineur toonaarden op. 31 (1847) en de 12 Etudes op. 39 (1857). Zijn beroemdste en lastigst uitvoerbare werken zijn de Grande sonate op. 33 (1848) en het Concert (voor pianosolo) uit op. 39. Liszt en Busoni sloegen Alkan hoog aan; hij werd wel de “Berlioz van de piano” genoemd.

 

 

Alkan, een streng orthodoxe Jood, componeerde in zijn latere leven nauwelijks meer, maar wijdde zich aan de beschouwing van religieuze literatuur en was geschoold in de logica van de Talmud. Het (nood)lot wilde dat hij tenslotte werd verpletterd onder een zware boekenkast vol dergelijke literatuur met de thora bovenin. De beste literatuur die over Alkan ter beschikking is, vindt men in Ronald Smiths Alkan, The music (Kahn & Averill, Londen 1987).

 

Wie zich in de orkanen van zijn muziek wil storten kan terecht bij:

 

Pianoconcert op. 39 (orkestratie Klindworth); Concerti da camera no. 1-3. Dmitry Feofanov met  het Rasoumovsky symfonie orkest o.l.v. Robert Stankovsky. Naxos 8.553702.Concerti da camera no. 1 en 2. Marc-André Hamelin met het BBC Schots orkest o.l.v. Martyn Brabbins. Hyperion CDA 66717.Esquisses op. 63. Laurent Martin. Naxos 8.555496.Grand duo concertante op. 21; Sonate de concert 47; Trio in g op. 30. Trio Alkan. Naxos 8.555352.


Grande sonate op. 33; Barcarolle; Le festin d’Esope; Sonatine op. 61: Marc-André Hamelin. Hyperion CDA 66794.

 

12 Etudes op. 39; Etudes op. 3/5; 4 Esquisses op. 63 e.a.: Jack Gibbons. ASV CDDCS 227.

 

3 Etudes op. 76; Transcriptie 1e deel Beethovens 3e pianoconcert. Marc-André Hamelin. Hyperion CDA 66765.

 

25 Préludes op. 31: Olli Mustonen. Decca 433.055-2.