BEETHOVEN: MISSA SOLEMNIS (geactualiseerd)
Vergelijkende Discografieen

BEETHOVEN: MISSA SOLEMNIS IN D OP. 123

 

“Von Herzen – möge es zu Herzen gehen”, de opdracht die  Beethoven bovenaan de grootste partituur van zijn Missa solemnis schreef moge wat afgezaagd klinken, er schuilt nog wel steeds een diepe hoop en verwachting in. 

Muziekhistorisch bezien leidt het werk de subjectivistische miscomposities van de negentiende eeuw in waarin de kerk voor een sensibele kunstenaar niet meer eenzelfde geborgenheid biedt als voorheen.

 

Achtergronden

 

Begin juni 1819 schreef Beethoven aan zijn leerling en mecenas aartshertog Rudolf van Oostenrijk (1788-1831) die het jaar daarop zou worden geïnstalleerd als aartsbisschop van Ollmütz: “De dag waarop een door mij gecomponeerde hoogmis zal worden uitgevoerd gedurende de plechtigheden waarmee de benoeming van uwe keizerlijke hoogheid wordt gevierd zal de prachtigste dag van mijn leven zijn”.

Korte tijd daarna begon hij aan de mis te werken maar het duurde nog tot maart 1823 voordat hij dit machtige, vastberaden werk, de ‘plechtige mis’ klaar had. Blijkbaar was Beethoven, hoewel niet uitgesproken religieus in strikt kerkelijke zin, vastbesloten om een mis te schrijven die de liturgische tekst in alle diepte en pracht zou dienen. Die wens drukte zwaar op hem, maar leidde ok tot een monumentale grandeur. De omvang van het werk maar ook de reikwijdte zijn baanbrekend.

Uitgangspunt waren de late missen van Haydn in de Weense traditie en Beethovens eigen mis in C uit 1807 zal deels als uitgangspunt hebben gediend. Maar hier bewandelt hij nieuwe, expressieve wegen.

Er bestaat nauwelijks een andere religieuze compositie die vergeleken kan worden met deze want het gaat hier om een compromisloze uiting die iets naar buiten brengt van de innerlijke strijd die de componist voerde om vrede met zichzelf te vinden toen hij alsmaar dover werd. 

Het werk zit vol dynamische contrasten en passages die extreem hoge eisen stellen aan de solisten en aan het koor, met name aan de sopraan met haar hoge partij. Het opmerkelijkst is misschien wel het ‘Benedictus’, een enorm Gothisch concept dat culmineert in een tien minuten durende vioolsolo van een extreme schoonheid en die  als in een plechtige processie overgaat in het ‘Agnus Dei’ dat daarentegen een episode bevat die van een vrijpostige, haast militaristische declamatie.

Zo is de Missa solemnis in menig opzicht de tegenpool van de meest gangbare missen: het is een heel geëxponeerd werk, nu eens kalm, dan weer energiek, maar voortdurend diepgaand spiritueel. 

 

De opnamen

 

We kunnen lang stilstaan bij de indrukwekkend lange lijst met opnamen en trachten die gedetailleerd op waarde te schatten. Maar feitelijk is er slechts een handjevol uitvoeringen dat maatgevend is en het lijkt nuttig om juist daarop de aandacht te vestigen.

Tot de dirigenten die de mis meerdere malen opnamen behoren Toscanini, Böhm, Karajan, Solti, Davis en Klemperer. Van de als historisch te beschouwen uitgaven is feitelijk alleen die van Toscanini uit 1940 nog erg het aanhoren waard. Geen wonder dat hij herhaaldelijk door verschillende labels is heruitgegeven.

Van Klemperer is het eerder de op Testament uitgebrachte radio-uitzending als de EMI studio opname die de aandacht vraagt. Met de vaststelling dat hier sprake is van een heel grootse allround vertolking lijkt voldoende gezegd. Dit is musiceren op het allerhoogste niveau en de keurig gerestaureerde opname klinkt puik.

Voor de beide met een ruime tussenpoos opgenomen vertolkingen van Böhm past alle waardering. De solistenteams zijn in beide gevallen erg goed. De versie 1888 win het nipt van de eerdere uit 1955 en klinkt ook duidelijk beter. Opvallend genoeg hebben beide uitgaven van Solti geen markante sporen nagelaten, hoewel er individueel door een forse aanpak wel een keer van te genieten valt.

Van de diverse opnamen van Karajan is die (nog analoog opgenomen) met Janowitz  de mooiste, ook omdat de rest van het vocale kwartet zo gelijkwaardig is. Karajan kiest soms een wat langzaam tempo en de soloviool lijkt geleidelijk de juiste stemming kwijt te raken, maar het pathos, de nadruk en de ontroering die deze visie wekken, zijn heel ontroerend. Opvallend genoeg laten geen van de twee opnamen van Davis een diepe indruk na.

Naar verwachting is aan het ‘authentieke’ front ook de heldere, onsentimentele interpretatie van Gardiner een sterke troef. Hij blijft niet niet bij gangbaarder realisaties achter in het demonstreren van dramatisch gewicht en spirituele diepgang. Maar eigenlijk krijgt Beethovens inspiratie voortdurend de kans om aan het licht te treden. De wat kleinere bezetting dan gewoonlijk is ook hier van voordeel. Op solisten en koor valt niets negatiefs af te dingen. De muziek maakt een wendbare, lenige indruk.

In 1991 werd tijdens het Salzburg Festival een eerbetoon geleverd aan de vroegere muziekdirecteur en vaste gast Karajan. De eer viel te beurt aan Levine die kon beschikken over een sterrenkwartet en zijn uitvoering ademt de geest van een grote gebeurtenis. De getoonde opvatting is conventioneel, maar de uitwerking speelt zich op hoog niveau af. Een echt feestelijk geheel.

Voor zijn dynamische en spirituele verklanking gebruikt Harnoncourt de voornamelijk de moderne instrumenten van het Kamerorkest van Europa, maar dan wel voorzien van ‘authentieke’ trompetten, trombones en pauken die voor extra scherpte (in positieve zin) zorgen. Het solistenteam presteert verbluffend mooi en de koorzang wordt prachtig gearticuleerd. Zo komt het drama van het werk goed tot uiting en straalt het geheel een inspirerend gevoel van grote toewijding uit. 

Doordat hij het contemplatieve karakter van het werk wel erg voorop stelt, is het Benedictus het mooiste gedeelte uit Guttenbergs verder matige realisatie.

Wat Herreweghe laat horen in zijn uitvoering met de Canadese sopraan Mannion (en drie andere jonge solisten) is vooral zo succesvol omdat hij hier ‘authentiek’ een aantal spinnenwebben opruimt. De bezetting is aan de kleine kant en zijn solisten zijn geen grote sterren met groot geluid, maar de oorspronkelijkheid van de mis komt hier mooi naar voren en de stilistische rijkdom van het werk wordt niet gehomogeniseerd. Het werk krijgt zo een onverwacht intiem karakter en klinkt minder dynamisch dan bij Gardiner. De mooie akoestiek draagt er ook toe bij dat de rusteloze energie en de grandeur van het werk tot hun recht komen. Wel staat het koor nogal op de achtergrond.

Hoewel hij wel aanleunt tegen de ‘authentieke’ kant, gaat Norrington daar niet geheel in op. Maar als zo vaak genereert hij wel opwinding en verrassing. Ook het koor zingt bel en bewogen. Afgezien van de tenor die wat teveel onder druk lijkt te staan, voldoen de solisten hier heel goed, beide dames zelfs uitstekend.

Bij Zinman die met een modern instrumentarium laat horen dat de invloeden van de ‘authentieke’ muziekpraktijk niet aan hem zijn voorbijgegaan, vallen de vlotte tempi op, maar verder ontbreekt niets aan de dramatische werking. Het vrij kleine koor zingt fris en helder  en de solisten overtuigen. ‘Et resurrexit’ en ‘Dona nobis pacem’ klinken vreugdevol. Een der vitaalst klinkende interpretaties.

Volbloedig en met voortreffelijke solisten klinkt de mis in handen van Schermerhorn. De klank is aangenaam warm, maar de interpretaties soms wat hoekig. Fris klinkende jonge solisten, een goed toegerust enthousiast koor zorgen er mede voor dat deze goedkope uitgave eens wordt beluisterd.

Van de overige versies verdient vooral die van Steinberg nog een goede aantekening.

En dan nu verrassend Haitink (inmiddels 85) uit München. Het verbaast enigszins dat het in zijn lange Amsterdamse chefjaren nooit tot een opname van deze mis is gekomen en dat zijn Beethovenbijdragen in essentie tot de symfonieën en pianoconcerten (met Perahia) beperkt bleven. Maar misschien was het lange wachten ook juist erg positief want hier en nu is sprake van een meesterlijk in alle aspecten, diep doorvoelde, zeer beheerste uitvoering met een door Peter Dijkstra op topniveau gebracht gedisciplineerd koor, goede solisten en een orkestbegeleiding die meer dan ondersteunend, doch ook heel essentieel klinkt. Misschien dat de zaalopname als zodanig extra tot sfeer en motivatie bijdraagt. Keurig zijn hier de meditatieve en dramatische aspecten in evenwicht gebracht. Het werk openbaart zich in al zijn gedaanten.

 

Video

 

In 1978 was het eerste optreden van Bernstein met een Weense TV crew dat later leidde tot Mahleropnamen een grote gebeurtenis en het is goed dat deze met dierbare herinneringen verbonden gebeurtenis bewaard is, hoewel de uitvoering zelf door andere overtroffen is.

Het is het Europees jeugdorkest dat onder Nelson misschien wel de grootste lof verdient. Vanaf de eerste maten van het Kyrie is sprake van een heel geëngageerde interpretatie die in het Gloria begrijpelijk zijn hoogtepunt bereikt. Zo ontstond een heel homogeen en pakkend geheel.

Bij Thielemann graat de bewondering vooral uit naar de levendige manier waarop hij de orkestpartij (machtige trombones) invult. Ook zijn vocale solisten en koorkrachten hebben substantiële potentie. Menig detail treft aangenaam, de toets is vrij licht, maar had wat dramatischer gekund. Het geheel is erg fraai in beeld gebracht.

De realisatie van Eschenbach kan zowel op cd als op dvd worden ondergaan. Bij hem valt vooral de zin voor klankschoonheid op. Hij diept deze in vrij gematigde tempi uit. Hij beschikt over een geweldig goed koor en op de wat wollige indruk die de alt …. Jahn maakt, zijn ook de solisten goed. Toch een heel verdienstelijk resultaat

Zoals te verwachten is niets gewoontjes aan de recente Amsterdamse verklanking van Harnoncourt. Wat hij laat horen lijkt zo precies juist in alle opzichten en met de solisten trof hij het heel goed. Inzinkingen zijn er niet en haast als vanzelf volgt hoogtepunt op hoogtepunt: met name het Gloria en het Crucifixus in het Credo. Zonder enig chauvinisme kan ook worden vastgesteld dat de rol van het Concertgebouworkest een meesterlijke is. Het solistenkwartet sluit als geheel als een bus. Uitzonderlijk!

 

Conclusie

 

Bij herhaald beluisteren beklijft de opname van Haitink het meest, op de voet gevolgd door Harnoncourt die ook op dvd met een Amsterdamse gebeurtenis de meeste aandacht waard is. 

In de tweede of derde plaats valt te denken aan Gardiner met zijn heldere, onsentimentele versie met authentieke kenmerken Zinman, Klemperer, Karajan (1966) en Herreweghe.

Bij de dvd opnamen is Herreweghe de afgetekende winnaar.

 

Discografie

 

1935. Elisabeth Rethberg, Marion Telva, Giovanni Martinelli, Ezio Pinza met de Schola cantorum New York en het New York filharmonisch orkest o.l.v. Arturo Toscanini. Archipel ARPCD 0435 (2 cd’s).

 

1935. Trude Eipperlle, Luise Willer, Julius Patzak, Georg Hann met koor- en orkest van de Weense Staatsopera o.l.v. Clemens Krauss. Melodram CDM 28036 (2 cd’s).

 

1937. Isobel Baillie, Mary Jarred, Heddle Nash, Keith Falkner met het Leeds festival koor en het Londens filharmonisch orkest o.l.v. Thomas Beecham. SOMM SOMM-BEECHAM 11.

 

1938. Jeannette Vreeland, Anna Kaskas, John Priebe, Norman Cordon met de Harvard Glee Club, het Radcliffe koor en het Boston symfonie orkest o.l.v. Serge Koussevitzky. Pearl GEMMCD 5928-2 (2 cd’s).

 

1939. Zinka Milanov, Kerstin Thorborg, Koloman von Pataky, Nicola Moscona met het BBC symfonie orkest en –koor o.l.v. Arturo Toscanini. BBC Legends BBCL 4016-2 (2 cd’s),

 

1940. Zinka Milanov, Bruna Castagna, Jussi Björling, Alexander Kipnis met het Westminster koor en het NBC symfonie orkest o.l.v. Arturo Toscanini. History 205209-303, PGP 11015, Jade 699641-2, Econa CD 259 (2 cd’s), Istitito Discografico Itaniana 6365, Documents 298236.

 

1948. Eleanor Steber, Nan Merriman, William Hain, Lorenzo Alvary met het Westminster koor en het New York filharmonisch symfonie orkest o.l.v. Bruno Walter. Music & Arts MACD 1142.

 

1948. Birgit Nilsson, Lisa Tunnel, Gösta Böckelin, Sigurd Björling met het Stockholm filharmonisch orkest en –koor o.l.v. Erich Kleiber. Urania URN 22.124 (2 cd’s).

 

1951. Ilona Steingruber, Else Schürhoff, Erich Majkut, Otto Wiener met het Weens Academiekoor en het Weens symfonie orkest o.l.v. Otto Klemperer. Urania URN 22302, Documents 297644.

 

1953. Eleanor Steber, Nell Tangeman, Harvey Smith-Spencer, Mack Harrell  met het Westminster koor en het New York filharmonisch orkest o.l.v. Dimitri Mitropoulos. Archipel ARPCD 0128. 

 

1953. Lois Marshall, Nan Merriman, Eugene Cooley, Jerome Hines met het Robert Shaw koor en het NBC Symfonie orkest o.l.v. Arturo Toscanini. RCA GD 60272, 74321-55837-2 (2 cd’s).

 

1955. Maria Stader, Marianne Radev, Anton Dermota, Josef Greindl met het koor van de St. Hedwigs kathedraal en het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Karl Böhm. DG 449.737-2 (2 cd’s).

 

1955. Teresa Stich-Randall, Hilde Rössel-Majdan, Julius Patzak, Gottlob Frick met koor en het Weens symfonie orkest o.l.v. Volkmar Andreae. Archipel ARPCD 0402.

 

1955. Birgit Nilsson, Lisa Tunnel, Gösta Bäckelin, Sigurd Björling met het Stockholm filharmonisch orkest en –koor o.l.v. Erich Kleiber. Music & Arts MACD 1188.

 

1955. Annelies Kupper, Sieglinde Wagner, Rudolf Schock, Josef Greindl met het koor van de NDR Hamburg en het symfonie orkest en -koor van de WDR Keulen o.l.v. Otto Klemperer. Frequenz CMB CD 2 (2 cd’s), Archipel ARPCD 0293, Medici Masters MM 0152.

 

1957. Maria Stader, Elsa Cavelti, Ernst Häfliger, Heinz Rehfuss met het NDR Symfonie orkest Hamburg o.l.v. Carl Schuricht. Living Stage LS 1037 (2 cd’s), Archiphon ARCH 2.1.

 

1957. Elisabeth Schwarzkopf, Nan Merriman, Josef Simandy, Heinz Rehfuss met het Collegium musicum Amstelodamense en het Concertgebouworkest o.l.v. Otto Klemperer. Archipel ARPCD 0498.

 

1958. Elisabeth Schwarzkopf, Christa Ludwig, Nicolai Gedda, Nicola Zaccaria met de Wiener Singverein en het Philharmonia orkest o.l.v. Herbert von Karajan. Testament SBT 2126, Documents 600229 (2 cd’s).

 

1958. Teresa Stich-Randall, Norma Procter, Richard Lewis, Kim Borg met het BBC Symfonie orkest en –koor o.l.v. Jascha Horenstein. BBC Legends BBCL 4150-2 (2 cd’s).

 

1959. Leontyne Price, Christa Ludwig, Nicolai Gedda, Nicola Zaccaria de Wiener Singverein en het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. EMI 566.876-2 (2 cd’s).

 

1962. Eileen Farrell, Carol Smith, Richard Lewis, Kim Borg met het Westminster Abbey koor en het New York filharmonisch orkest o.l.v. Leonard Bernstein. Sony SM2K 47522 (2 cd’s), Alto ALC 1240.

 

1963. Elisabeth Söderström, Marga Höffgen, Ernst Häfliger, Gottlob Frick met het Philharmonia orkest en -koor o.l.v. Otto Klemperer. Testament SBT 1408.

 

1965. Elisabeth Söderström, Marga Höffgen, Waldemar Kmennt, Marti Talvela het het Philharmonia koor en –orkest o.l.v. Otto Klemperer. EMI 769.538-2 (2 cd’s), 567.546-2, Warner 2435-67546-2.

 

1965. Leonore Kirsschstein, Jeanne Deroubaix, Peter Schreier, Günther Morbach met het Gürzenich koor en –orkest Keulen o.l.v. Günter Wand. Testament SBT 1283 (2 cd’s).

 

1966. Gundula Janowitz, Christa Ludwig, Fritz Wunderlich, Walter Berry met de Wiener Singverein en het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. DG 423.913-2 (2 cd’s), 453.016-2. 

 

1967. Martina Arroyo, Maureen Forrester, Richard Lewis, Cesare Siepi met het City Singing koor en het Philadelphia orkest o.l.v. Eugene Ormandy. Sony SBK 53517.

 

1968. Teresa Zylis-Gara, Marga Höffgen, Robert Tear, Raphael Arié met het Philharmonia orkest en –koor o.l.v. Carlo Maria Giulini. BBC Legends BBCL 4093-2 (2 cd’s).

 

1970. Heather Harper, Janet Baker, Robert Tear, Hans Sotin met het Philharmonia koor en –orkest o.l.v. Carlo Maria Giulini. EMI 762.693-2 (2 cd’s).

 

1970. Agnes Giebel, Marga Höffgen, Ernst Hüafliger, Karl Ridderbusch met het Groot Omroepkoor en het Concertgebouworkest o.l.v. Eugen Jochum. Philips 426.648-2.

 

1972. Anna Tomowa-Sintow, Annelies Burmeister, Peter Schreier, Hermann Christian Polster met het Omroepkoor Leipzig en het Gewandhausorkest Leipzig o.l.v. Kurt Masur. Berlin Classics BC 1602.

 

1973. Heather Harper, Julia Hamari, Sven Olof Elisson, Peter Meven met het WDR koor en –symfonie orkest Keulen o.l.v. William Steinberg. ICA Classics ICAC 5054.

 

1974. Margaret Price, Christa Ludwig, Wieslaw Ochman, Martti Talvela met het koor van de Weense Staatsopera en het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Karl Böhm. DG 437.925-2.

 

1975. Gundula Janowitz, Agnes Baltsa, Peter Schreier, José van Dam met de Wiener Singverein en het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. EMI 769.246-2 (2 cd’s).

 

1977. Helen Donath, Brigitte Fassbänder, Peter Schreier, John Shirly-Quirk met symfonie orkest en –koor van de Beierse omroep o.l.v. Rafael Kubelik. Orfeo C 370942 B (2 cd’s).

 

1977. Anna Tomowa-Sintow, Patricia Payne, Robert Tear, Robert Lloyd met het Londens symfonie orkest en –koor o.l.v. Colin Davis. Philips 438.362-2 (2 cd’s).

 

1978. Lucia Popp, Yvonne Minton, Mallory Walker, Gwynne Howell met het Chicago symfonie orkestc en –koor o.l.v. Georg Solti. Decca 425.844-2 (2 cd’s), 459.546-2.

 

1978. Edda Moser, Hanna Schwarz, René Kollo, Kurt Moll met het Groot Omroepkoor en het Concertgebouworkest o.l.v. Leonard Bernstein. DG 413.780-2 (2 cd’s), 469.546-2.

 

1982. Helen Donath, Doris Soffel, Siegfried Jerusalem, Hans Sotin met het Edinburh Festival koor en het Londens filharmonisch orkest o.l.v. Georg Solti. LPO Live LPO 0077.

 

1986. Leila Cuberli, Trudeliese Schmidt, Vinson Cole, José van Dam met de Wiener Singverein en het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. DG 419.166-2 (2 cd’s).

 

1987. Marianne Hirsti, Carolyn Watkinson, Andrew Murgatroyd, Michael George met het Oslo kathedraal koor en de Hanover Band o.l.v. Terje Kvam. Nimbus NI 5109, NI 1760.

 

1987. Sylvia McNair, Janice Taylor, John Aler, Tom Krause met het Atlanta symfonie orkest dn –koor o.l.v. Robert Shaw. Telarc CD 80150 (2 cd’s).

 

1988. Tina Kiberg, Rosemarie Lang, William Cochran, Mikhail Krutikov met het Maryland universiteiskoor en het Europees symfonie orkest o.l.v. Antal Dorati. BIS CD 406/7 (2 cd’s).

 

1988. Rosamund Illing, Elizabeth Campbell, Christopher Doig, Rodney Macann met het Sydney symfonie orkest en –koor o.l.v. Charles Mackerras. ABC Classics ABC 476.3517.

 

1989. Carol Vaness, Waltraud Meier, Hans-Peter Blochwitz, Hans Tschammer met het Tallis kamerkoor en het Engels kamerokest o.l.v. Jeffrey Tate. EMI 749.950-2.

 

1989. Charlotte Margiono, Catherine Robbin, William Kendall, Asastair Miles met het Monteverdi koor en de English baroque soloists o.l.v. John Eliot Gardiner. Archiv 429.779-2.

 

1989. Pamela Coburn, Florence Quivar, Aldo Baldin, Andreas Schmidt met de Güachinger Kantorei en het Bach Collgium Stuttgart o.l.v. Helmuth Rilling. Hännsler 98956 (2 cd’s), 98053.

 

1991. Cheryl Studer, Jessye Norman, Plácido Domingo, Kurt Moll met het Zweeds omroepkoor, het Omroepkoor Leipzig en het Weens filharmonisch orkest o.l.v. James Levine. DG 435.770-2 (2 cd’s).

 

1992. Eva Mei, Marjana Lipovsek, Anthony Rolfe Johnson, Robert Holl met het Arnold Schönbergkoor en het Kamerorkest van Europa o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Teldec 9031-74884-2 (2 cd’s).

 

1992. Luba Orgonasova, Jadwiga Rappé, Uwe Heilmann, Jan-Hendrik Rootering met het Symfonie orkest en –koor van de Beierse Omroep o.l.v. Colin Davis. RCA 09026-060967-2 (2 cd’s).

 

1993. Tina Kiberg, Waltraud Meier, John Aler, Robert Holl met het Chicago symfonie orkest en –koor o.l.v. Daniel Barenboim. Erato 4509-91731-2 (2 cd’s).

 

1994. Julia Varady, Iris Vermillion, Vinson Cole, René Pape met het Berlijns omroepkoor en het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Georg Solti. Decca 444.337-2.

 

1995. Rosa Mannion, Birgit Remmert, James Taylor, Cornelius Hauptmann met het Collegium vocale Gent en het Orchestre des Champs Elysées o.l.v. Philippe Herreweghe. Harmonia Mundi HMC 80.1557.

 

1999. Amanda Halgrimson, Cornelia Kallisch, John Aler, Alastair Miles met het NDR koor Hamburg en SWR symfonie orkest Stuttgart o.l.v. Roger Norrington. Hännsler 93.007.

 

2001. Luba Orgonasova, Anna Larsson, Rainer Trost, Franz-Josef Selig met het Zwitsers kamerkoor en het Tonhalle orkest Zürich o.l.v. David Zinman. Arte Nova 74321-87074-2.

 

2002. Hillevi Martinpelto, Elena Zaremba, Herbert Lippert, Romanic Johansen met het Tsjechisch filharmonisch koor en het Beethovenhal orkest, Bonn o.l.v. Mark Soustrot. MDG 3371128-2.

 

2003. Lori Phillips, Robynne Redmon, James Taylor, Jay Baylon met het Nashville symfonie orkest en –koor o.l.v. Kenneth Schermerhorn. Naxos 8.557060.

 

2005. Luba Orgonasova, Birgit Remmert, Christian Elsner, Bjarni Thor Kristinsson met de Europa kooracademie en het Luxembergs filharmonisch orkest o.l.v. Michael Gielen. Capriccio C 7161 (10 cd’s), 67171.

 

2007. Ingrid Kaiserfeld, Hermine Haselböck, Wolfram Wittekind, Liang Li met het koor van het Tiroolse festival en het Haydnorkest van Bolzano en Trento o.l.v. Gustav Kuhn. Col legno WWE 1CD 60011.

 

2008. Anne Schwanewilms, Annette Jahns, Nikolai Schukoff, Dietrich Henschel met het Londens filharmonisch koor en –orkest o.l.v. Christoph Eschenbach. LPO 0061.

 

2009. Susanne Bernhard, Anke Vondung, Pavol Breslik, Yorck Felix Speer met het kamerkoor en -orkest KLagVerwaltung o.l.v. Enoch zu Gutenberg. Farao B 108053.

 

2010. Rosamund Illing, Elizabeth Campbell, Christopher  Dolg, Rodney Macann met het Sydney philharmonia koor en het Sydney symfonie orkest o.l.v. Charles Mackerras. ABC 476.3517.

 

2011. Marlis Petersen, Gerhild Romberger, Benjamin Hulett, David Wilson-Johnson met het Collegium vocale Gent en het Orchestre des Camps Elusées o.l.v. Philippe Herreweghe. Phi LPH 007.

 

2011. Anne Schwanewilms, Annette Jahns, Nikolai Scukoff, Dietrich Henschel met het Londens filharmi-onisch orkest en –koor o.l.v. Christoph Eschenbach. LPO LPO 0061;

 

2012. Simone Schneider, Gerhild Romberger, Richard Croft, Jochen Kupfer met het MDR Omroepkoor en het Gewandhausorkest Leipzig o.l.v. Herbert Blomstedt. Querstand VKJK 1237.

 

2012. Lucy Crowe, Jennifer Johnston, James Gilchrist, Matthew Rose met het Monteverdi koor en het Orchestre révolutionaire et romantique o.l.v. John Eliot Gardiner. Soli Deo Gloria SDG 718.

 

2014.Genia Kühmeier, Elisabeth Kulman, Mark Padmore, Hanna Müler-Brachmann met koor en orkest van de Beierse omroep o.l.v. Bernard Haitink. BR Klassik 900130.

 

Video

 

1978. Edda Moser, Hanna Schwarz, René Kollo, Kurt Moll met het Groot Omroepkoor en het Concertgebouworkest o.l.v. Leonard Bernstein. DG 073-450-1 (dvd).

 

1979. Anna Tomowa Sintow, Ruza Baldani, Eric Tappy, José van Dam met de Wiener Singverein en het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. DG 073-439-1 (dvd).

 

2002. Hillevi Martinpelto, Elena Zaremba, Herbert Lippert, Romanic Johansen met het Tsjechisch filharmonisch koor en het Beethovenhal orkest, Bonn o.l.v. Mark Soustrot. MDG 93711285 (dvd).

 

2005. Camilla Nyland, Birgit Remmert, Christian Elsner, René Pape met het koor van de Saksische Staatsopera en de Saksische Staatskapel Dresden o.l.v. Fabio Luisi. Euro Arts 2054688 (dvd) 

 

2005. Bozena Harasimwicz, Monica Groop, Jerry Hadley, Franz-Josef Selig met het Londens filharmonisch koor en –orkest o.l.v. Gilbert Levine. ArtHaus 102061 (dvd). 

 

2009. Susanne Bernhard, Anke Vondung, Pavol Breslik, Yorck Felix Speer met koor en orkest van de Klankverwaltung o.l.v. Enoch zu Guttenberg. Farao B 108053 (dvd).

 

2010. Tamara Wilson, Elizabeth Deshong, Nikolai Schilkoff, Brindley Sherratt met het Europees kamerorkest o.l.v. John Nelson. Ideale Audience 307.935-8 (dvd)

 

2010. Krassimira Stoyanova, Elina Garanča, Michael Schade, Franz-Josef Selig met koor van de Saksische Staatsopera en Staatskapel Dresden o.l.v. Christian Thielemann. C Major 705408 (dvd). 

 

2012. Marlis Petersen, Elisabeth Kulman, Werner Güra en Gerald Finley met het Groot Omroepkoor en het Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. C Major 712608 (dvd).