BACH, J.S.: JOHANNES-PASSION
Vergelijkende Discografieen

BACH, J.S.: JOHANNES-PASSION BWV 245

 

Welke van beide hij zelf beter, mooier vindt – de Matthäus of de Johannes – kunnen we de componist helaas niet meer vragen. Dat beide werken niet alleen in muzikaal maar ook in theologisch opzicht is duidelijk. Zeer verschillend valt ook het oordeel over de vele verschillende dirigerende en zingende exegeten uit.

 

Achtergronden

 

De Johannes Passion die voor het eerst op Goede Vrijdag 1724 klonk, werd tot voor kort in de huidige muziekwereld beschouwd als de minste van Bachs grote passiemuzieken. Het werk is om te beginnen kleinschaliger en er zijn teksten van andere auteurs toegevoegd zodat het werk wat minder samenhangend is dan Picanders Matthäus inbreng.

Er zou een proefschrift kunnen worden geschreven over de wisselende populariteit van beide werken in de loop der tijd en dus over de tijdgeest. In de huidige appreciatie staat de royale epische schaal van de Matthäus wat scherper getekend tegenover de bondiger, dramatischer stijl en de strijdvaardiger personages van de Johannes. De structuur draait niet zozeer om de aria’s als wel om de karaktertekening van de dramatis personae.

Niettemin is het een opmerkelijk krachtige compositie waarin het relaas van Jezus’ laatste uren met een nog steeds verrassende directheid wordt verteld. Een stel prachtige aria’s laat heel persoonlijke reacties op de gebeurtenissen horen. Bij voorbeeld op het dilemma van Pilatus. Maar de mooiste momenten zijn bewaard voor de massa-scènes waarin Bachs contrapuntische koorbehandeling een verrassend gevoel van wreedheid en verwarring teweegbrengt. Berthold Brecht oordeelde al over het werk met de uitspraak: “Een volmaakt voorbeeld van het verbeeldende karakter van muziek”.

Fijnslijpers kunnen nog twisten over de relatieve verschillen in waarde van de versies uit 1724, 1725, 1739 (niet echt effectief gebleven) en 1749. Dramatisch zijn deze niet, interessant wel; ze hoeven hier niet te worden uitvergroot en lang niet alle opnamen treden in dit opzicht in detail.

 

De opnamen

 

Een zekere mate van gedrevenheid en een grondige kennis van de achtergronden leiden steeds meer tot echt gedenkwaardige uitvoeringen. Uit de opsomming daarvan hieronder blijkt dat het er weer haast talloze zijn. Wie dat al niet beseft, moet eens op www.bach-cantates.com/vocal/bwv245 kijken om gewaar te worden dat het er nog veel meer zijn, meest van lokale koorverenigingen en soms alleen op lp, mc of videoband verkrijgbaar. Kennen kan niemand ze alle, zodat we ons hier ook maar beperken tot de vertrouwde namen. Na een naar vermogen gemaakte voorselectie blijft een klein aantal bijzondere opnamen over

Laten we om te beginnen onderscheiden tussen wat we ‘traditionele’ en ‘authentieke’ vertolkingen kunnen noemen.

 

Traditioneel

 

Vooral Peter Schreier, die de evangelistenrol en de tenoraria’s voor zijn rekening neemt en tevens dirigeert is de beste van zijn team; jammer vooral dat Anthony Rolfe Johnson het lot van Jezus een nogal ééndimensionaal karakter geeft. Verder valt te denken aan Karl Münchinger (met Elly Ameling) en Wolfgang Gönnenwein.

 

Authentiek

 

Het was niet zozeer Nikolaus Harnoncourt die met zijn beide opnamen de standaard vestigde waarnaar de authentiekelingen zich hadden te richten als wel Andrew Parrott in 1990. Maar ook hij is inmiddels ingehaald.

Tekstuele helderheid en koordiscipline bepalen samen met de zeer goede prestaties van de solisten het uitstekende allround resultaat van John Eliot Gardiner die de passie tweemaal vastlegde. In de eerste (studio) opname besteedde zijn team nog wat weinig aandacht aan versieringen. Dynamiek en declamatie van het koor zijn prachtig. Het accent van de interpretatie legt een accent op de kruisiging en de graflegging zonder dat de eerdere turbae tekort wordt gedaan. De koralen worden heel gevarieerd afgewikkeld. De tempi zijn aan de vlotte kant.

De tweede opname van Gardiner werd tijdens een uitvoering in de Kaiserdom in het Noord Duitse Königslutter gemaakt en is breder, contemplatiever van karakter. Het resultaat klinkt heel beeldend, haast ritualistisch, maar zeer ontwapenend. Aan de solistenkant maakt de realisatie een ver boven modale impressie met een goed passende evangelist van Mark Padmore, Bernarda Fink als uitblinkster en de overigen zonder meer heel goed.

Peter Neumann koos net als Herreweghe II de versie 1725 en hij laat duidelijk horen dat de verschillen niet alleen van cosmetische aard zijn. Het belangrijkste verschil is de vervanging van het strenge, beeldende beginkoor ‘Herr unser Herrscher’ is vervangen door de koraalfantasie ‘O Mensch, bewein’ en later dient ter afsluiting van deel I. Verder zijn er twee nieuwe aria’s ‘Himmel reisse’ en ‘Zerschmettert mich’ die mogelijk zijn ontleend aan een eerdere passiezetting en die veel geanimeerder en descriptiever zijn dan alles van de eerdere versie: schuld en een toespeling op zelfkastijding  op weg naar het kruis in de eerste aria en een direct aansprekend duet tussen de evangelist en de tenor in de tweede. Jammer dat daarvoor ‘Erwage’ werd opgeofferd.

Dat Neumann kan werken met mensen die het Duits als moedertaal hebben, is ook meteen een voordeel bij uitspraak en articulatie. Maar de muziek krijgt alle gelegenheid om te ademen. Brutscher is stemtechnisch gezien een volmaakte evangelist, maar hij is ook wel erg de onberoerde waarnemer. Ruth Holton heeft zich heel goed aangepast aan het Duits en munt uit in ‘Ich folge’ en ‘Zerfliesse’. Ook de andere solisten zijn puik en de opnamekwaliteit is bijzonder goed. 

Nog een versie 1725 verzorgde Stephen Cleobury, wiens opname intussen afgeprijsd bij Brilliant verscheen. Hier is John Mark Ainsley de deelnemende, expressieve evangelist; Paul Agnew draagt met lichte toon de tenoraria’s bij en de vaak wat afstandelijke Catherine Bott verleent nu duidelijk warmte aan de sopraanpartijen. Michael Chance klinkt hier wat warmer van toon dan bij Gardiner. 

 Dat Philippe Herreweghe in zijn tweede opname ook kiest voor de versie 1725 met interessante tekstwijzigingen onderscheidt hem van de meeste anderen. Maar ook verder heeft zijn verklanking over de hele linie hoog niveau. De polyfonische lijnen lopen alle dezelfde richting uit; de balans tussen de stemmen en de instrumenten is voortreffelijk en zo komt hij tot een fraai geïntegreerd geheel. Een hoogtepunt is het duet van sopraan en een haast vocaliserende hobo in ‘Quia respexit humilitatem’.

Bij de dirigenten die de laatste tekstversie uit 1749 als uitgangspunt nemen, heeft Masaaki Suzuki de beste papieren. Hij beschikt over een puik team uitvoerenden en weet uitvoerend de hechte band tussen tekst en muziek mooi te onderstrepen. Helemaal ontkomt hij niet aan het gevaar dat de muziek wat wordt gesimplificeerd, maar er spreekt zoveel overtuiging uit de voordracht dat men dat graag vergeeft. Zijn koor zorgt voor drama in de massascènes en Gerd Türk is een ideale verhalende evangelist. Chiyuki Urano is een sympathieke, warm klinkende Jezus en de overige solisten functioneren zeer naar behoren.

Louter Engelse mannenstemmen gebruikt Edward Higginbottom in zijn Naxos budgetopname; de sopraanaria’s worden dus door een jongenssopraan van het Oxfordse New College gezongen. Gelukkig beschikt men daar over goed geschoolde jongelui. Ze zingen onbevangen fris, maar weten in de massascènes ook dramatiek te leggen. James Gilchrist is een deelnemende evangelist en we treffen ook de vanouds bekende countertenor James Bowman aan. De tempi zijn aan de snelle kant maar worden in de koralen danig verbreed. De opname verleent een lichtelijk scherpe klank aan de blazers van het Collegium novum. 

Jos van Veldhoven houdt zich bewust aan de eerste versie, maar laat daaruit wel de fluitpartijen weg. Zoals bekend is hij een voorstander van de minimalistische uitvoeringspraktijk wat voor een heldere structuur zorgt met direct aansprekende aria’s en heel gedifferentieerde koorbijdragen. De Johannes Passion leent zich duidelijk beter voor zulke kleinschaligheid dan de Matthäus. Naar het voorbeeld van Harnoncourt draagt de interpretatie een uitgesproken retorisch karakter. De koralen krijgen daardoor soms een ietwat te scherp geaccentueerd karakter.

Opnieuw toont Gerd Türk zich een ideale evangelist en de overige solisten presteren naar behoren.

Intiem en aangenaam warm van expressie klinkt wat het Ricercar team rond Philippe Pierlot laat horen. Jammer dat Hans-Jörg Mammel als evangelist hier minder overtuigend is dan bij Junghänel en dat het ook verder nogal aan niveau mankeert behalve bij Stephan MacLeod.

Dat Konrad Junghänel uitkomt met acht zangers en twaalf instrumentalisten maakt duidelijk dat ook hij naar de kleinst mogelijke bezetting streeft. Mammel is nogal plechtige, lichtelijk retorische evangelist, Flagg een echt lijdende Jezus en de overige zangers tonen een gelijkmatig, goed niveau.

Wat tot voorlopig slot vooral imponeert bij John Butt en de leden van zijn Dunedin Consort, is een soort natuurlijke vitaliteit. In de passiemuziek volgt Butt de steeds belangrijker geworden minimalistische opvatting. Hij doet dat met de schijnbaar eenvoudigste middelen (een koor met acht leden). Bij de solisten overlaadt vooral sopraan Joanna Lunn zich met roem. Nicholas Mulroy maakt als evangelist mogelijk een lichtelijk knorrige indruk, doch opereert lenig en vindt een mooi evenwicht tussen het verhalende en het muzikale. Matthew Brook is een waardige Jezus met charisma en gezag.

De koorzangers zorgen dat hun bijdragen wat persoonlijks hebben en niet louter anoniem klinken. Hun inbreng klinkt puur, veerkrachtig en transparant. De instrumentalisten spelen stijlvol en met verve. De hele opname maakt een zorgvuldig voorbereide, historisch getrouwe en goed overtuigend voorgedragen indruk.

 

Conclusie

 

Bij de traditionalisten gaat nog steeds de voorkeur uit naar Schreier. Bij de authentieken met een wat grotere bezetting gaat het tussen tweemaal Gardiner (liefst beide zelf beluisteren) en bij de kleine bezetting tussen Butt, Van Veldhoven, Suzuki en Herreweghe II; Suzuki zorgde ook voor de aantrekkelijkste dvd opname zorgde.

 

Discografie

 

1938. Herbert Janssen, Emanuul List, Karin Kranzel, Margarita Branzel, Koloman von Patakay met koor en orkest van het Colon theater Buenos Aires o.l.v. Erich Kleiber. Gebhardt JGCD 0049-2 (2 cd’s).

 

1954. Ernst Häfliger, Franz Kelch, Agnes Giebel, Marga Höffgen met het Thomaskoor en Gewandhausorkest Leipzig o.l.v. Günther  Ramin. Berlin Classics BC 3291-2 (12 cd’s), 18394-2 (10 cd’s),  Edel 2312 CCC (10 cd’s).

 

1954. Ferry Gruber, Harald Buchsbaum, Gisela Rathauscher, Elfriede Hofstätter, Rudolf Kreuzberger, Otto Wiener met het Weens akademie kamerkoor en het Weens symfonie orkest o.l.v. Ferdinand Grossmann. Vox 222381 (10 cd’s).

 

1955. Julius Patzak, Gérard Souzay, Uta Graf, Marga Nöffgen, Walter Berry met de Wiener Singakademie en het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Fritz Lehmann. Music & Arts 1238 (2 cd’s).

 

1960. Peter Pears, Hans Hotter, Elisabeth Grümmer, Marga Höffgen, John van Kesteren, Keith Engen met koor en orkest van de Beierse omroep o.l.v. Eugen Jochum. Golden Melodram GM 4.0076 (2 cd’s).

 

1960. Helmut Krebs, FranzKelch, Friederike Sailer, Marga Höffgen, Hermann Werdermann met het Schützkoor Heilbronn en het Pforzheim kamerorkest o.l.v. Fritz Werner. Erato 2564-61403-2 (2 cd’s).

 

1961. Fritz Wunderlich, Dietrich Fischer-Dieskau, Elisabeth Grümmer, Christa Ludwig, Josef Traxel, Karl Christian Kohn met het koor van de St. Hedwigs kathedraal Berlijn en het Berlijns symfonie orkest o.l.v. Karl Forster. EMI 764.234-2 (2 cd’s).

 

1963. Richard Lewis, Heinz Rehfuss, Agnes Giebel, Wilhelmine Matthès met het koor van de Nederlandse Bachvereniging en het Amsterdams filharmonisch orkest o.l.v. André Vandernoot. Nonesuch HC 73004 (2 cd’s).

 

1964. Ernst Häfliger, Hermann Prey, Evelyn Lear, Hertha Töpper, Hermann Prey, Keith Engen met het Münchens Bachkoor en –orkest o.l.v. Karl Richter. Archiv 413.622-2 (2 cd’s).

 

1965. Kurt Equiluz, Max van Egmond, Jacques Villisech, Bert van ’t Hoff, Siegried Schneeweis, Wiener Sängerknaben, Chorus Vienensis en Concentus musicus Wenen o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Teldec 2292-42492-2 (2 cd’s).

 

1967. Ernst Häfliger, Alexander Young, Walter Berry, Agnes Giebel, Marga Höffgen, Franz Crass met het Groot Omroepkoor en het Concertgebouworkest o.l.v. Eugen Jochum. Philips 462.173-2 (2 cd’s).

 

1967. Ernst Häfliger, Walter Berry, Agnes Giebel, Marga Höffgen, Alexander Young, Franz Crass met het Groot Omroepkoor en het Concertgebouworkest o.l.v. Eugen Jochum. Philips 426.645-2 (2 cd’s).

 

1968. Ernst Häfliger, Peter van der Bilt, Ursula Buckel, Hertha Töpper met het Münchens Bachkoor en –orkest o.l.v. Karl Richter. Melodiya C 10-06773-78 (3 lp’s).

 

1969. Theo Altmeyer, Franz Crass, Elly Ameling, Brigitte Fassbänder, Siegmund Nimsgern, Kurt Moll met het Zuidduits Madrigaalkoor en het Consortium musicum o.l.v. Wolfgang Gönnenwein. EMI 762.592-2 (2 cd’s).

 

1974. Dieter Ellenbeck, Walter Berry, Elly Ameling, Julia Hamari, Werner Hollweg, Hermann Prey met de Stuttgarter Hymnus Chorknaben en het Stuttgarts kamerorkest o.l.v. Karl Münchinger. Decca 414.068-2 (2 cd’s), Newton 8802001-9 (9 cd’s).

 

1977. Kurt Equiluz, Ruud van der Meer, Felicity Palmer, Birgit Finnilä, Werner Krenn, Philippe Huttenlocher met het Vocaalensemble en -Kamerorkest Lausanne o.l.v. Michel Corboz. Erato 2292-45406-2 (2 cd’s).

 

1979. Marius van Altena, Max van Egmond, Marianne Kweksilber, Charles Brett, Harry Geraerts, Harry van der Kamp met koor en orkest van de Groningse Bachvereniging o.l.v. Johan van der Meer. Eigen uitgave Groningse Bachvereniging.

 

1984. Peter Schreier, Philippe Huttenlocher, Arleen Augér, Julia Hamari, Dietrich Fischer-Dieskau met de Gächinger Kantorei en het Bach-Collegium Stuttgart o.l.v. Helmuth Rilling. Sony 88697-68717-2 (2 cd’s).

 

1986. Hein Meens, Max van Egmond, Barbara Schlick, Hilke Helling met het Bachkoor Holland en het Amsterdams kamerorkest o.l.v. Charles de Wolf. Vanguard 99062 (2 cd’s).

 

1986. Anthony Rolfe Johnson, Stephen Varcoe, Cornelius Hauptmann, Nancy Argenta, Michael Chance met het Monteverdikoor en de English Baroque soloists o.l.v. John Eliot Gardiner. Archiv 419.324-2 (2 cd’s).

 

1987. Christoph Prégardien, Harry van der Kamp, Barbara Schlick, René Jacobs, Nico van der Meel, Max van Egmond met La petite bande o.l.v. Sigiswald Kuijken. Duitse Harmonia Mundi GD 77041 (2 cd’s), 82876-67402-2 (5 cd’s).

 

1987. Howard Crook, Peter Kooy. Barbara Schlick, Catherine Patriasz, William Kendall met het Collegium vocale Gent en de Chapelle royale o.l.v. Philippe Herreweghe. Harmonia Mundi HMC 90.1264/5 (2 cd’s).

 

1988. Daniel Pincus, Jeffrey Thomas, Julianne Baird, John Ostendorf, William Sharp met het Brandenburg Colledium koor en –orkest o.l.v. Anthony Newman. Newport NC 60015 (2 cd’s).

 

1988. Peter Schreier, Robert Holl, Marjana Lipovsek, Roberta Alexander, Olaf Bär met het Leipzigs omroepkoor en de Staatskapel Dresden o.l.v. Peter Schreier. Philips 422.088-2 (2 cd’s). 

 

1989. Ian Partridge, David Wilson-Johnson, Patrizia Kwella, David James, William Kendall, Michael George met The Sixteen o.l.v. Harry Christophers. Chandos CHAN 0507/8 (2 cd’s).

 

1989. Anthony Rolfe Johnson, Olaf Bär, Nancy Argenta, Anne Sofie von Otter, Hans-Peter Blochwitz met het Monteverdikoor en de English Baroque Soloists o.l.v. John Eliot Gardiner. Archiv 477.8735.

 

1990. Adalbert Kraus, Reinhard Hagen, Christine Schäfer, Yvi Jänicke, Timo Schöning met de Hymnus Chorknaben Stuttgart en orkest o.l.v. Eckhard Weyand. Hänssler 98968 (2 cd’s).

 

Versie 1749 1990. Christoph Prégardien, Hans-Georg Wimmer, Martina Lins, Dorothea Röschmann, Ralf Popken, Markus Brutscher, Gotthold Schwarz met de Rheinische Kantorei en Das Kleine Konzert o.l.v. Hermann Max. Capriccio 60023-2 (2 cd’s) 

 

Versie 1749 1990. Rogers Covey-Crump, David Thomas, Tessa Bonner, Emily van Evera, Caroline Trevor met het Taverner Consort en –Players o.l.v. Andrew Parrott. EMI 754.083-2 (2 cd’s).

 

1990. Claes-Hakan Ahnsjö, Anton Scharinger, Inga Nielsen, Christa Schneider, Nathalie Stutzmann, Robert Swensen, Karl Prokopetz, Thomas Quasthoff met het koor Neubeuern en het Bach Collegium München o.l.v. Enoch zu Guttenberg. BMG ……., RCA 82876-55701-2 (10 cd’s).

 

1991. Ulrich Müller-Adam, Ulrich Messthaler, Dorothea Frey, Christopher Robson, Andreas Lebeda met de Bach-Kantorei en Orkest ad fontes o.l.v. Wilfried Schnetzler. AVO 920-417 (2 cd’s).

 

1991. Jiri Cee, Vratislav Kriz, Ludmila Vernerová, Jaroslava Horska, Jan Holub, Dalibor Kenis met Coro Misto en Suk kamerorkest o.l.v. Oliver von Dohnanyi. Pentagon PTC……. .

 

1992. Nico van der Meel, Kristinn Sigmundsson, Annegeer Stumphius, James Bowman, Christoph Prégardien, Peter Kooy met het Nederlands kamerkoor en het Orkest van de achttiende eeuw o.l.v. Frans Brüggen. Philips 434.905-2, Decca 480.3578 (2 cd’s).

 

1993. Robin Doveton, David van Asch, Angus Davidson, Julian Podger, Adrian Peacock met het Scholars barokensemble. Naxos 8.550664-2 (2 cd’s).

 

1993. Guy de Mey, Peter Kooy, Barbara Schlick, Kai Wessel, Klaus Mertens met het koor van de Nederlandse Bachvereniging en het Amsterdams Barokorkest o.l.v. Ton Koopman. Erato 4509-94675-2 (2 cd’s).

 

1993. Howard Crook, Thomas Lander, Christina Högman, Monica Groop, Gunnar Lundberg met het Eric Ericson kamerkoor en het Drottningholm barokensemble o.l.v. Eric Ericson. Vanguard 99047/8, Proprius PRCD 2016/7 (2 cd’s).

 

1993. Anthony Rolfe Johnson, Robert Holl, Angela Maria Blasi, Marjana Lipovsek, Anton Scharinger met het Arnold Schönberg koor en Concentus musicus Wenen o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Teldec 9031-748620-2 (2 cd’s).

 

1994. Charles Daniels, Peter Harvey, Martina Lins, Andreas Scholl, Christoph Prégardien met het Vocaal – en Instrumentaal ensemble Lausanne o.l.v. Michel Corboz. Cascavelle VEL 3158 (7 cd’s), VEL 3087 (2 cd’s).

 

1995. Martin Petzold, Colin Mason, Iris Wagner, Werner Buchin, Johannes Chum, Matthias Horn met de Capella St. Nicolai en orkest o.l.v. Jürgen Wolf. RAM 59541-2 (2 cd’s).

 

1996. John Mark Ainsley, Stephen Richardson, Catherine Bott, Michael Chance, Stephen Varcoe met het King’s College koor Cambridge en het Brandenburg Consort o.l.v. Roy Goodman. Columns 290241 (2 cd’s).

 

1996. Markus Schäfer, Hans Griepentrog, hristiana Oelze, Monica Groop, Michael Volle met het Windsbacher jongenskoor en het Münchens kamerorkest o.l.v. Karl-Friedrich Beringer. Teldec ……, Bayer ….. (2 cd’s).  

 

1996. Ian Honeyman, Werner van Mechelen, Greta de Reyghere, Steven Dugardin, Dirk Snellings met Fondamento o.l.v. Paul Dombrecht. Passacaille 912 (2 cd’s). 

 

Versie 1725. 1996. John Mark Ainsley, Stephen Richardson, Catherine Bott, Michael Chance, Paul Agnew met het King’s College koor Cambrigde en het Brandenburg Consort o.l.v. Stephen Cleobury. United Classics T2CD 2012088, Brilliant Classics 99369/4-5 (2 cd’s).

 

1996. Michael Schade, Matthias Goerne, Juliane Banse, Ingeborg Danz, Andreas Schmidt met de Gächinger Kantorei Stuttgart en het Bach Collegium Stuttgart o.l.v. Helmuth Rilling. Hänssler 98170 (2 cd’s).

 

Versie 1749. 1998. Gerd Türk, Peter Kooy, Carolyn Sampson, Rachel Nicholls, Robin Blaze met het Bach Collegium Japan o.l.v. Masaaki Suzuki. BIS CD 9022/22 (10 cd’s).

 

1998. Frank Kelley, Mark McSweeny, Jayne West, Pamela Dellal, Gerald Gray, Paul Guttry e.a. met Emmanuel Music o.l.v. Craig Smith. Koch 374762 (2 cd’s).

 

1998. Christoph Genz, Egbert Junghanns, Christiane Oelze, Annette Markert, Andreas Scheibner met de Hallenser Madrigalisten en de Virtuosi Saxoniae o.l.v. Ludwig Güttler. Dresden Classics ….. (2 cd’s).

 

1998. Jeremy Ovenden, Klaus Mertens, Roberta Invernizzi, Claudia Schubert, Nico van der Meel met het Koor van de Zwitserse omroep Lugano en het Ensemble Vanitas o.l.v. Diego Fasolis. Arts 47539-2 (2 cd’s).

 

Versie 1725. 1999.  Markus Brutscher, Thomas Laske, Ruth Holton, Bogna Bartosz, Tom Sol met het Keuls kamerkoor en het Collegium Cartusianum o.l.v. Peter Neumann. MDG MDG 3320983-2 (2 cd’s).

 

1999. Lothar Odinius, Peter Lika, Hellen Kwon, Ursula Eittinger, Wolfgang Newerla met de Bachacademie van de Europese kooracademie en orkest o.l.v. Joshard Daus. Arte Niva 74321-67521-2 (2 cd’s).

 

Versie 1725. 2000. MarkPadmore, Michael Volle, Sibylla Rubens, Cécile Kemopenaers, Andreas Scholl, Malcolm Bennett, Sebastian Noack, Dominik Wörner met het Collegium vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe. Harmonia Mundi HMC 90.1748/9 (2 cd’s).

 

2001. James Gilchrist, John Bernays, Joe Littlewood, James Bowman, Matthew Beale, koor van New College Oxford en Collegium novum o.l.v. Edward Higginbottom. Naxos 8.557296/7 (2 cd’s).

 

2001. Markus Schäfer, Andreas Scheibner, Simone Nold, Elisabeth Wilke, Egbert Junghanns met koor en orkest van het Teatro Lirico Cagliari o.l.v. Peter Schreier. Dynamic CDS 410/1-2 (2 cd’s).

 

2003. Mark Padmore, Hanno Müller-Brachmann, Katherine Fuge, Bernarda Fink, Peter Harvey met het Monteverdikoor en de English Baroque Soloists o.l.v. John Eliot Gardiner. Soli Deo Gloria SDG 712 (2 cd’s).

 

2004. Gerd Türk, Stephan MacLeod, Caroline Stam, Peter de Groot, Bas Ramselaar met het Ensemble van de Nederlandse Bachvereniging o.l.v. Jos van Veldhoven. Channel Classics CCS SA 22005 (2 cd’s).

 

2004. Gerd Türk, Klaus Mertens, Eva Maria Leonardy, Eva Sandhoff, Peter Brechbüller met de Keulse Kantorei en de Johann Christian Bach Akademie o.l.v. Volker Hempfling. AVI 53006 (2 cd’s).

 

2007. Marcus Ullmann, Gotthold Schwarz, Ruth Holton, Matthias Rexroth met het Thomanerchor en het Gewandhausorkest Leipzig o.l.v. Georg Christoph Biller. Rondeau ROP 4024/7 (3 cd’s).

 

2008. Julian Prégardien, Benoît Arnould, Tanya Aspelmeier, Salomé Haller, Dominik Wörner met de Chapelle Rhénane o.l.v. Benoît Haller. Zig Zag Territoires ZZT 100301-2 (2 cd’s).

 

2010. Hans Jörg Mammel, Matthias Vieweg, Maria Keohane, Carlos Mena, Jan Kobow met het Ricercar Consort o.l.v. Philippe Pierlot. Mirare MIR 136 (2 cd’s).

 

2010. Markus Schäfer, Thomas Oliemans, Carolyn Sampson, Michael Chance, Marcel Beekman met Cappella Amsterdam en het Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Brüggen. Glossa GCD 921113 (2 cd’s).

 

2011. Charles Daniels, Joshua Hopkins, Shannon Mercer, Matthew White, Jacques-Olivier Chartier met de Cappella Romana en het Portland Baroque orkest o.l.v. Monica Huggett. Avie AV 2236 (2 cd’s).

 

2011. Charles Daniels, William Sharp, Julia Doyle, Daniel Taylor, Benjamin Butterfield met het Bachoor en –Festival orkest Bethlehem o.l.v. Greg Funfgeld. Analekta AN 29890-1 (2 cd’s).

 

Versie 1749. 2011. Hans Jörg Mammel, Markus Flaig, Sabine Goetz, Amaryllis Dieltiens, Elisabeth Popien, Alexander Schneider, Georg Poplutz en Wolf Matthias Friedrich met Cantus Kölln o.l.v. Konrad Junghänel. Accent ACC 24251 (2 cd’s).

 

2011. Christoph Genz, Jens Hamann, Gerlinde Sämann, Petra Noskaiová met La petite bande o.l.v. Sigiswald Kuyken. Challenge CC 72545 (2 cd’s).

 

2012. Nicholas Mulroy, Matthew Brook, Joanna Lunn, Clare Wilkinson, Robert Davies met het Dunedin Consort. Linn CKD 419 (2 cd’s).

 

2012. Ian Bostridge, Neal Davies, Carolyn Sampson, Iestyn Davies, Nicholas Mulroy met Polyphony en het Orkest of the Age of musical enlightenment o.l.v. Stephen Layton. Hyperion CDA 67901/2 (2 cd’s).

 

In het Engels

 

1971. Peter Pears, Gwynne Howell, Heather Harper, Alfreda Hodgson, Robert Tear, John Shirley Quirk met het kinderkoor van de Wandworth school en het Engels kamerorkest o.l.v. Benjamin Britten. Decca 443.859-2 (2 cd’s).

 

Video

 

1970. Peter Schreier, Ernst Gerold Schramm, Helen Donath, Julia Hamari, Siegmund Nimsgern met het Münchens Bachkoor en –orkest o.l.v. Karl Richter. DG 073-411-2 (dvd).

 

1985. Kurt Equiluz, Robert Holl, Solisten uit het Tölzer jongenskoor,Thomas Moser, Anton Scharinger met het Tölzer jongenskoor en Concentus musicus Wenen o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. DG 073-4291 (dvd).

 

1996. John Mark Ainsley, Stephen Richardson, Catherine Bott, Michael Chance, Paul Agnew met het King’s College koor Cambrigde en het Brandenburg Consort o.l.v. Stephen Cleobury. Brilliant Classics 99780 (dvd).

 

2000. Gerd Türk, Chiuki Urano, Midori Suzuki, Robin Blaze, Stephen MacLeod met het Bach Collegium Japan o.l.v. Masaaki Suzuki. Euro Arts 2050396 (dvd).