MARTIN: PETITE SYMPHONIE CONCERTANTE
Vergelijkende Discografieen

MARTIN: PETITE SYMPHONIE CONCERTANTE

 

“Hij heeft de duivelskring waarin de dodecafonisten waren gevangen doorbroken en de weg teruggevonden naar de grenzeloze spiraal van de stijgende kwinten” (Ernest Ansermet).

 

Achtergronden

 

De Petite symphonie concertante, waarschijnlijk Martins meesterwerk, werd in 1944/5 in opdracht van de mecenas, impresario en dirigent Paul Sacher uit Bazel gecomponeerd. De wens was om een werk te schrijven waarin zonder dat dit een strikte eis was liefst alle gangbare van snaren voorziene instrumenten te combineren: harp, klavecimbel, piano en strijkorkest. Bedoeld voor zijn Bazels Symfonie orkest

Martin leverde vervolgens een werk met als model de achttiende eeuwse concerto grosso vorm, maar keerde de prioriteiten enigszins om door de harp en het klavecimbel, die normaal tot een begeleidende rol zijn veroordeeld, voorrang te verlenen. Harp en piano zorgen voor coloristische effecten maar tonen geen solistische ambities.

Martin’s inzet van deze unieke instrumenten combinatie is heel effectief en als zoveel van zijn werken is ook dit geconstrueerd van thema’s waarin alle twaalf noten van de chromatische toonreeks zijn gebruikt, maar dan gehuld in een harmonische stijl die deze muziek haast tonaal doet klinken want veel meer dan lippendienst bewijst de componist niet aan het twaalftoons systeem. Zo ontstond een briljant en verfijnd werk met een heldere structuur met heel chromatische en wat hoekige muzikale lijnen. 

In 1946 besloot de componist om het stuk te bewerken tot een min of meer normale symfonie omdat hij bang was dat de ongewone bezetting de popularisatie in de weg zou staan.

Wat zo ontstond is een heel boeiend werk met haast magische trekken. Vooral het middendeel ademt iets van de sfeer van een grasgroen, in maanlicht badend landschap. 

Martin kreeg overigens ongelijk, want de Petite symphonie werd en bleef zijn meest uitgevoerde werk en niet die Symfonie, al is het goed om die ook eens te beluisteren.  

 

De opnamen

 

Uit de discografie blijkt hoezeer veel uitvoerenden de solo instrumenten beschouwen als een integraal deel van het werk zodat ze vaak niet eens worden gespecificeerd.

Al gaat de kennismaking op lp terug tot Ferenc Fricsay (heel levendig) en Ernest Ansermet (2x, vrij tam), hun mono opnamen klinken thans niet meer zodanig interessant en treffend genoeg dat ze nog een serieuze rol spelen. Leopold Stokowski toont zich een interpretatieve outsider en Günter Wand lijkt ook niet erg vertrouwd met het verlangde idiomatische inzicht.

De sfeer klaart op met Armin Jordan die het werk rustig en grondig aanpakt; solisten en orkest zijn heel participerend en in goede balans.

Maar interessanter is hierna de erg goed klinkende Chandos uitgave van Matthias Bamert die de Petite symphonie mooi combineert met de daaruit geworden symfonie. 

Ook weer als landgenoot, goed thuis in hedendaagse muziek, blijkt Thierry Fischer de ideale pleitbezorger voor deze muziek. Meteen wordt de indruk gewekt dat het Geneefs kamerorkest heel vertrouwd is met deze werken; het zorgt voor precies de verlangde combinatie van virtuositeit en verfijning in een dynamische, expressieve en haast opwindende uitvoering.

Hoe mooi ook opgenomen, de versie van Steven Sloane kan het niet goed opnemen tegen de brille, verfijning en zelfverzekerdheid van Fischer.

 

Conclusie

 

Het eindoordeel is ditmaal eenduidig: alles pleit voor Fischer; hij biedt aanvullend het Concert voor 7 blazers, slagwerk en strijkers en de Passacaglia. Bamert komt op de tweede plaats, met als pluspunt de koppeling van de Symfonie.

 

Discografie

 

1950. RIAS symfonie orkest Berlijn o.l.v. Ferenc Fricsay. DG 474.383-2 (9 cd’s).

 

1951. Simone Sporch (hrp), Germaine Vaucher-Clerc (kl) met het Suisse romande orkest o.l.v. Ernest Ansermet. Decca 448.264-2 (2 cd’s).

 

1957. Stokowski symfonie orkest o.l.v. Leopold Stokowski. EMI 565.868-2.

 

1961. Suisse romande orkest o.l.v. Ernest Ansermet. Decca 430.003-2.

 

1985. Ludmilla Muster, Wilhelm Neuhaus en Jürgen Lamke met het NDR Symfonie orkest o.l.v. Günter Wand. RCA RD 60827.

 

1989. Eva Guibentif (hrp), Christiana Jaccottet (kl) met het Suisse romande orkest o.l.v. Armin Jordan. Warner 0927-48687-2.

 

1993. Londens filharmonisch orkest o.l.v. Matthias Bamert. Chandos CHAN 9312.

 

1993. Chantal Mathieu (hrp), Verena Graf (kl) met het Zürichs kamerorkest o.l.v. Edmond de Stoutz. Callo CD 713.

 

1996. Geneefs kamerorkest o.l.v. Thierry Fischer. Dinemic DCCD 012.

 

2009. Stavanger symfonie orkest o.l.v. Steven Sloane. MDG MDG 901.1614-6.

 

Symfonie 

 

1993. Londens filharmonisch orkest o.l.v. Matthias Bamert. Chandos CHAN 9312.

 

Video

 

1951. Eva Hunziker (hrp), Germaine Vaucher-Clerc (kl) m et het Suisse romande orkest o.l.v. Ernest Ansermet. Cascavelle VELD 7005 (2 dvd’s).