MOZART: PIANOWERKEN (COMPLEET)
Vergelijkende Discografieen

MOZART: PIANOWERKEN

 

Lange tijd werden Mozarts pianowerken onderschat. Er was een aantal toonaangevende solisten voor nodig om pas echt na W.O. II die zaak recht te zetten.

 

Achtergronden

 

Gedurende de eerste helft van zijn muzikale loopbaan was Mozart meer uitvoerend kunstenaar dan componist. Verder was hij in feite de eerste grote exponent van de dan betrekkelijk nieuwe pianoforte. Als vertolker en leraar moedigde hij helder spel aan en wees hij virtuoos vertoon af; zo had hij een flinke hekel aan hert spel van Clementi. Die houding vinden we enigszins terug in zijn pianowerken.

Mozarts eerste pianocomposities bestonden uit korte losse deeltjes en wat variatiewerken die hij voor zijn zus Nannerl en zichzelf schreef. Zijn eerste volwaardige sonates werden pas sinds 1774 geschreven; werken die nog duidelijk onder de invloed van Haydn stonden. Maar daarna ging het snel verder, waarbij die latere sonates een veel  grotere harmonische vernuftigheid en melodische rijkdom vertonen hoewel ze in technisch opzicht feitelijk niet moeilijker speelbaar zijn. 

Het feit dat pianoleerlingen de simpelste van deze stukken al vrij snel  onder de knie krijgen, was lang aanleiding om er wat denigrerend over te doen. De uitspraak van Artur Schnabel dat deze muziek ‘te makkelijk is voor amateurs en te lastig voor professionals’ was lang een gevleugeld woord.

Dat desondanks deze werken niet al te vaak op recitalprogramma’s verschijnen zal er wel mee te maken hebben dat ze in verhouding tot de latere romantische sonates wat weinig kleurrijk, niet zo’n grote emotionele inhoud en blijken van virtuositeit te bieden hebben.

Wat de reeks van achttien sonates betreft die begint met een zestal uit begin 1775 (KV 179/84, vier eerdere zijn verloren gegaan) en eindigt met de opwindende KV 576 uit 1789: deze kent geen dieptepunten. KV 545 (‘voor beginners’ is een meesterstuk van technische wijsheid dat nooit verbleekt.

De term ‘genie’ is misschien van toepassing op de finale met thema en variaties uit KV 284, een grootschalige verkenning van diverse tempi en verbredende horizonten.

Het meest dramatisch is het a-klein van KV 310 (uit de tijd van de dood van Mozarts moeder) en het duistere, gepassioneerde c-klein van KV 570 met zijn bovenzinnelijke adagio verdient ook de volle aandacht. Dat KV 331 zo populair werd, is ongetwijfeld aan het rondo alla Turca te danken.

Het nalopen van de hele cyclus heeft ten opzichte van het slechts de lekkerste krenten uit de pap te pikken als groot voordeel, dat men de hele ontwikkelingsgang goed kan volgen en de zogenaamd mindere en betere werken naast elkaar kunnen worden beoordeeld.

 

De opnamen

 

Lang heeft het geduurd voordat de hier nagenoeg onbekende Duitse pianist Carl Seemann (1910-1983), dus uit wat we nu als een oude generatie beschouwen, de appreciatie kreeg die hij verdiende. Dat hij een afwijkende speeltrant had, was een gevolg van zijn achtergrond. Hij was namelijk primair organist in Leipzig en besloot pas op wat latere leeftijd om de piano voorrang te verlenen. Het betekende wel dat hij de vertolkingswijze van de na-oorlogse Nieuwe Zakelijkheid aanhing, maar ook dacht in de richting van authenticiteit dacht. In ieder geval is het goed hem nog eens in goede monovorm te kunnen beluisteren.

Ook voor de veel vollediger Walter Gieseking geldt dat hij vertegenwoordiger van die Nieuwe Zakelijkheid was maar hij gold ook en terecht als eminent Mozartvertolker. Te prijzen in hem is dat hij zo volledig te werk ging, al zal men in het algemeen niet langer dol zijn op oude mono opnamen.

De eerste reeks van Ingrid Haebler, de aan Salzburg verplichte erg gedegen Mozartspecialiste bewaren we in tweevoud een herinnering. Sommigen vonden haar spel wat popperig, maar zeker haar Philips opnamen zijn nog steeds zeer het aanhoren waard. Dat geldt nauwelijks voor Walter Klien en daarna in wat mindere mate ook voor Christoph Eschenbach (koel, elegant, ongeaffecteerd, maar nogal op de man af), Daniel Barenboim (wel enthousiast maar wat vte grof voor de tijd van ontstaan) en de ooit zeer geprezen Christian Zacharias.

Bijzonder is wel nog steeds de Hongaarse Lili Kraus. Het ontbreekt haar voordracht wat aan gratie en elegantie. Maar ze bezat temperament en persoonlijkheid.

Veel evenwichtiger, allround, stijlvol tot en met   en duidelijk doordachter, echt bewonderenswaardig is natuurlijk Maria João Pires die al eerder een nu ook beschikbare opname dan de later zo bekend geworden DG uitgave heeft gemaakt. Sterk veranderd is haar opvatting in de tussenliggende periode niet, maar de DG opname staat op nog iets hoger plan en klinkt wat beter. Pires is een geweldige stiliste, toont het ware klassiek evenwichtige gevoel en weet een goede balans te scheppen tussen nadruk en expressieve gevoeligheid.

Bijzondere inzichten verspreid ook András Schiff wiens interpretaties helder en licht van toets zijn, soms ook wat ingehouden.

Positief bij Mitsuko Uchida is dat ze een superfijne, intellectueel bepaalde, alerte stijl laat horen die heel goed tegen herhaling bestand is. Haar frasering is bewonderenswaardig en geen detail ontgaat haar. Waar de Japanse veel persoonlijke intimiteit toont, klinkt Pires wat directer met een rustiger welsprekendheid.

Met Alexeï Lubimov die we intussen vrijwel kunnen vergeten, komen we in de wereld van nu haast alleerecht hebbende pianoforte spelers. De Poolse Elizabieta Stefanska brengt het er redelijk, maar niet geweldig af, zeker niet in vergelijking met de om te beginnen uiterst volledige Ronald Brautigam. Hij speelt op een Amsterdamse kopie van Paul McNulty uit 1992 van een Walter fortepiano uit 1795. Zijn intelligente spel loopt over van levendigheid en nuancering. Iedere keer spreekt zijn juiste verbeelding, maar ook zijn gevoeligheid. Mozart zelf zou waarschijnlijk aangenaam verbaasd zijn als hij kon horen hoe waardevol zijn muziek kan klinken, juist ook omdat de opname zelf technisch zo voortreffelijk is.

Het oordeel over Christian Bezuidenhout moet voorlopig zijn omdat hij pas ongeveer halverwege zijn complete versie is. Ook hij is bezig aan een integrale opname en speelt de werken niet rangschikking naar genre, maar in chronologische volgorde wat voor veel afwisseling zorgt. Ook hij bespeelt een kopie van een Walter vleugel, ditmaal eentje uit 1805. Zijn spel wordt gekenmerkt door fantasie en een opvallende mate aan vrijheid wat de tempokeus betreft. De opera (cavatinestijl) lijkt op de achtergrond steeds aanwezig. Fijnzinnigheid en een uitstekend structuurbesef zijn eveneens evident. Kortom: imposante Mozartvertolkingen met hoge verwachtingen voor het vervolg.

 

Conclusie

 

Voor het moment gaat bij de volledige opnamen nog de voorkeur naar Brautigam uit, maar Bezuidenhout zit hem op de hielen. Waar het louter om de sonates gaat, is het vooral een keuze tussen Pires (DG) en Uchida, met Schiff op enige afstand.

 

Discografie

 

1949/55. Mozart: Pianosonates nr. 1-18; Fantasie in c KV 475; Rondo in F KV 494; Menuet in g KV 1; Variaties nr. 1-9 in C KV 264 (315d) over ‘Lison dormait’; Variaties nr. 1-12 in C KV 265 (300e) over ‘Ah vous dirai-je, maman’; Allegro in g KV 312 (590d); Menuet in D KV 355 (576b); Fantasie in c KV 396 (385f); Variaties nr.1-9 in d KV 264 (315d) over ‘Lison dormait’; Fantasie in d KV 397 (385g); Variaties nr. 1-10 in G KV 455 over ‘Unser dummer Pöbel meint’; Rondo’s in D KV 485 en a KV 511; Adagio in b KV 540; Variaties nr. 1-9 in D KV 573; Gigue in G KV 574; Variaties in A KV Anh. 137. Carl Seemann. DG 477.5856 (6 cd’s, 6u. 53’51”). 

 

1953/4. Mozart: Pianosonates nr. 1-17; Menuetten in g KV 1; in F KV 2; Allegro in Bes KV 3; Menuet in F KV 4; Variaties nr. 1-8 in G KV 24 ‘Laat ons juichen, Batavieren’; Variaties nr. 1-7 in D KV 25 ‘Willem van Nassau’; Variaties KV 54 (138); Menuet in D KV 94; Variaties nr. 1-6 in G KV 180 ‘Mio care Adone’; Variaties nr.1-12 in C KV 179 (189a); Allegro in g KV 312 (590d); Variaties nr. 1-12 in Es KV 354 (299a) over ‘Je suis Lindor’; Capriccio in C KV 395; Variaties nr. 1-12 in C KV 265 (300e) over ‘Ah, vous dirai-je, maman’; Variaties nr.1-12 in Es KV 353 (300f) over ‘La belle françoise’; Variaties nr. 1-9 in C KV 264 (315d) over ‘Lison dormait’;   Menuetten nr. 1-8 KV 315a (315g); Variaties nr.1-8 in F KV 352 (374c) over ‘Dieu d’amour’; Allegro in Bes KV 400; Fantasie en fuga in C KV 394 (383a); Fuga in g KV 401, KV 375e (vierhandig); Fantasieën in c KV 396 (385f) en KV 399 (385i); Suite KV 399 (385i); Variaties nr. 1-6 in  F KV 398 (416e) over ‘Salve tu Domine’; Kleiner Trauermarsch in c KV 453a; Variaties nr.1-8 over ‘Come un’agello’; Variaties nr.1-10 in G over ‘Unser dummer Pöbel meint’; Fantasie in c KV 475; Rondo in D KV 485; Variaties nr. 1-12 in Bes KV 500; Duitse dansen nr. 1-6 KV 509; Rondo in a KV 511; Adagio in b KV 540; Variaties nr. 1-9 in D KV 573; Gigue in G KV 574; Andantino in Es KV 236 (588b); Menuet in D KV 355 (576b); Adagio voor glasharmonica in C KV 356; Variaties in F KV 613 ‘Ein Wei bist das herrlichste Ding’; Andante für eine kleine Orgelwalze KV 616. Walter Gieseking. EMI 763.688-2 (8 cd’s mono, 9u. 01’02”).  

 

1963/5. Mozart: Pianosonates nr. 1-18; complete andere pianowerken als hierboven. Ingrid Haebler. Philips 456.132-2 (10 cd’s, 12u. 41”). 

 

1964. Mozart: Pianosonates nr.1-18. Walter Klien Vox CDX 5026 en 5046 (4 cd’s, 4u. 40’14”).

 

1966/9. Mozart: Pianosonates nr. 1-18.  Christoph Eschenbach. DG 419.445-2 (5 cd’s, 5u. 37’38”).

 

1967/8. Mozart: Pianosonates nr. 1-17; Fantasieën in d KV 397 en c KV 475; Rondo in D KV 488. Lili Kraus. Sony 82876-88808-2 (4 cd’s, 5u. 00’46”). 

Met extra: Variaties KV 353, 398 en 460; Allegro KV 312; Menuet KV 355; Rondo KV 511; Adagio KV 540 en Gigue KV 574. Music & Arts CD 1001 (5 cd’s). 

 

1971/8. Mozart: Sonates voor piano vierhandig in C KV 19d, in D KV 381, in Bes KV 358, in D KV 448 (375a) en in F KV 497; Fuga KV 426; Larghetto en allegro in Es KV deest. Ingrid Haebler en Ludwig Hoffmann c.q. Jörg Demus en Paul Badura-Skoda. Philips 422.516-2 (2 cd’s, 2u. 26’57”).

 

1989. Mozart: Variatiewerken voor piano (compleet); Menuet in D KV 355 (576b); Fantasie in d KV 397 (385g); Rondo’s in D KV 485 en a KV 511; Adagio in b KV 540; Gigue in G KV 574; Pianostuk in F KV 33b; Capriccio in C KV 395; Mars in C KV 408/1 (383e); Fantasie en fuga in C KV 394 (383a); Allegro in g KV 312; Suite KV 399 (385i); Allegro in Bes KV 400; Kleiner Trauermarsch in c KV 453a; Menuetten in G KV 1, in F KV 1d, in F KV 2, in D KV 94; in F KV 5; Andante in C KV 1a; Allegro’s in C KV 1b, in F KV 1c en in Bes KV 3; Fuga in g KV 401 (375e). Ingrid Haebler en Mitsuko Uchida (p), Ton Koopman (en Tini Mathot) (kl). Philips 422.518-2 (5 cd’s, 4u. 34’12”). 

 

1986/91.Mozart: Pianosonates nr. 1-18. Ingrid Haebler. Denon COCQ 83689/93 (5 cd’s, 5u. 46’06”).

 

1973. Mozart: Pianosonates nr. 1-18. Maria João Pires. Brilliant Classics 94271 (5 cd’s). 

 

1980. Mozart: Pianosonates nr. 1-18. András Schiff. Decca 443.717-2 (5 cd’s,    ).

 

1983/3. Mozart: Pianosonates nr. 1-18; Fantasie KV 475. Mitsuku Uchida. Philips 422.115-2 (6 cd’s, 5u. 25’33”).

 

1984/5.  Daniel Barenboim. EMI 767.294-2 (5 cd’s, 5u. 49’01”).

 

1985/7. Mozart: Pianosonates nr. 1-18. Christian Zacharias. EMI 763.814-2 (6 cd’s, 5u. 53’24”).

 

1989/90. Mozart: Pianosonates nr. 1-18. Maria João Pires. DG 431.760-2 (6 cd’s, 6u. 36’45”). 

 

1990. Mozart: Pianosonates nr. 1-18. Alexeï Lubimov. Erato  2292-45731-2 (6 cd’s, 5u. 59’10”).

 

1990/1. Mozart: Pianosonates nr. 1-18. Elizabieta Stefanska. Pony Canyon PCCL 00138 (6 cd’s, 7u. 05’36”).

 

1996/7. Mozart: Ronald Brautigam. Pianosonates nr. 1-18; Complete variatieweken en afzonderlijke stukken. BIS CD 1633/36 (10 cd’s, 10u. 28’28”).

 

2005. Mozart: Sonates voor piano vierhandig in C KV 19d, in D KV 381, in Bes KV 358, in D KV 448 (375a) en in F KV 497; Andante en variaties KV 501; Fantasie für eine Orgelwalze KV KV 608; Fuga KV 426; Sonatedelen KV 357; Larghetto en allegro in Es KV deest. Andreas Groethuysen en Yaara Tal. Sony 82876-74654-2 en 82876-78363-2 (2 cd’s, 2u. 08’33”).