Verg. Discografieën

PROKOFIEV: SCYTHISCHE SUITE (ALA EN LOLLI)

PROKOFIEV: SCYTHISCHE SUITE  (ALA EN LOLLI)

 

Een heel groot deel van Prokofievs orkestwerken bestaat uit suites van zijn opera’s, balletten en filmmuziek.. Het is een reeks werken waarin zijn genie voor het juiste theatrale gebaar is gekristalliseerd. De selecties bestaan uit verschillende fragmenten.

 

Achtergronden

 

De Scythische suite uit 1916 is een ongeboren ballet. Een concertversie van de muziek voor Ala en Lolli. Het is het eerste werk dat Prokofiev voor volledig symfonie orkest schreef en tevens een van de opmerkelijkste voorbeelden waarmee Prokofiev het publiek het publiek uit te dagen, op zijn minst opschuddend te verrassen. In die zin kan het werk worden beschouwd als Prokofievs Sacre.

In de zomer van 1914 reisde de componist uit St. Petersburg naar Londen om Sergei Diaghilev te spreken en de Ballets russes te zien. Diaghilev had van de jonge componist gehoord en besloot om deze te ontvangen. Bij die gelegenheid speelde hij hem brokken van zijn Pianoconcert nr. 2 voor. Misschien was dat geschikt voor een ballet? Maar Diaghilev vroeg aan Prokofiev om balletmuziek dat hetzij een sprookje, hetzij een prehistorisch thema als uitgabgspunt had.

Prokofiev keerde naar St. Petersburg terug, trok zich niets aan van het uitbreken van W.O. I, en ging met de Akmeïstische dichter Sergey Gorodetzky op zoek naar een geschikt thema. 

Prokofiev en Gorodetzky gaven beiden de voorkeur aan een prehistorisch onderwerp en doken daarom in historische en archeologische annalen in plaats van in volksverhalen. Tenslotte vonden ze wat ze zochten bij de Griekse historicus Herodotus. Die had geschreven over de barbaarse stam die bekend stond als de Scythen en die rond 400 v. Chr. in de buurt van de Zwarte Zee woonde. Het waren woeste en meedogenloze mensen die niet schuwden mensenbloed te dringen en die allerlei andere afschuwelijke praktijken beoefenden. Het gegeven sprak Prokofiev aan in zijn jeugdige wens om het publiek te choqueren.

Dus deed hij zijn best om een muziek te schrijven die passend was voor het onderwerp. Hij bleef er bij Gorodetzky op aandringen om beelden te vinden die pasten bij het wilde onderwerp. Gorodetzky deed zijn best en Prokofiev reageerde met ritmisch heel intense en harmonisch zeer dissonate muziek. Daarbij moet hem steeds de rel die Stravinsky met zijn Sacre veroorzaakte voor ogen hebben gestaan.

Als enfant terrible hoopte de componist op een vergelijkbaar schandaal met Ala en Lolli. Maar dat bleek een naïeve wens. Het piano uittreksel was bijna klaar toen hij het meenam vaar Milaan waar Diaghilev met zijn gezelschap was. Helaas beschouwde de balletmeester het libretto als zwaar op de hand en statisch en de muziek als oppervlakkig, ‘à la Tcherepnin’. Als troost gaf hij Prokofiev wel de opdracht om de muziek te schrijven voor een nieuw ballet, Het verhaal van de clown.

De negatieve reactie van Diaghilev doet wat vreemd aan voor de man die wel een ballet maakte op Debussy’s Prélude à l’après midi d’un faune en Préludes van Chopin. Mogelijk schrikte de onervarenheid van Prokofiev hem af. Maar Ala en Lolli bevat heel originele muziek en de componist besloot de essentie van de muziek zo goed mogelijk te hergebruiken. Hij corrigeerde hier en daar wat en maakte er een vierdelige suite van.

Het daaraan ten grondslag liggende programma ziet er als volgt uit:

 

I. De aanroeping van zonnegod Veles gevolgd door een offerande aan het geliefde idool Ala, de dochter van Veles.

 

II. De boze god, Chuzhbog, roept de hulp in van de zeven onderaardse monsters die een wilde dans voor hem uitvoeren.

 

III. In het stille duister van de nacht valt Chuzhbog bij Ala binnen. Later wordt ze door de maneschijn verlicht en komen de maanmeisjes haar troosten.

 

IV. De sterflijke held Lolli tracht Ala van Chuzhbog te bevrijden, maar hij wordt overweldigd. Bijna is hij a dood als Veles terugkeert (de zon gaat op) en de boze god wordt verslagen.

Op 29 januari 1916 dirigeerde Prokofiev zelf de première van de Scythische suite in het Mariinsky theater in St. Petersburg. Dat was een ware sensatie. De paukenist had een van zijn stokken vernield, achter het podium moet een cellist hebben uitgeroepen: “Moet ik deze hel doormaken alleen omdat ik een zieke vrouw en drie kinderen heb?” Glazoenof vluchtte uit de zaal. Maar het applaus was enthousiast en overstemde de protesten.   

 

De opnamen

 

Bij de optimale realisatie van de Scythische suite gaat het erom dat het beeld van het de grondvesten van de beschaving in schoktoestand brengende primitieve spektakel zowel als de ontroerende schoonheid van het werk in volmaakt evenwicht worden gebracht en dat de opname dat alles goed tot gelding laat komen.

Aan de eerste twee voorwaarden voldeed de uitvoering van Igor Markevitch heel goed, aan de derde jammer genoeg niet meer. Onvermijdelijk is er weer een stel opnamen niet zo gauw beschikbaar, maar of we van Karel AncerlZdenek KoslerWalter Weller, Dmitry Kitajenko, Kurt MasurEduardo MataSergiu Celibidache, Witold RowickiAlexei GulyanitskyAlan Gilbert, Sascha Goetzel en Kirill Karabits grote verrassingen hadden mogen verwachten, mede gezien de orkest waarmee ze werkten?

De eerste in alle opzichten geweldige eerste versies kwamen in 1957 van Igor Markevitch en Antal Dorati. Indringend, perfectionistisch wordt in beide gevallen gemusiceerd, maar alleen de Living Presence opname van Dorati is nog altijd een wonder aan dynamiek en helderheid.

Aandacht voor de ruige kanten van de muziek toonde Leonard Bernstein duidelijk, maar de mildere kanten van de muziek bleven in een matige opname wat onderbelicht. Als de opnamekwaliteit bij Kyrill Kondrashin beter was geweest, had hij zeker voor de eindronde mee kunnen doen.

De eerste die chronologisch hierna vol kan overtuigen, is Claudio Abbado met een scherp getekende ritualistische interpretatie op het scherp der snede. In iets mindere mate lukt dat ook de veelzijdige, quasi nonchalante Gennady Rozhdestvensky. Bij daarentegen klinkt de muziek voortdurend te mild.

Iemand die de suite behoorlijk weet op te schudden en waar nodig stevig te keer gaat is Neeme Järvi in zijn complete, nog steeds voortreffelijk klinkende Chandos Prokofiev reeks. Ook Simon Rattle, nog in zijn Birmingham periode, maakt een erg overtuigende indruk. De brute, bedreigende kanten van de muziek worden fraai getemperd door de  milde lyrische. Heel briljant gedaan. 

Van Valery Gergiev beschikken we over twee niet lang na elkaar gemaakte opnamen. Goed als die met de Rotterdammers is, de St. Petersburgse is nog een graad extremer, ook wat beter klinkend als echte studio-registratie. Interessant is wel de in Rotterdam gemaakte dvd opname vanwege het repetitiefragment. De Scythische suite is tenslotte één van ’s dirigenten lievelingswerken. Jammer daarom dat het zo betrekkelijk kort is: binnen 25 minuten is het afgelopen. Gergiev schrikt er niet voor terug het in de felle delen bewust ‘lelijk’ te houden. Gelukkig bevat het werk ook lyrische momenten die hier eveneens een mooie behandeling krijgen.

De beide nieuwere opnamen van Marin Alsop - gevoelig, mooi ritmisch profiel en keurig, maar niet elementair fel genoeg - en van Andrew Litton - mooi van detail en helder - maar ook niet indringend en aardgebonden genoeg, vermogen geen diepe blijvende indruk te maken. 

 

Bij de beeldopnamen imponeren beide vertolkingen ongeveer evenzeer. Maar het is bijzonder om de jonge Venezolanen onder Abbado zo geweldig te zien en te horen presteren.

 

Conclusie

 

Een duidelijke winnaar is eigenlijk niet aan te wijzen; Het gaat - ook rekening houdend met de gewenste koppeling - tussen Gergiev/Kirov, Dorati,  Abbado en Kuchar.

 

Discografie

 

1957. Frans nationaal orkest o.l.v. Igor Markevitch. EMI 569.674-2 (2 cd’s).

 

1957. Londens symfonie orkest o.l.v. Antal Dorati. Mercury 432.753-2.

 

1962. Tsjechisch filharmonisch orkest o.l.v. Karel Ancerl. Praga PR 254004.

 

1964. New York filharmonisch orkest o.l.v. Leonard Bernstein. Sony 516240-2, SK 93080.

 

1966. Suisse romande orkest o.l.v. Ernest Ansermet. Decca 466.998-2 (2 cd’s).

 

1973. Tsjechisch filharmonisch orkest o.l.v. Zdenek Kosler. Supraphon SU 4093-2 (4 cd’s).

 

1974. Moskou’s filharmonisch symfonie orkest o.l.v. Kyrill Kondrashin. Globe GLO 6006, Melodiya MEL CD 1000981.

 

1975. Omroeporkest Stuttgart o.l.v. Sergiu Celibidache. DG 445.142-2.

 

1977. Chicago symfonie orkest o.l.v. Claudio Abbado. DG 410.598-2, 447.419-2.

 

1977. Londens filharmonisch orkest o.l.v. Walter Weller. Decca 430.782-2 (4 cd’s).

 

1980. Londens filharmonisch orkest o.l.v. Gennady Rozhdestvensky. BBC Classics 15656 91462.

 

1987. Los Angeles filharmonisch orkest o.l.v. André Previn. Philips 420.934-2, 442.278-2 (2 cd’s).

 

1987. Schots nationaal orkest o.l.v. Neeme Järvi. Chandos CHAN 8584, CHAN 10482.

 

1990. Deens nationaal omroeporkest o.l.v. Dmitri Kitajenko. Chandos CHAN 9001.

 

1991. Gewandhausorkest Leipzig o.l.v. Kurt Masur. Teldec 9031-73284-2, Warner 0927-48747-2.

 

1991. Dallas symfonie orkest o.l.v. Eduardo Mata. Dorian DOR 90156.

 

1992. Birmingham symfonie orkest o.l.v. Simon Rattle. EMI 754.577-2.

 

1994. Oekrains Staatsorkest o.l.v. Theodore Kuchar. Naxos 8.550968-9 (2 cd’s).

 

2001. Staatskapel Berlijn o.l.v. Witold Rowicki. Berlin Classics 00085-2.

 

2002. Krim Staats filharmonisch orkest o.l.v. Alexei Gulyanitsky. Rostok Records 0003/4-97 (2 cd’s).

 

2002. Kirov orkest o.l.v. Valery Gergiev. Philips 473.600-2.

 

2002. Rotterdams filharmonisch orkest o.l.v. Valery Gergiev. Rotterdams philharmonisch orkest RPHO 2005-1 (4 cd’s).

 

2003. Rotterdams filharmonisch orkest o.l.v. Valery Gergiev. 

 

2007. Chicago symfonie orkest o.l.v. Alan Gilbert. CSO Resound CSOR 901.801.

 

2011. Borusan Istanboel filharmonisch orkest o.l.v. Sascha Goetzel. Onyx ONYX 4086.

 

2012. SWR Omroeporkest Baden-Baden Freiburg o.l.v. Kirill Karabits. Hänssler CD 93289.

 

2014. São Paulo symfonie orkest o.l.v. Marin Alsop. Naxos 8.573452.

 

2014. Bergen filharmonisch orkest o.l.v. Andrew Litton. BIS SACD 2124.

 

Arrangement voor harmonie orkest

 

1999. Harmonie orkest St. Michaël Thorn o.l.v. Henz Friessen. World Wind Music WWM 500.055.

 

Video

 

2001. Met repetitie. Rotterdams filharmonisch orkest o.l.v. Valery Gergiev. ArtHaus 100.314 (dvd).

 

2010. Simón Bolívar jeugdorkest Venezuela o.l.v. Claudio Abbado. Accentus Music ACC 20101 (dvd).