VIVALDI: VIOOLCONCERT IL GROSSO MOGUL; FLUITCONCERT IL GRAN MOGUL
Vergelijkende Discografieen

VIVALDI: VIOOLCONCERT IN D RV 208 IL GROSSO MOGUL

 

“Hetzelfde concert, vierhonderd keer”, is hoe Stravinsky Vivaldi omschreef, maar als daaronder één werk is dat deze uitspraak logenstraft, dan is het wel het vioolconcert dat de naam van de Groot Mogul draagt met in zijn kielzog een ongeveer dito getiteld fluitconcert.

 

Achtergronden

 

Het oeuvre van de Rode Priester telt inderdaad alleen al 253 concerten voor viool en orkest. De Groot Mogul is daaronder een betrekkelijk vroeg werk uit 1717. In de vroeger gehanteerde Fanna catalogus het dit concert het nummer I/138.

De ondertitel heeft betrekking op het Indiase hof van de Groot Mogul Akbar-e-Azam (1542-1605) die succesvol regeerde over het keizerrijk Mughai. Behalve bij Vivaldi vinden we hem terug in de historische beschrijving Akbar, een oosterse roman van Limburg Brouwer (1872) en in Afscheid van de keizer van Dirk Collier (2011).

Bach werd door Vivaldi geïnspireerd in zijn gemodificeerde transcriptie van het orgelconcert in C BWV 594.

Zowel het stoere uitdagende begindeel als de frivole finale vereisen een  enorme vingervaardigheid en streektechniek van de solist. Dat wordt alleen bij het beluisteren van een cd niet duidelijk, maar wanneer men in oktober 2015 tijdens optredens met het Combattimento Consort Liza Ferschtman aan het werk zag en hoorde, wekte dat meteen in het allegro behalve qua klankenvloed ook visueel extra bewondering. Het middendeel, grave recitativo is een wat geheimzinnig recitatief dat verrassend ambigu eindigt voor een compositie uit die tijd. Gelukkig zorgt het slotallegro voor een passende oplossing en afsluiting.

Ondanks de mogelijkheden voor virtuoos vertoon van de solist en alle tentoongespreide briljante invallen plus dat het een bevredigend ontwerp toont, valt niet te ontkennen, dat het werk wat arm is aan betekenisvolle ideeën.

 

Het fluitconcert in d RV 431a dat ook refereert aan Il gran Mogul is zowel auditief als visueel een wat minder spectaculair werk. Wat de visuele kant aangaat geen wonder want in tegenstelling tot de heftige bewegingen van de strijkstok is het op afstand moeilijk te onderscheiden hoe driftig de vingerbewegingen zijn en al helemaal niet wat voor eisen aan de ademtechniek worden gesteld. Net als zangers klagen blazers wel dat Bach er blijkbaar niet aan dacht dat je bij het musiceren niet alleen de muziek moet laten ademen, maar dat je zelf als uitvoerend musicus ook continu behoorlijk wat lucht nodig hebt. Voor het overige zijn de drie delen – allegro non molto, larghetto en allegro – ongeveer vergelijkbaar van  aard.

 

De opnamen

 

Opvallend is dat het werk zo lang een Assepoester bestaan leidde en pas sinds eind jaren tachtig enigszins populair werd. Naar de oorzaken daarvan kan slechts worden gegist. Was het voor de gemiddelde violist te moeilijk en dus onaantrekkelijk? Vergde het beter voorbereide, grondiger opgeleide barokspecialisten? Kwam het pas aan bod nadat men op zoek ging naar nicherepertoire toen Vivaldi al aardig was ‘uitgemolken’?

Snel wordt duidelijk dat uitvoeringen als die van Jaap Schröder en Shlomo Mintz eigenlijk helemaal niet meer goed aankomen in 2015. Ook ten opzichte van Marco Fornaciari blijken na 1980 mooiere oplossingen te zijn gevonden. Met iemand als Stanley Ritchie die licht articuleert in het vele passagewerk en die de contouren van het werk mooi afbakent, komen we al dichter in de buurt van het ideaal. Ook Simon Standage onderscheidt zich positief. De opnamen van Francesco Ommassini (ook wat hinderlijk in een pakket van vier cd’s ondergebracht) en de Australische Elizabeth (Libby) Wallfisch ontbraken op het appèl.

Met Gordan Nikolitch komen we dichter in de buurt met een semi-authentieke lezing. Maar het is pas de hierop overgeschakelde Viktoria Mullova die in dit opzicht echt schittert en sprankelt met haar van darmsnaren voorziene Strad. Haar vibrato is bescheiden, maar steunt nog wel op de Russische traditie. Maar wat speelt ze geweldig met levendige ritmen en exact, helder passagewerk. Daarenboven toont ze veel verbeelding. Gelukkig krijgt ze een mooi spirituele begeleiding. Denk terug aan haar H.F. Bach solo vertolkingen in Amsterdam.

Het was in deze categorie – allerminst onverwacht – dat Monica Huggett als eerste schitterde en daarmee voor de eerste topuitvoering zorgde. De echt gespecialiseerde Giuliano Carmignola behoort als andere ervaringsdeskundige ook tot dit selecte gezelschap. Maar ook hier geldt baas boven baas en Enrico Onofri blijkt een grote virtuoos te zijn wiens intonatie zelden faalt en die heel goed raad weet met een subtiele afwikkeling van retorische argumenten die nu eens stormachtig, dan weer introspectief,  of melancholiek van aard zijn. Zijn versieringen in de finale zijn heel knap en vormen een hoogtepunt. Ook de Academia Montis Regalis zorgt voor veel betekenis. 

Nicola Benedetti nam om goed gewapend ten strijde te trekken les bij Podger en ze gebruikt een barokstok, maar liet zich helaas begeleiden door het niet op barokinstrumentarium spelende, verder punctuele Schotse orkest. Het resultaat klinkt nogal halfslachtig.

Voor een hoogwaardiger interpretatie zorgt hierna Adrian Chandler die de vereiste stokacrobatiek goed beheerst en verbeeldingsvol, zuiver intonerend alle horden neemt. Extra bevredigend is de inbreng van La serenissima. Maar als hier van een soort vergrotende trap sprake is, dan zorgt  voor de met veel verve gespeelde overtreffende trap. 

 

Wat het Fluitconcert Il gran Mogul betreft, mankeerde helaas de opname van  Marcello Gatti. Het wendbare en zwierige fluitspel van Katy Bircher is een genoegen. Toch toont Alexis Kossenko meer inhoud en is de inbreng van Modo antiquo geëngageerder.

Ook Ashley Solomon speelt met fraaie toon, goed gedoseerde gevoeligheid en veel finesse; ze weet goed raad met de virtuoze passages. En tot voorlopig slot is daar Manuel Granatiero die hooglijk wordt geïnspireerd door de geweldige Amandine Beyer en haar het tegendeel van incognto musicerende ensemble.

 

Conclusie

 

Van geen van beide werken is een absoluut favoriete opname aan te wijzen. Laat hier persoonlijke voorkeuren en de koppeling met andere werken als leidraad dienen. Toegespitst draait het bij Il grosso Mogul om Mullova, Onofrii en Chandler en bij Il gran Mogul om Kossenko en Granatiero.

Wie echt geïnteresseerd is, zou ook eens naar de Vivaldi- en Bach Bach orgelafleidingen kunnen luisteren.

 

Discografie

 

1977. Jaap Schröder met Concerto Amsterdam. Teldec 4509-97454-2.

 

1980. Marco Fornaciari met I Solisti Veneti o.l.v. Claudio Scimone. Erato 4509-97415-2.

 

1987. Stanley Ritchie met het Bach Ensemble o.l.v. Joshua Rifkin. Oiseau Lyre 421.442-2.

 

1991. Monica Huggett met het EG Barokorkest. Channel Classics CCS 4392, CCS FES 1.

 

1992. Shlomo Mintz met het Israël kamerorkest. Nimbus NI 2500 (5 cd’s).

 

1992. Simon Standage met Collegium musicum 90. Chandos CHAN 0530.

 

1996. Francesco Ommassini met Interpret Veneziani. Newton 8802217 (4 cd’s).

 

1996. Elizabeth Wallfisch met het Australisch Brandenburg orkest o.l.v. Paul Dyer. ABC 456.364-2.

 

1996. Giuliano Carmignola met I Sonatori de la Gioiosa Marca. Divox CDX 79605.

 

2001. Gordan Nikolich met Combattimento Consort o.l.v. Jan Willem de Vriend. Challenge CC 72115.

 

2004. Viktoria Mullova met Giardino Armonico o.l.v. Giovanni Antonini. Onyx ONYX 4001.

 

2005. Enrico Onofri met de Academia Montis Regalis. Naïve OP 30417.

 

2010. Nicola Benedetti met het Schots kamerorkest o.l.v. Christian Cumyn. Decca 476.434-2.

 

2012. Adrian Chandler met La Serenissima. Avie AV 2287.

 

Bewerking voor orgel

 

2009. Günther Rost. Oehms OC 642.

 

2015. Hansjörg Albrecht. Oehms OC 1822.

 

Fluitconcert in d RV. 431a Il gran Mogul.

 

2008. Marcello Gatti met Modo Antiquo o.l.v. Federico Maria Sardelli. Tactus TC 672204.

 

2010. Katy Bircher met La Serenissima o.l.v. Adrian Chandler. Avie AV 2218.

 

2011. Alexis Kossenko met Modo Antiquo o.l.v. Federico Maria Sardelli. Naïve OP 30534. 

 

2011. Ashley Solomon met Florilegium. Channel Classics CCS SA 32311.

 

2012. Manuel Granatiero met Gli Incogniti o.l.v. Amandine Beyer. Zig-Zag Territoires ZZT 310.

 

Bach, J.S: Orgelconcert in C BWV 594

 

1992. Aart Bergwerff. Cygnus C 9201.