MOZART: KWINTET VOOR PIANO EN BLAZERS
Vergelijkende Discografieen

 

MOZART EN BEETHOVEN: KWINTETTEN VOOR PIANO EN BLAZERS

 

“Zelf beschouw ik dit als het beste werk dat ik heb geschreven” berichtte Mozart in april 1784 in een brief aan zijn vader. Later zou hij deze uitspraak zeker hebben moeten relativeren. Zijn kwintet voor piano en blazers was weliswaar in haast geschreven, maar omdat het dateert uit het begin van Mozarts meest creatieve periode is daar niets van te merken. In tegendeel: het concept is heel ambitieus.

Beethoven moet dit kwintet beslist hebben gekend toen hij twaalf jaar later een werk, ook in Es, voor dezelfde formatie instrumenten schreef. Er is maar één belangrijk verschil van stijl: Mozart schreef de pianopartij als een integraal onderdeel van het ensemble, terwijl Beethoven een meer solistische pianopartij schreef.

 

Achtergronden

 

De twee bekendste werken voor de vrij zeldzame combinatie van piano, hobo, klarinet, hoorn en fagot in Es (een heel geschikte toonaard voor blazers) vertonen de nodige overeenkomsten. Ze zijn allebei driedelig, ze hebben een eerste deel keurig in sonatevorm, voorafgegaan door een langzame inleiding, middendelen in Bes en finales in rondovorm.

Zoals gezegd: het belangrijkste verschil tussen de partituren is dat Mozart een echt homogeen kamermuziek werk schreef met tot in het detail veel aandacht voor het ensemble en de vermenging van de pianoklank met die van de blazers, terwijl Beethoven er haast een miniatuur pianoconcert van maakte met die dominante pianopartij, die zelfs mini cadensen meekreeg.

Dat Mozart toen hij het kwintet schreef en dat zijn vader meldde in termen van ‘mijn beste werk ooit’ moeten we wel zien in het licht van het feit dat hij toen al bijna veertig van zijn symfonieën en zijn meeste pianoconcerten had gecomponeerd. Een Mozartautoriteit bestempelde het tijden later nog eens als “een van de eenvoudigste werken in zijn rijpe stijl”.

Beethovens kwintet dat ook voortleeft in een arrangement voor piano en strijktrio dateert uit 1796 of 1797. Hoewel het werk tot op vrij grote hoogte in beïnvloed door Haydn en Mozart, is het met zijn onmiskenbaar duidelijk geschetste lijnen en zijn gevoelsmatige directheid een van de beste vroege werken van Beethoven, al is het wat losser van opzet dan Mozarts kwintet. Veel kenmerken van de latere Beethoven, vooral op het gebied van dynamiek (crescendi, hevige contrasten) zijn hier al in embryonale vorm aanwezig.

 

De opnamen

 

Hier is het eerst nuttig de absentenlijst op te maken. Spijtig, dat de muzikale topontmoeting van Brendel c.s. ontbreekt. Hetzelfde geldt voor de iets mindere top van Gulda c.s. 

De opname van Hoogland met leden uit het Orkest van de Achttiende Eeuw mankeerde helaas voor de vergelijking, net als van Donohoe en de Nederlandse blazers. Zo nog in omloop misschien uit meer dan chauvinistische redenen het aanhoren waard.

Waarschijnlijk ontbreken ook Perahia en de zijnen momenteel op het appel. Jammer, want niet alleen het ensemblespel is voortreffelijk, de musici begrijpen elkaar ook volkomen. De heldere, zuivere toon van de blazers is een puur genoegen, vooral die van hoboïst Neil Black. En Perahia speelt hoogst elegant. De tempi zijn aan de brede kant en een iets energiekere aanpak had geen kwaad gekund. Maar dat is ook de enige lichte kritiek.

Een eerste kennismaking met deze werken zal voor oudere luisteraars mogelijk hebben plaats gehad dank zij Gieseking en zijn Engelse kompanen. Dit behoorde tot ’s pianisten beste opnamen; hij speelt lichtvoetig, stijlvol en heel helder. De tempi van het eerste deel bij Mozart en de finale bij Beethoven hadden wat vlotter gekund, maar gek genoeg wekten langzame tempi bij de pianist altijd de indruk dat ze precies juist waren. Volgens getuigenissen van de blazers was de pianist een en al attentie voor hen. Tenslotte waren het in Engeland beroemdheden die ook eerste lessenaars in het Philharmonia orkest bezetten. Aan de technische verdoeking is veel zorg besteed, zodat de (mono)opname optimaal klinkt.

Natuurlijk ontkwamen deze werken niet aan de eisen van de authentieke beweging. Wat dat betreft at Levin van twee walletjes; hij nam beide werken zowel met moderne instrumenten als met authentieke op en verruilde daarvoor de concertvleugel voor een pianoforte. Met laatstgenoemd instrument maakte hij met in de materie doorknede leden van de Academy of ancient music een door ritmische energie en veel zin voor drama en energie uitmuntende lezing. Levin was altijd al een creatieve pianist en hier lukt het hem met zijn partners om in elke situatie de juiste expressie te raken. Mooi ook dat voor uitgebreide versieringen is gezorgd. Voorbeeldig gedaan.

Levins eerdere opname met eerste lessenaar mensen uit het Berlijns filharmonisch laat ook veel voortreffelijkheden horen, maar is in verhouding minder opvallend.

De Canadese instrumentalisten rond Kuerti vormen ook een vrijwel volmaakt team dat hoogst plezierige vertolkingen aflevert. Aangenaam vallen vooral de spontaniteit en de frisheid van het spel op dankzij een opname die weinig wensen onvervuld laat.

Pianist Hough toog naar Berlijn om met eerste garnituurs blazers uit het huidige Berlijns filharmonisch orkest een opname te maken. Om te beginnen profiteert hij van een prachtige, typische BIS opnamekwaliteit. Maar de vertolkingen zijn prettig lichtvoetig en ademen zelfs iets van humor. Aan de stijlopvatting mankeert niets. Beethoven klinkt terecht wat robuuster dan Mozart; de langzame delen zijn fraai zangerig.

Wat het kwintet van Mozart betreft, is nog een mooie uitgave van het in Sheffield gevestigde Ensemble 360 vermeldenswaard. Het gaat heel mooi te werk in een goed verzorgde interpretatie. Hoekdelen gaan vrij snel het middendeel klinkt gracieus. Betreffende Beethoven alleen moet de tweede Testament uitgave met Dennis Brain de moeite waard zijn.

Met alle respect: de overige opnamen blijven grosso modo interpretatief of opnametechnisch wat achter bij deze uitverkorenen.

 

Conclusie

 

Wat verklankingen op ‘moderne’ instrumenten gaat de voorkeur met een geringe marge uit naar Hough c.s, wat een dito op historiserend instrumentarium aangaat naar Levin c.s.

Maar luister vooral ook eens naar Gieseking en zijn geallieerden.

 

Discografie

 

Beide werken samen

 

1955. Walter Gieseking (p), Sidney Sutcliffe (h), Bernard Walton (kl), Dennis Brain (hn), Cecil James (fg). Testament SBT 1091.

 

1960. Friedrich Gulda (p) met leden van het Weens blazersensemble. DG 435.593-2.

 

1985. André Previn (p) met leden van het Weens blazersensemble. Telarc CD 80114.

 

1985. Murray Perahia (p), Neil Black (h), Thea King (kl), Tony Halstead (hn), Graham Sheen (fg). Sony MK 42099. 

 

1986. Alfred Brendel (p), Heinz Holliger (h), Eduard Brunner (kl), Hermann Baumann (hn), Klaus Thunemann (fg). Philips 420.182-2.

 

1986. James Levine (p), Hansjörg Schellenberger (h), Karl Leister (kl), Günter Högner (hn), Milan Turkovic (fg). DG 419.785-2.

 

1990. Carol Rosenberger (p), Anton Vogel (h), David Shifrin (kl), Robin Graham (hn), Kenneth Munday (fg). Delos DE 3024.

 

1991. Jenö Jandó (p), Jozsef Kiss (h), Béla Kovács (kl), Jenö Kevelázi (hn), József Vajda (hn). Naxos 8.550511.

 

1994. Stanley Hoogland (p), Ku Ebbinge (h), Eric Hoeprich (kl), Ab Koster (hn), Danny Bond (fg). Attaca Babel 9684.

 

1995. Peter Donohoe (p) met leden van het Nederlands Blazersensemble. Chandos CHAN9470.

 

1996. Robert Levin (p), Frank de Bruine (h), Antony Pay (kl), Anthony Halstead (hn), Danny Bond (fg). Decca 455.994-2. 

 

 2000. Stephen Hough (p) met leden van het Berlijns Blaaskwintet. BIS CD 1132.

 

Met onbekende opnamedatum

 

….. Leden Weens octet. Decca 480.2378 (2 cd’s).

 

….. Michel Dalberto (p) met leden van het Otteto italiano. Arts 47606-2.

 

Beethoven

 

1957. Wilfrid Parry met het Dennis Brain blazersensemble. BBC Live BBCL 4048-2.

 

1969. Jörg Demus (p), Lothar Koch (h), Ksarl Leister (kl), Gerd Seifert (hn), Günter Piesk (fg). DG 439.852-2 (2 cd’s).

 

Met onbekende opnamedatum

 

….. Ivan Klanksky met leden van het Tsjechisch nonet. Praga PRD 250194.

 

Als Pianokwartet

 

1955. Mieczyslav Horszowsky (p), Josef Roisman (v), Boris Kroyt (va) en Micha Schneider. Bridge BCD 9067.

 

1989. Nelly Ben-Or met het Jerusalem strijktrio. Meridian CDE 84154.

 

1999. Anton Kuerti (p), John Campbell (v), James Mason (va) en James McKay (vc). CBC MVCD 1137. 

 

….. Dalia Ouziel (p), Jerrold Rubenstein (v), Vladimir Mendelssohn (va), Herre Jan Segenga (vc),  Talent DOM 78.

 

Mozart

 

1954. Colin Horsley (p), Leonard  Brain (h), Stephen Waters (kl), Dennis Brain (hn),  Cecil James (fg). EMI 566.898-2.

 

1971. Ingrid Haebler met leden van het Bambergs Blaaskwintet.Philips 456.055-2.

 

1996. Richard Burnett (p) met het Finchcocks blaaskwartet. Hännsler 94011.

 

2006. Ensemble 360. Tim Horton (p), Adrian Wilson (h), Matthew Hunt (kl), Tim Jackson (hn), Benjamin Hudson (fg). ASV GLD 4022.

 

Onbekend arrangement

 

1998. Consortium classicum. Dabringhaus & Grimm MDG 301.0498-2.

 

2000. Sonnerie pianoforte kwintet. ASV CDGAU 212.

 

Met onbekende opnamedatum

 

….. Kathleen Long (p), Leon Goossens (h).  Frederick Thurston (kl), Dennis Brain (hn), ….. (fg). Pearl GEMMCD 183.

 

….. Fibonacci Sequence Deux Elles DXL 1104.