GERGIEV AND THE KIROV
Boekbesprekingen - G

John Ardoin: Gergiev and the Kirov. Amadeus Press, 352 bladzijden.

 

Mosterd na de maaltij is dit merkwaardige en tamelijk frustrerende boek dat door Gergiev zelf in 1993 tijdens een van zijn beroemde soupers om drie uur ’s middags gedurende het Festival van de Witte Nachten werd gesuggereerd. Gedurende de twee daarop volgende jaren peuterde Ardoin informatie uit stichtingen, trusts en plutocraten om zijn onderzoek te ondersteunen. Gewapend met de nodige geldmiddelen documenteerde hij de activiteiten van het Kirov theater in het seizoen 1995/6 en volgde hij als marketenster veldmaarschalk Gergievs campagnes in het Westen en de geschiedenis van de uitvoeringen thuis in Sint Petersburgs knusse Mariinsky theater.

Op haast ademloze wijze beweegt hij zich hinkstapsprongsgewijs door de artistieke prestaties van dat seizoen, anderhalve eeuw Russische opera- en ballethistorie plus de Russische kunstpolitiek. Wanneer dat relaas onmiddellijk was gepubliceerd, had het kunnen worden beschouwd als een actueel verslag van het front. Jaren later heeft het teveel van mosterd na de maaltijd en pas op pagina 240 verklaart de schrijver waardoor de vertraagde publicatie – net als die van video opnamen uit het theater – ontstond. Het boek geeft dus niet meer dan een momentopname. Internationale sterren als Borodina, Netrebko en Gorchakova zijn nog beschreven als lokale krachten, jonge talenten als Akimov en Pavloskaja worden snel nog vluchtig genoemd in een epiloog. Niets wordt verwerkt, geanalyseerd of geëvalueerd. Cruciale ontwikkelingen zoals Gergievs beslissing om zowel de baas van het ballet als van de opera te blijven worden terloops vermeld zonder op de gevolgen te wijzen.

Dat zou nog tot daar aan toe zijn, ware het niet dat de geschiedenis van het theater er zo bekaaid af komt en dat er feitelijke onjuistheden zijn. Petersburg werd bijvoorbeeld niet Petrograd tijdens de Grote Oorlog, maar tijdens de revolutie. Het ‘Machtige hoopje’ – Rimsky-Korsakov, Moessorgsky, Borodin, Cui en Balakirev – wordt in twaalf bladzijden afgedaan, samen met Tschaikovsky. Petipa en zijn invloed op het ballet krijgt een heel hoofdstuk.

Ardoin overleed een jaar voor de uiteindelijke publicatie, zodat de verkeerde spelling van namen en de onterecht functievermeldingen. Gergievs generale staf die zulke wezenlijke bijdragen levert aan zijn optredens en successen wordt nooit bij naam en toenaam genoemd. Het internationale succes van het Kirov ensemble heeft heel veel te danken aan mensen als Alisa Meves, Joeri Laptyev en Denis Kalasnikov. Verder is Gergiev altijd trouw gebleven aan zijn vroegere medewerkers Paul Finlay van Covent Garden, Humphrey Burton en Peter Maniura van de BBC en aan zijn Philips producers Anne Barry en Stan Taal.

Natuurlijk valt veel meer te vertellen over de chemie die het mogelijk maakte dat de Russische traditie uit de tsaristische tijd overleefde gedurende de bittere tijd van het Sovjet staatssocialisme en kon opbloeien in en na de perestroika. Over de synchroniteit die Vladimir Poetin, Tony Blaur en Valery Gergiev samenbracht onder de vergulde façade van het theater. Gegievs verbluffende Odyssee en zijn succes verdient een veel betere rapportage.