WALTON: VIOOLCONCERT, HEIFETZ

Walton: Vioolconcert in b; Elgar: Vioolconcert in b op. 61. Jascha Heifetz met respectievelijk het Cincinnati symfonie orkest o.l.v. Eugene Goossens en het Londens symfonie orkest o.l.v. Mslcolm Sargent. Naxos 8.1109.39 (69’). 1941/1949 

Heifetz verzorgde destijds in 1941 de plaatpremière voor RCA van Walton vioolconcert uit 1938/9. Hij vestigde daarmee meteen een soort gouden standaard die nooit werd overtroffen, hoe mooi de latere opname van hem uit 1950 met Walton zelf als dirigent van het Philharmonia orkest (RCA 74321-92575-2) en de eigentijdse opnamen van Ehnes (Onyx 4016) en Bell (Decca 475.7720) ook klinken. Het werk klinkt hier in snelle tempi genomen uitdagender dan ooit. Het is bovendien de enige opname van de oerversie die Walton in 1950 in zoverre herzag dat hij de orkestratie wat uitdunde. Ongeveer datzelfde geldt voor het Elgarconcert dat in juni 1949 in Londen werd opgenomen. Goed is te horen hoever de violist boven de materie staat, hoe gemakkelijk ook de moeilijkste passages hem afgaan. Gelukkig leidt dat niet tot oppervlakkigheid. In dit werk is het vooral de recenter opname van Kennedy (EMI 556.413-2) die voor moderne oren meer bevrediging zal schenken.Het beluisteren van deze cd met kundig restauratiewerk op basis van de best bruikbare 78-t. platen door Mark Obert-Thorn leert vooral ook dat Heifetz niet de afstandelijk, koele kikker was waarvoor hij altijd door velen is gehouden. Niet alleen speelt hij uitermate virtuoos en briljant, met veel passie ook, maar de lyrische momenten en de teerheid komen waar nodig niets te kort. Hij toonde zelfs opvallen veel gevoel. Behalve bij RCA verscheen het concert van Walton ook op Biddulph, Pearl en Avid, maar deze goedkope Naxos uitgave wint het. Uit historisch-discografisch oogpunt is het belangrijk dat dergelijk materiaal zo mild klinkend ter beschikking blijft: het is boeiend ervan kennis te nemen.