CD Recensies

VIVALDI: GLORIA RV 589, PARROTT

Vivaldi: Gloria in D RV 589; Kyrie IX Cum jubilo; Sinfonia in b RV 169 Sinfonia al Santo Sepulchro; Laetatus sum RV 607; Magnificat RV 610b; Laudate Dominum in d RV 606; Sonate in Es Sonata al Santo Sepolcro RV 130; In exitu Israel in C RV 604; Anoniem: Ave Maria stella; Salve Regina. Emily van Evera (s), Nancy Argenta (s), Alison Place (ms), Catherine King (ms), Margaret Cable (a) met het Taverner koor en de Taverner players o.l.v. Andrew Parrott. Virgin 759.326-2 (67’30”). 1992

 

Dit Gloria van Vivaldi is sinds de herontdekking in 1939 een geliefd internationaal koorwerk. Met de stuwende ritmen van het beginkoor, de lyrische charme van het duet ‘Laudamus te’ en de bevallige hobo en sopraan in ‘Domine Deus’ behoort dit Gloria tot de aantrekkelijkste en plezierigste werken van Vivaldi.

Het werk is geschreven voor de meisjes van het Ospedale della pietà, maar de refreinen zijn geschreven voor vier partijen, waarvan de laagste soms met ‘tenore’ en ‘basso’ zijn aangeduid. Dat roept de vraag op hoe ze werden uitgevoerd. Volgens sommige theoretici kunnen ‘volwassen’ tienermeisjes een uitzonderlijk lage stem ontwikkelen en omdat in Venetië de toonhoogte hoger was dan in de rest van Europa, zouden ze dat mogelijk hebben aangekund.

Een mogelijk alternatief is om de mannenpartijen een octaaf hoger te laten zingen, maar hierdoor komt de weinig melodieuze tenorpartij soms boven de sopraanpartij van het koor. De harmonie blijft wel intact wanneer deze wordt begeleid door instrumenten op de juiste hoogte, zoals de lagere partijen in ‘Cum santo spiritu’ laten horen.

Dat is ook de oplossing van Andrew Parrott. Hij beantwoordt ook de onvermijdelijke vraag waarom recensenten destijds geen melding maakten van deze unieke aanpak: ze hoorden voor hen nieuwe muziek, zonder partituur, dus namen ze aan dat deze uitsluitend voor alten en sopranen was geschreven.

Het resultaat is een verkwikkende lichtheid van textuur met uitstekende begeleiding van de Taverner Players. Emily van Evera en Nancy Argenta gaan goed samen in hun ‘Laudames te’, de alt Margaret Cables, begeleid door een mijmerende cello, is in ‘Domine Deus, Agnus Dei’ gedegen en expressief en ook een concertachtige soliste in het levendige ‘Qui sedes’. 

Ook de andere werken op deze cd krijgen een hoogwaardige, stijlvolle uitvoering.

Het ontbreekt natuurlijk niet aan conventionelere alternatieven. Bijvoorbeeld van Preston (Oiseau Lyre 455.727-2), Mallon (Naxos 8.110064), King (Hyperion CDA 66894) en Pearlman (Telarc SACD 6-651).