CD Recensies

VIVALDI: FAGOTCONCERTEN BENKÓCS

Vivaldi: Fagotconcerten nr. 1-31  RV 466/501. Tamás Benkócs met de Nicolaus Esterházy Sinfonia o.l.v. Béla Drahos. Naxos 8.555937/8, 8.557556, 8.557829, 8.572972 (5 cd’s, 4u. 51’38”) 2002/8

 

Als op eilanden – 118 in getal – gebouwde stad is Venetië bekend. Talloze in de modderige ondergrond gedreven palen houden, net als in Amsterdam, de boel boven water. In de ondergrond van het orkest houdt zich eveneens een bepaald instrument een  belangrijke plaats in: de fagot. Meestal neemt de luisteraar het niet zo duidelijk waar. Maar dat het best grote solistische potentie heeft en voor meer dan komische effecten kan zorgen bewijst menige passage uit Vivaldi’s 39 fagotconcerten, waarmee Vivaldi waarschijnlijk de eerste was die het instrument zo’n prominente solorol gaf. Mozart volgde later met één concert en Aho schreef er zelfs eentje voor contrafagot.

Deze vele concertjes waren niet bedoeld voor de weesmeisjes in het Ospedala dell pietà, maar voor een obscure Boheemse graaf die er een eigen orkestje op nahield met daarin de blijkbare fagotvirtuoos Antonin Möser. Die werd zo dus royaal bediend.

Indien uitgevoerd met de nodige virtuositeit en lef zijn deze werken – net als zoveel andere van de Rode Priester – heel genietbaar en zijn er zelfs mooie melancholieke momenten in de langzame delen. Maar al te plichtmatige vertolkingen boeien niet lang; het ene concert gaat dan wel erg op het andere lijken.

Tamás Benkócs, onder andere eerste fagottist in het Boedapest Festval orkest, speelt deze werken met een strakke, heldere toon die ook in het hoge register heel natuurlijk blijft. Hij weet mooi virtuoos te goochelen in de snelle delen, maar klinkt op zijn best in de langzame waarin hij echt lijkt te zingen. De tempokeus overtuigt en Drahos zorgt voor gevoelige, maar niet erg gedifferentieerde begeleidingen.

In een aantal opzichten is de uitgave van Sergio Azzolini (Naive OP 30379, 30496, 30518, 30539) die aan een integrale opname schijnt bezig te zijn aantrekkelijker. Hij hanteert een barokfagot en weet zich omringd door musici die zijn gewapend met een voor oude muziek geschikt instrumentarium en dat heel stijlvol weten in te zetten.

Daniel Smith (ASV CD DCA 571, Brilliant Classics 94056) schijnt voor ASV ooit aan een integrale opname op vijf cd’s te hebben gewerkt, maar daar resteert weinig van. Dat schijnt geen groot gemis te zijn, want zijn uitvoeringen stonden niet hoog aangeschreven.

Minder omvangrijke alternatieven zijn er op losse cd’s van onder meer Klaus Thunemann (Philips 432.124-2), Rino Vernizzi (Dynamic CD 552), Paolo Carlini (Tactus TC 672240) en Alberto Grazzi (Astrée E 8679).