CD Recensies

TANEJEV: ORESTEIA

Tanejev: Oresteia. Victor Chemobayov (bs), Lydia Galushinka (ms), Anatoly Bokov (b), Tamara Shimko (s), Ivan Dubrovin (t) met het Ensemble van de Witrussische Staatsopera o.l.v. Tatiana Kolomizheva. Melodiya MEL CD 10.02277 (2 cd’s, 2u.29’34”). 1965

 

Wat een ontdekking uit de Witrussische omroeparchieven! Anders dan in Richard Strauss’ eenakter Elektra waarin slechts een brokstuk van de complexe Atriden sage Oresteia van Aeschylos wordt behandeld, verwerkte Sergei Ivanovitch Tanejev  (1856-1915) op een libretto van Alexei Venkstern in 1894 na sinds 1882 met deze compositie bezig te zijn geweest die sage wel geheel in een operatrilogie met de delen ‘Agamemnon’, ‘de Choephoren’ en ‘de Eumeniden’. Daarin wordt de tragische geschiedenis van de afstammelingen van Atreus uit de tijd van de Trojaanse oorlogen verhaald. Incest, moorddadigheid en geweld spelen een grote rol en er vallen veel lijken. Eerst Iphigenia die door haar vader Agamemnon wordt geofferd om de goden te laten zorgen voor een gunstige wind om het Griekse leger naar Troje te krijgen, dan Agamemnon zelf die door Klytemnestra wordt vermoord en vervolgens Klytemnstra en haar minnaar Aegisthus die beiden met assistentie van zijn zus Elektra door Orestes om zeep worden geholpen. Orestes die wordt achtervolgd door de furiën roept dan de hulp van Pallas Athene in en bevrijd hem uit de vicieuze geweldcyclus.

In het eerste deel van de trilogie spelen de grote monoloog van Cassandra en de tragedie rond Klytemnestra een grote rol, in het derde deel duiken zoals het hoort ook Apollo, Pallas Athene en de furiën op. Geen wonder dat het werk wel is vergeleken met idioom uit de Franse Grand’ Opéra als Berlioz’ Les Troyens.  

Tanejevs muziek hierbij klinkt passend typisch eind negentiende eeuws met enige dank aan Wagner en Verdi. Het gaat om een in navolging van Wagner en Tchaikovsky doorgecomponeerde opera die nog iets van een oratorium in zich heeft en zowel door grootse massale episodes als door fijnzinnige, goed doordachte momenten uitmunt.

Wat we te horen krijgen is een met vaste hand door de voor veel innerlijke spanningen oproepende dirigente Tatiana Koloiytseva met een voortreffelijk koor dat op het toneel zowel als vanuit de coulissen commentaar op de gebeurtenissen levert en orkest gerealiseerde uitvoering waarin we solisten met krachtige, deels rauwe, dus niet al te subtiele, maar wel heel expressieve, vibratorijke zich doen gelden. Ze maken de dramatiek wel met kracht duidelijk. Een duistere toon en een idiomatisch juiste toon zijn hier allesbepalend. Het niveau van het operahuis in Minsk was destijds wel hoog. 

Ooit hadden DG en Olympia een bekorte LP c.q. CD versie van een radio uitzending uit 1958 van deze opera in hun catalogus, maar nu is gelukkig deze zo goed mogelijk gerestaureerde volledige opname opgedoken.