TAKEMITSU: NOVEMBER STEPS; ALTVIOOLCONCERT;
CD Recensies - T

Takemitsu: November steps; Messiaen: Et expecto resurrectionem mortuorum. Katsuya Yokoyama (shak.) Kushi Isuruta (biwa) en het Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink. Philips 426.667-2 (41’06”). 1969

 

Takemitsu: November steps; Altvioolconcert. Katsuya Yokoyama (shak.), Kinski Tsuruta (biwa) c.q.  Nobuko Imai (va) met het Saito Kinen orkest o.l.v. Seiji Ozawa. Philips 432.176-2 (46’17”). 1989, 1990

 

Takemitsu: A flock descends into the pentagonal garden; Dreamtime; Star isle; Orion and Pleiades. Paul Watkins (vc) met het BBC nationaal orkrest Wales o.l.v. Tadaaki Otaka. BIS CD 760 (60’47”). 1995

 

Takemitsu: To the edge of dream; Toward the sea; Songs for guitar (4 ged.). Rresp. John Williams (git) met London Sinfonietta o.l.v. Esa-Pekka Salonen en John Williams (git), Sebastian Bell (altfl.) en Gareth Hulse (oboe d’amore). Sony SK 46720 (60’26”). 1989 

 

De orkestwerken van Takemitsu variëren ontzettend van kwaliteit, maar zijn dominerende preoccupaties – sonoriteit en langzaam voortschrijdende ontwikkelingen – zijn steeds duidelijk merkbaar.

In November Steps (1967) vindt haast een competitie plaats tussen twee specifieke, traditionele Japanse instrumenten voor het orkest dat in en uit stroomt ten opzichte van de vrij onafhankelijke solisten als in een veelstemmig, welsprekend koor.

De muziektaal zit vol gebaren en lijkt nogal versplinterd (net als bij Boulez) en wekt tenslotte de indruk van een sterk gekleurde abstractie.

Tien jaar later bleek een ander groot orkestwerk, A flock descends into the pentagnal garden een groot, vrij populair succes. Het werd geïnspireerd door een bijzondere droom van de componist en het vertoont in de orkestratie een grotere samenhang met een bijna Mahleriaanse welluidendheid.

Nog rijker van klank is het Altvioolconcert (1984) met als ondertitel ‘Een strik rondom de herfst’. De soliste fungeert als waarneemster in een imaginair landschap. Het is een bij dit thema passend mild en warm gekleurd werk waarin soms even een rapsodisch vuur wordt ontstoken dat aan Szymanowski herinnert.

Quotation of dream (1991) voor twee pianisten en orkest heeft een ondertitel met een dichtregel van Emily Dickinson: ‘Say sea, take me!’. Kenmerkend voor Takemitsu’s latere muziek is het erg episodisch, maar zorgt de basisgedachte – een harmonische - voor eenheid.

Quotation of dream is verder in zoverre ongewoon voor Takemitsu dat hij citaten gebruikt uit Debussy’s La mer. Ze zijn heel subtiel door zijn werk gevlochten.

Rechtlijnigheid, weinig omhaal, zelfs naïviteit zijn het die de geest en de structuur van de middenperiode en late werken van Takemitsu uitmaken. De Japanse componist die de grenzen tussen serieuze en populairder muziek vaak verkent dat aan te rekenen is gevaarlijk. Zijn omgang met coloristische, post-impressionistische effecten gaan soms ook gepaard met laatromantische dito’s.

Ozawa en zijn Japanse orkest zijn logischerwijze de aangewezen uitvoerenden voor een uitvoering van deze muziek en hij kwijt zich uitstekend van zijn taak. Alle waardering ok voor Nobuko Imai die met rijpe toon de altvioolpartij invult.

Op de Sony cd staan oorspronkelijke werken naast transcripties van de Beatles en Gershwin voor gitarist John Williams, die ze met grote expressie en enorme precisie speelt. 

Met een groot differentatievermogen en zorg voor formele individualiteit leidt Salonen To the edge of dream.