SCHUBERT: PIANOSONATES NR. 18 EN 21 E.A., SCHIFF
CD Recensies - S

Schubert: Pianosonates nr. 18 in G D. 894 en 21 in Bes D.960; Hongaarse melodie in b D. 817; Moments musicaux nr. 1-6 op. 94, D. 780; Allegretto in c D. 915; Impromptu’s nr. 1-4 D. 935. ECM 481.157-2 (2 cd’s, 2u. 25”). 2014

 

Schubert: Wandererfantasie in C op. 15, D. 760; Fantasie voor viool en piano in C op. posth. 159, D. 934. Yuuko Shiokawa en András Schiff. ECM 464.320-2 (50’09”). 1998

 

Als vrijwel enige onder de grote (piano)componisten was Schubert zelf geen virtuoos. Dat aspect vinden we terug in het ontbreken van uitgesproken bravura passages in zijn pianowerken die op de Wanderer Fantasie na geen hoge technische eisen aan de uitvoerende stellen.

In plaats daarvan vertaalde Schubert zijn onnavolgbare lyrische gaven in vrijwel alles wat hij voor piano schreef – van de talloze luchthartige dansen tot de diepzinnige, hoogst persoonlijke laatste sonates.

Zijn reputatie als pianocomponist is vooral gevestigd op deze sonates, al werden ze tot zo’n honderd jaar na zijn dood ‘vergeten’ totdat mensen als Artur Schabel en Eduard Erdmann ze herontdekten.

Schubert was ook de laatste grote componist voor wie de sonate het primaire genre pianomuziek betekende. Zijn loyaliteit aan deze vorm verklaart mede waarom deze werken gedurende het tijdperk van Chopin, Schumann en Liszt werden verwaarloosd. Voor hen was die traditionele grote vorm minder aantrekkelijk dan de kleine vormen van étude, prélude en andere vormen om hun spontaan klinkende expressie te uiten.

Toch was Schuberts trouw aan de sonate niet zo strikt. De meeste van zijn pianosonates – en met name de laatste drie – tonen een plooibaarheid in hun structuur en een avontuurlijke behandeling van harmonie en toon die juist de sleutel is tot hun diepere dramatische karakter.

We beschikten al lang over de complete opnamen van de sonates door Wilhelm Kempff (DG 463.766-2, 7 cd’s) en Alfred Brendel (Philips 422.062-2, 422.063-2, 422.075-2, 422.076-2, 422.229-2426.128-2, 456.573-2   ) en beter nog door Mitsuko Uchida (Philips 475.628-2, 8 cd’s). Jammer dat haar serie nooit is gecompleteerd.

Ook András Schiff leverde eerder zijn bijdragen met de vastlegging van de complete pianosonates en de Impromptu’s al in 1965, in 2011 op 9 cd’s heruitgegeven op Decca 478.3018-4. Deze opnamen bestaan ook deels in verder verkavelde kleinere formaten.

Schiff toonde zich daarin een uitstekende Schubertiaan die vooral attent was op de onderstromen van de voortdurend aanwezige gevoelens in deze sonates. Hij speelde toen op een Bösendorfer omdat hij de mildere, warmere klank daarvan verkoos boven die van een Steinway.

Na jaren is de pianist nog een stap verder gegaan om Schubert als schepper van een veelgelaagde en doorschijnende textuur recht te doen. Hij stapte over op een grondig gerestaureerde Franz Brodmann fortepiano uit 1820. Zelf zegt hij daarover: “Er schuilt iets wezenlijk Weens in het timbre, in de tere zachtheid, het melancholieke cantabilità – het is tijdens de rustige en rustigste momenten dat Schubert ons het diepste raakt’.

Ook de omstandigheden waaronder de nieuwe opname werd gemaakt, zijn belangrijk. De ruimte moest niet te groot zijn en de akoestiek, de proporties, nagalm en atmosfeer moesten ideaal geschikt zijn voor de kwaliteiten van een fortepiano. Zo’n ruimte is de Kammermusiksaal H.J. Abs uit het Beethovenhuis in Bonn’.

Loonden deze voorbereidingen en keuzes? Wis en waarachtig wel als me het klinkend resultaat hoort. Meer nog dan voorheen treft Schiff met intense, poëtische interpretaties, waardoor ook juist de kleinere stukken bijzonder tot leven komen. Hij houdt voortdurend de luisteraar bij de les en maakt Schuberts lange golvende frasen toegankelijker dan gewoon. Het zijn vooral de langzamer melodieën waarin hij de gehele aandacht van de luisteraar opeist. Dit is musiceren op zijn best en biedt een enorme ervaring. De heldere toonkleuren, de gevoelige pianistiek en de duidelijke articulatie zijn een genoegen om naar te luisteren.

Het is wellicht nuttig om meteen ook nog even op een oudere ECM opname van Schiff te wijzen. Daarop speelt hij met zijn echtgenote de Fantasie in C. Meteen  met de tremolando inzet door de viool wordt een magische sfeer opgeroepen. Met de zilverachtige lichte toon van Shiokawa neigt ze eerder tot under- dan tot overstatement; lyrische teerheid domineert drama en virtuositeit, anders dan bijvoorbeeld bij Kremer en Afanasiev (439.839-2).

In een van de mooiste opnamen van de Wandererfantasie brengt Schiff levendig de overgangen van klassiek evenwicht, intens romantische sfeerschepping en bijna impressionistische ontwrichting mooi naar voren zonder de contrasten te overdrijven. Luister hoe hij in het adagio gedeelte in een diminuendo de energie langzaam laat verdwijnen en hoe hij in de later volgende akkoorden de melodielijn fraai in evenwicht brengt het de donkere, melancholieke kleuren in de bas.

Over begrip van en inzicht in de materie gesproken.