CD Recensies

STOCKHAUSEN: GRUPPEN NR. 6, ABBADO, STOCKHAUSEN, RATTLE

Stockhausen: Gruppen nr. 6; Carré nr. 10.  WDR Omroeporkest Keulen o.l.v. Karlheinz Stockhausen, Bruno Maderna en Michael Gielen c.q. SWF Omroeporkest Baden-Baden o.l.v. Karlheinz Stockhausen. Stockhausen Verlag 5 (55’06”). 1958

 

Stockhausen: Gruppen nr. 6; Kurtág: Grabstein für Stephan op. 15c; Stele op. 33. Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Claudio Abbado (met Friedrich Goldman en en Marcus Creed). DG 447.761-2 (44’40”). 1994 

 

Stockhausen: Gruppen nr. 6; Birmingham symfonie orkest o.l.v. Simon Rattle, Daniel Harding en John Carewe. ArHaus 102.043 (dvd). 1996

 

Begin jaren zeventig v.e. bij de mislukte poging om quadrafonie te introduceren, lagen op het terrein van de klassieke- en eigentijdse muziek proefkonijn werken zoals de meerkorige canons van Giovanni Gabrieli, Mozarts Notturno in D voor vier groepen KV 286/269a, Berlioz’ Te Deum, Brants Antiphony I en Stockhausens Gruppen für drei Orchester nogal voor de hand. Om wat voor reden dan ook kwam het daar niet van en dus koos men gewone orkestwerken en concerten waarmee men psycho-akoestisch niet in het reine kwam en dus in de weinige huiskamers die daarop waren ingericht weinig met de realiteit overeenkomende klankbeelden opriep.

Eind jaren vijftig heb ik het werk voor het eerst gehoord in het Weense Konzerthaus met Ernest Bour (die het werk ook in Baden Baden met het omroeporkest uitvoerde) als een der dirigenten. Toevallig reisde ik de volgende dag met hem in de trein tot Salzburg terug naar huis zodat het niet aan gesprekstof ontbrak. Geen wonder wanneer het om een van de belangrijkste orkestweken uit de twintigste eeuw gaat.

Gruppen nr. 6 (1955/7) bestaat uit liefst 48 deeltjes, die in de en is geschreven voor in totaal 109 musici (strijkers, een rijke hout- en koperblazersgroep, piano, 2 harpen, celesta, elektrische gitaar, marimbafoon, xylorimba, vibrafoon, klokkenspel, buisklokken, tamtams, bekkens, meer dan 12 trommen. De eerste op name van de meester zelf is in 48 deeltjes waarvan maar vijf iets langer dan een minuut duren; bij Carré nr. 10 is het met 39 deeltjes nauwelijks anders (7), waarvan het langste 2’24”. Die deeltjes zijn in de in 2008 verschenen opname van de meester zelf alle individueel geïndexeerd. Het hele werk duurt zo’n 22’30” en ging 24 maart 1958 in de Rheinsaal van het Keulse jaarbeursterrein in première met Stockhausen, Maderna en Boulez als dirigenten.

Wanneer men Gruppen in de concertzaal ondergaat wordt natuurlijk de splitsing in drie orkesten glashelder, tenminste wanneer men in het midden tussen hen zit. Zelfs met de best denkbare stereo wordt de aanwezigheid van drie gescheiden klanklichamen een stuk minder evident. Wat we dan te horen krijgen is niet zozeer een kwestie van drie duidelijk bepaalde en verschillend gesuperponeerde muzikale lagen als wel een drieweg discours over onderling gedeeld materiaal. Dat vormt wel een fascinerende ontdekkingsreis. Gedurende die reis telt gelukkig die scheiding der groepen minder dan het doel van de essentiële premissen vanuit diverse hoeken te kunnen ervaren.

Abbado en zijn team maken dat op meesterlijke wijze waar. 

Er zijn ook opnamen van Reinbert de Leeuw c.s. (Et’cetera KTC 9000/4 en Peter Eötvös (BMC 117).

De dvd van Simon Rattle stamt uit de serie Leaving Home en draagt de ondertitel ‘After the wake’. Het programma is gewijd aan werken van na W.O. 2 (de Vier letzte Lieder van R.Strauss, Survivor from Warsaw van Schönberg, Brittens Serenade voor tenor, hoorn en orkest en Stravinsky’s Agon en heeft als hoogtepunt Stockhausens Gruppen. De visualisatie in fijn, maar vertolking en geluid halen niet het niveau van bij Abbado en zijn team.