CD Recensies

STRAUSS, J.: ZIGEUNERBARON, DER, FOSTER

Strauss, J.: Der Zigeunerbaron. Nikolai Schukoff (t., Sándor Barinkay), Claudia Barainsky (s., Saffi), Jochen Schmeckenbecher (b., Kálmán Zespan), Khatuna Mikaberidze (ms., Czipra), Jasmina Sakr (s., Arsena) Heinz Zednik (t., Conte Carnero) e.a. met het NDR Omroeporkest en –koor Hamburg o.l.v. Lawrence Foster. Pentatone PTC 5186-482 (2 cd’s, 1u.56’11”). 2015

 

Strauss’ Der Zigeunerbaron werd voor het eerst opgevoerd in Wenen op 24 oktober 1885 en sindsdien heeft met uitzondering van Die Fledermaus geen enkele operette meer reprises gekend. Hoewel Der Zigeunerbaron  net zoals Die Fledermaus parodie afwisselt met de voor deze stijl kenmerkende Weense sprankeling, is het werk toch best nogal ongebruikelijk.

Allereerst stamt de operette uit een tijd waarin Strauss een echt, grootschalige operette wilde schrijven, in de tweede plaats handelt het werk over politiek en vooroordelen. En ten derde zou het werk aangezien het in Boedapest net zo goed werd ontvangen als in Wenen, hebben geholpen met het verminderen van de spanningen tussen de beide delen van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie.

De handeling speelt zich af in het Hongarije van halverwege de achttiende eeuw. Barinkay keert teug van zijn verbanning. De lokale varkensboer Tsupán wil dat deze hij trouwt met zijn dochter Arsena, maar zij is al verliefd op een ander en geeft sowieso te kennen alleen maar met een ‘baron’ te willen trouwen. De plaatselijke zigeuners stellen Barinkay aan als hun leider en voorspellen dat hij rijkdom en een vrouw zal vinden. Hij presenteert zich vervolgens als ‘zigeunerkoning’ en na een reeks van plotwendingen komt de voorspelling uit: de vrouw in kwestie is Saffi, dochter van de ziener Czipra en in werkelijkheid een Turkse prinses. De aan de gang zijnde oorlog levert Barinkay bovendien een echte baronstitel op en iedereen trouwt met de ware geliefde.

De operette bevat een mengsel van Weense walsen en Hongaarse zigeunermuziek. De rollen van Barinkay en Sáffi zijn groots en die van Tsupán, Arsena en Czipra lenen zich uitstekend voor een luchtige karakterisering – mogelijkheden die in deze opname  met beide handen worden aangegrepen door 

De EMI mono opname uit 1958 met Scharzkopf, Gedda, Kunz, Köth o.l.v. Otto Ackermann (567.535) raakt langzamerhand wat gedateerd. Interessanter was het arrangement dat Harnoncourt op basis van materiaal van Paul Linke van deze operette maakte (Teldec 4509-94555-2, Warner 2564-6222391). De nieuwe opname klinkt het beste van al en al beschikken de Hamburgers nier over het specifieke Weense accent, weten de zangers zonder overdrijving de esprit en waar nodig de humor van hun rol te treffen. Nikolai Schukoff is zoals gezegd een charmante Barinkay, Claudia Barainsky een bekoorlijke Saffi, Jasmina Sakr een Arsena die zich goed voegt in haar lot dat ze niet krijgt wat ze begeert en de niet te jong klinkende Khatuna Mikabaridze overtuigt evenzeer als Czipra. In de gesproken dialogen is best begrijpelijk nogal gecoupeerd.