CD Recensies

SCHUBERT: PIANOSONATES NR. 20 EN 21, ZIMERMAN

Schubert: Pianosonates nr. 20 in A D. 958 en 21 in Bes D. 960. Krystian Zimerman. DG 479.7588 (82’06”). 2016

 

Voor zijn bewonderaars in het algemeen en Schubertliefhebbers in het bijzonder was het lang wachten voordat Krystian Zimerman hen met een CD verwende. Het was in 1990 dat hij de volledige Impromptu’s opnam (DG 423.612-2) en wetend (zie interview in de rubriek Uitvoerende kunstenaars) dat hij moeilijk de studio is in te krijgen, kwam er ook een speciale aanleiding aan te pas die deze opname mogelijk maakte. In januari 2016 gaf de pianist een benefiet recital in de Japanse stad Kashiwazaki die in 2007 te lijden had onder een zware aardbeving. Bij die gelegenheid gaf hij in het plaatselijke kunstcentrum een recital op zijn eigen, speciaal voor deze Schubert ingerichte Steinway vleugel die moest zorgen voor zowel extra heldere articulatie als een zangerig, warme klank. 

Laten we dankbaar zijn dat de pas zestigjarige Zimerman zijn terughoudendheid overwon en ons gelukkig maakt het de beide laatste sonates van Schubert die hij al geruime tijd voorbereidde. Luister maar hoe hij in de Sonate in A het drama, de lyriek en de doordachtheid op treffende wijze ten elkaar afzet. In het eerste deel worden krachtige thema’s in de stijl van Beethoven aangevuld met de voor Schubert typische lyrische passages. De luisteraar wordt door een reeks kwellende harmonische verschuivingen geleid. De finale is duidelijk gemodelleerd naar Beethoven - vergelijk maar de finale van diens sonate in G op. 31/1.

Maar het opmerkelijkst is het tweede deel met een extreem contrast tussen meditatieve rust en krachtige turbulentie. Hier produceert Schubert iets wonderbaarlijks: een ontroerende barcarolle wordt plotseling opzij geschoven door een maniakale eruptie die de samenhang van de muziek omver schopt. Zimerman laat dat alles in heldere toonkleur, met gevoelige lyriek en duidelijke vormgeving duidelijk naar voren komen. Vooral het langzame deel lukte wonderschoon en de koortsachtige uitbarsting is choquerend. 

De laatste sonate, die lange in Bes, heeft het minste van Beethoven. Met zijn eerder introspectieve lyriek herinnert het werk eerder aan de sonate in G D. 894, maar voert de toehoorder verder naar sublieme hoogten en contemplatieve extase. Het eerste deel (dat met alle reprises bij Zimerman 20’15” duurt) is vrij plechtig van aard, voor het grootste deel pianissimo en voorzien van pakkende kortdurende climaxen.  

Van het langzame deel maakt de pianist een wonder van intense, expressieve rust, vergelijkbaar met het adagio uit het strijkkwintet dat Schubert in hetzelfde jaar 1828 schreef. Het derde deel wordt inderdaad een levendig scherzo dat een plezierig intermezzo vormt voor de finale - een Hongaarse dans die (niet voor het eerst bij Schubert) een opvallende emotionele ambiguïteit onderstreept. Bijzonder voor het laatste instrumentale werk dat Schubert componeerde.

Verder is bijzonder aan Zimermans lezing dat hij dev tijd neemt, het werk foutloos naar de letter speelt met een zeer geconcentreerd inlevingsvermogen. De vaak lange, golvende frasen krijgen heel toegankelijk vorm en in het langzame deel wordt de aandacht van de luisteraar moeiteloos 10’33” vastgehouden. Dit is musiceren op zijn best en een overweldigende ervaring.

Natuurlijk zijn er heel mooie alternatieven van Kempff (DG459.412-2), Lupu (Decca 475.7074), Uchida (Philips 475.628-2), Andsnes (EMI 557.901-2), maar ook Zimerman is heel bijzonder.