CD Recensies

STOCKHAUSEN: SLAGWERKCOMPOSITIES

Stockhausen: Vroege werken voor slagwerk. Refrain nr. 11; Schlagtrio; Kontakte nr. 12; Zyklus nr. 9; Mikrophonie 1 nr. 15. Pavlos Antonmiais, James Averym, Steven Schick (slagw), Katalin Lukács (p) en Red fish, blue fish. Node 274/5 (2 cd’s, 1u., 43’34”). 2008

 

Stockhausen: Klavierstücke nr. I - XI; Mikrophonie I nr. 15 en II nr. 17. Aloys Kontarsky (p) c.q. met Alfred Alings, Johannes Fritsche (elektronica), Karlheinz Stockhausen (elektronica) Jaap Spek (elektronica), Harald Bojé (micr), Johannes Fritsche, Mimi Berger, Mera Ackermann, Arno Reichstadt en Dietrich Satzky (slagw). Sony S2K 533346 (2 cd’s, 2u. 14’05”). 1965  

 

De twintigste eeuw zag de opkomst van het slagwerk in een solorol. Dat begon zo ongeveer met de Muziek voor snaren, slagwerk en celesta van Bartók uit 1936,  gevolgd door de Sonate voor 2 piano’s en slagwerk een jaar later. Er kwam een hele stroom werken op gang van Angtheil (Ballet mécanique), Berio (Circles), Cage (3 Constructions), Carter, Chavez (Toccata), Hovhaness, Jolivet, Kabelac, Milhaud, Reich (Drumming), Varèse, Wuorinen en Xenakis (Okho, Persephassa, Pleiades, Psappha).

Daarmee gepaard ging de opkomst van slagwerk solisten als Sylvio Gualda, Cristoph Caskel, David Corkhill, Jean Pierre Drouet, Willy Goudswaard, Peter Sadlo en Evelyn Glennie. En ook van slagwerkensembles in Frankrijk (Percussions de Strasbourg), de V.S., Japan en Nederland.

In dat emanciperende geweld meldde zich ook Stockhausen met de hierboven genoemde werken. Die werken uit eind jaren vijftig en begin jaren zestig vormen mijlpalen in de muziekgeschiedenis en behoren tot zijn beste werken.

Het Schlagtrio voor piano en twee stel pauken uit 1952 behoort daar nog niet toe, want dat is en gortdroge, academische brol totaalserialisme. Refrain uit 1959 voor piano, celesta en slagwerk is heel wat interessanter, o.a. omdat in het werk een passage voorkomt waarin een strook perspex van hand tot hand gaat bij de uitvoerenden om klanken toe te voegen en het toevalselement in de muziek te brengen. 

Zyklus uit datzelfde jaar is een virtuoos showstuk voor louter slagwerk dat begint en eindigt wanneer de solist dat wenst.

Op een andere manier is Kontakte uit 1960 bijzonder en inventief. Het is hier te horen in een versie voor piano, slagwerk en tevoren opgenomen geluidsband. In de brokken Mikrophonie treden twee spelers op die een grote tam-tam slaan, aaien en krassen plus twee anderen die het geluid met microfoons en filters bewerken. Zo wordt een enkele geluidsbron op veel van zijn mogelijkheden beproefd met soms microscopische nuancen van attaque en textuur.

Misschien is dit niet erg attractieve muziek, maar fascinerend is deze zeker en alle betrokken uitvoerenden produceren klanken en effecten van een zekere grandeur en onzekere spanning.