SPONTINI: VESTALE, LA
CD Recensies - S

Spontini: La Vestale. Maria Callas (s., Giulia), Franco Corelli (t., Licinio), Enzo Sordello (b., Cinna), Nicola Rossi-Lemeni (bs., Il sommo Sacerdote), Ebe Stignani (ms., La gran Vestale) e.a. met het Ensemble van La Scala Milaan o.l.v. Antonino Votto. Andromeda ANDRCD 5016, Warner 0190295-844.523-2. (2 cd’s, 2u. 10’33”). 1954

Op de ontdekking van de opname van Spontini’s lang zoekgewaande opera Le metamorfosi di Pasquale volgt de onherroepelijke vaststelling dat componist Gasparo Spontini (1774 - 1851) intussen blijkbaar geheel uit de gratie is geraakt. In mijn jonge jaren hoorde ik zijn meesterwerk La vestale uit … nog wel eens op de radio en verschenen er 7 opnamen van Previtali (GOP 66.319) in 1951, Vittorio Gui (Melodram CDM 27512) in 1968, Roger Norrington (Ponto PO 1038) in 1976, Gustav Kuhn (Orfeo C 256922 H) in 1991 en als laatste van Muti (Sony S3K 66357) in 1993.

Het werk gaat over de verboden liefde tussen de Vestaalse maagd Julia en de Romeinse generaal Licinius.

Met dit werk vestigde de Italiaanse componist zijn roem en het werd de favoriete opera van Napoleon. Met deze opera slaat hij een brug tussen het laat achttiende eeuwse classicisme en de romantiek van componisten als Berlioz.

Het is tevens een werk dat krachtige vertolkers eist. Daarmee zijn we hier goed bediend. Meteen in de ouverture zet Votto de vaart erin. We horen de jonge, felle Franco Corelli als militante Licinio die een ideaal koppel vormt met de Cinna van Enzo Sordello in ‘Presso il sublime tempio’ en Ebe Stignani als dominante, imposante en karakteristieke Vestale.

Maar het is toch steeds Callas die de aandacht trekt in een van haar glansrollen. Niet alleen aria’s als ‘Oh di funesta possa’, ’Tu che invoco’ en het duet met Stignani ‘La Vestale infida more’ zingt ze voortreffelijk, ook de recitatieven geeft ze expressief karakter. Nicole Rossi Lemeni hoeft maar een kleine bijdrage te leveren, maar ook die is zeer de moeite en het koor zingt wellustig. 

De oorspronkelijke EMI opname als zodanig klonk wat gebrekkig, maar de restauratie uit 1977 bracht wat verbetering, vandaar dat de Warner versie de beste optie is.

Misschien moet men zich ook eens wagen aan Spontini’s Agnes von Hohenstaufen door Muti (Harmonia Mundi RPV 32671/1), Fernando Cortez door Gabriele Santini (Istituto discografico italiano IDIS 6441/42) uit 2004, Olimpia door Gerd Albrecht (Orfeo C 137862 H) uit 1986 en Teseo riconosciuto door Alberto Zedda (Bongiovanni GB 2193/4-2) uit 1995.