SMETANA: Z DOMOVINY (UIT MIJN VADERLAND) E.A.
CD Recensies - S

Smetana: Z domoviny (Uit mijn vaderland); Dvorak: Sonatine voor viool en piano in G op. 100, B. 183; Suk: Ctyri kusy, Stukken voor viool en piano op. 17 nr. 1-4; Janáček: Vioolsonate JW. VII/7. Josef Suk met resp. Jan Panenka en Alfréd Holeček. Supraphon SU 110270-2 (67’30”). 1962-1975

De peetvader van de Tsjechische muziek, Bedrich Smetana, schreef niet zoveel kamermuziek en zijn meeste werken in dit genre hebben een sterk autobiografisch karakter. Een uitzondering wordt gevormd door de lyrische werken die hij schreef voor viool en zijn eigen instrument, de piano. 

De titel Z domoviny (Uit mijn vaderland) suggereert een soort kamermuziekequivalent van zijn grote cyclus symfonische gedichten Má vlast. Maar we hebben hier te maken met rustige werkjes over het landschap rond Jabkenice waaruit de door mentale problemen gekwelde componist veel genoegen putte.

De aanzet tot het schrijven van dit tweetal Duo’s kwam van zijn uitgever. Deze verlangde echter een Duitse titel voor de composities, waarna Smetana het contact verbrak. Hij droeg toen het werk op aan zijn mecenas, prins Alexander von Thun und Taxis die hem daarvoor bedankte met een met granaat ingelegde ivoren snuifdoos.

In de duo’s wordt expressieve, romantische langzame muziek afgewisseld met sneller passages in de Slavische dansen. Het kortere werk in A heeft een ternaire vorm, terwijl dat in g complexer van aard is.

Ook bijvoorbeeld Itzhak Perlman en Samuel Sanders (EMI 747.399-2) en James Ehnes en Eduard Laurel (Analekta FL 2.3191) maakten een opname van dit werk, maar Suk en Panenka leggen net iets meer van het karakter van de Tsjechische volksmuziek in hun spel en nemen daardoor een voorkeurspositie in. Ze vullen de Duo’s aan met andere waardevolle werken uit de Tsjechische sfeer.