SCHREKER: ORKESTWERKEN; ORKESTLIEDEREN
CD Recensies - S

Schreker: Prelude voor een drama; Valse lente; Ouverture Ekkehard op. 12; Tussenspel uit Der Schatzgraber; ‘Nachtstück’ uit Der ferne klang; Phantastische Ouvertüre. BBC Filharmonisch orkest o.l.v. Vassily Sinaisky. Chandos CHAN 9797 (77’46”). 2000

Schreker: Romantische suite op. 14; Gesänge für tiefe Stimme nr. 1-5; Voorspel Das Spielwerk und die Prinzessin; Vorspiel zu einer großen Oper. Katarina Karnéus (ms) met het BBC Filharmonisch orkest o.l.v. Vassily Sinaisky. Chandos CHAN 9951 (76’01”). 2001

Als laatromanticus staarde Franz Schreker (1878- 1934) wel even in de afgrond van de seriële/atonale muziek, maar sprong daar nooit in. Ook niet op hogere leeftijd van zijn slechts 55-jarige leven. Met het epische Vorspiel zu einer großen Oper kwam hij daar het dichtst in de buurt.

Voor degenen die nog niet bekend zijn met de opera’s van Schreker vormt dit tweetal uitgaven een goed startpunt. De beide cd’s bevatten heel wat muziek die voor nooit geschreven opera’s bestemd was of die aan dergelijke opera’s is ontleend.

Een plaats apart nemen de heel mooi sfeervol en geheimzinnigheid door de Zweedse Katarina Karnéus gezongen orkestliederen in. Tot de andere werken behoort de ouverture Ekkehard, een pieuze monnik die is benoemd als lerares van een in een kasteel levende hertogin en prompt verliefd op haar wordt. Het Vorspiel zu einer großen Oper was in 1918 bestemd voor de nooit geschreven opera Memnon maar is zelf op grote schaal en duurt ruim twintig minuten. Een groots opgezet werk dat alleen al om tien slagwerkers vraagt.

En nog meer interessants is hier te ontdekken, zoals de charmante Valse lente, de Prelude voor een drama (1913), het tussenspel uit Der Schatzgraber; ‘Nachtstück’ uit Der ferne klang uit 190 en de Phantastische Ouvertüre.

Veel van deze muziek komt in de buurt van Reger en Richard Strauss. Dit tweetal uitgaven is heel nuttig om ook eens andere kanten van Schreker te leren kennen. Vassily Sinaisky zorgt voor mooie vertolkingen maar diept niet alle werken expressief tot op de boden uit.