SCHUBERT: PIANOSONATES NR. 14, 19-21, LEWIS

Schubert: Pianosonates nr. 14 in a D. 784 en 19 in c D. 958. Paul Lewis. Harmonia Mundi HMN 91.1755 (56’54”) 2000 

Pianosonates nr. 20 in A D. 959 en 21 in Bes D. 960. Paul Lewis. Harmonia Mundi HMC 90.1800 (74’53”). 2002 

Toen de eerste juichkritieken over Lewis in Engeland verschenen, heb ik die met enige scepsis beschouwd: zou het een kwestie van positivistisch chauvinisme kunnen zijn. Inmiddels gewapend met omvangrijke kennis dankzij zijn opnamen van de complete Beethovensonates en de Lisztsonate ben ik geneigd dat grote enthousiasme te delen. Dit tweetal cd’s met sonates van Schubert diende tot nadere bevestiging.

Deze werken vol vervoering, gesublimeerde smart en in zichzelf teruggetrokken muziek vergt van de pianist niet alleen een grote gevoeligheid om gevoelig te reageren op iedere wending, maar ook een analytisch vermogen om in grote spanningsbogen voor samenhang te zorgen.Tempi, toon en gewicht van Lewis’ spel zijn over het geheel zo bepaald, dat iedere herhaling weer nieuwe betekenis krijgt. Waar de muziek bij anderen soms ietwat doelloos schijnt te meanderen, krijgt hier mooi structuur.Vooral nr. 21 geeft de vertolker de nodige vrijheid in het bepalen van de wisselende stemmingen. Enkelingen neigen helaas tot sentimentaliseren, anderen tot het onderstrepen van de romantische kwelling door dramatische pauzes in te lassen; nog weer anderen schenken alleen aandacht aan de inherente lyriek. Melancholie en optimisme zijn steeds mooi in evenwicht.Lewis vermijdt al deze valkuilen.

Wel wisselt hij misschien wat teveel de polsslag, maar daar heeft de structuur gelukkig niet onder te lijden. Des te spijtiger dat hij doorgaans de herhaling van de expositie weglaat. Maar anders hadden beide laatste sonates waarschijnlijk ook niet op 1 cd gepast. Hierdoor wordt wel vanzelf extra aandacht gevestigd op de doorwerkingen.In rusten blijft hij wel wat lang gebruik maken van het pedaal en in de tweede opname lijkt de vleugel niet optimaal te zijn gestemd. Maar dat gaat richting spijkers op laag water zoeken. De klank als zodanig van deze opnamen is verder namelijk voortreffelijk, dankzij ’s pianisten spel bij toerbeurt mild en fel overeenkomstig zijn nu eens bedachtzame en dan weer dramatische spel.

Natuurlijk zijn er ongeveer evenwaardige alternatieven: van Uchida (Philips), Pollini (DG), Schiff (Decca), Kovacevich (EMI) en Brendel (Philips). Maar probeer de heel persoonlijke Lewis met zijn mooi opvattingen vooral ook.