SCHUBERT: LIEDEREN, BOSTRIDGE

Schubert: 21 Liederen: Lied eines Schiffers an die Dioskuren, Nachtstück, Auf der Donau, Abendstern, Auflösung, Geheimes, Versunken, Schäfers Klagelied, An die Entfernte, Am Flusse, Willkommen und Abschied, Die Götter Griechenlands, An die Leuer, Am See, Alinde, Wehmut, Uber Wildemann, Auf der Riesenkoppe, Sei mir gegrüßt, Daß sie hier gewesen, Der Geistertanz. Ian Bostridge (tenor) en Julius Drake (piano). EMI 557.141-2 (67’27”). 2000

 

Waar het gaat om liederen van Schubert die door een tenor worden gezongen, bestaat de laatste jaren haast geen betere keus dan de Engelsman Bostridge die hier in deel 2 van wat moet uitgroeien tot een vollediger reeks een rijke keuze voorstelt op een zo volkomen ongeaffecteerde, dus natuurlijke manier en met zoveel begrip voor de juiste tekstduiding dat men slechts bewonderend kan luisteren. Zowel de eenvoud van bijvoorbeeld Fischerweise, Frühlingsglaube en Im Haine als de dramatiek van Erlkönig en Der Zwerg zijn bij hem in goede handen. En hoe vrolijk klinkt bijvoorbeeld An Sylvia. Een passend overpeinzend karakter krijgen Geheimes, Nachtstück en Versunken. En zo zijn nog veel andere karakteristieke trekken op te sommen die steeds in afgewogen dosis aanwezig zijn in de voordracht. Ook Drake maakt in een volmaakt partnership iets bijzonders van de begeleidingen en de opname is ideaal van balans en helderheid.