CD Recensies

STRAUSS, R.: ALSO SPRACH ZARATHUSTRA E.A., DUDAMEL

Strauss, R.: Also sprach Zarathustra op. 30; Till Eulenspiegel’s lustige Streiche op. 28; Don Juan op.20. Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Gustavo Dudamel. DG 479.1041 (69’32”). 2012/3

Wat is de houdbaarheidsdatum van een orkesttraditie? Wat is er bijvoorbeeld bij het Berlijns filharmonisch orkest nog over van ervaringen met Also sprach Zarathustra na de opnamen (en uitvoeringen) met Karl Böhm (1957), Herbert von Karajan (1973, 1983) en Georg Solti (1996), mogelijk ook Claudio Abbado en Simon Rattle? Waar kon Gustavo Dudamel op voortbouwen, behalve op een eigenlijk tijdloze traditie van een van Europa’s toporkesten?

Het boeiende aan zijn opname is dat hij het ensemble weet te kneden naar een duidelijke eigen opvatting, die gezien zijn Venezolaanse achtergrond anders is georiënteerd dan de gangbare Europese. Kenmerken zijn een grote, wat extroverte intensiteit, een verfrissende lenigheid, een grotere transparantie en dynamiek dan in de vorige DG opnamen, stralende lyriek in ‘Von der Sehsucht’. En steeds vallen ook de fijnere nuancen in kleur en dynamiek op

Het hoofdthema van Don Juan klinkt veroveringszuchtig en stormachtig, net niet met teveel vaart en de vertolking schuilt vol elektriserende energie tot het tragische slot aan toe. In Tijl Uilenspiegel kunnen we beeldend de streken van de deugniet volgen, tot ook hij sneeft. Het geheel is zeker niet alles overtreffend, want daarvoor blijven dirigenten als Karajan, Reiner, Haitink, Blomstedt en Kempe te geduchte concurrenten. Maar wat Dudamel doet, is zeker een nadere kennismaking waard.