SCHUBERT: PIANOSONATE NR. 21; SCHUBERT/LISZT: LIEDBEWERKINGEN, DE WAAL
CD Recensies - S

Schubert: Pianosonate nr. 21 in Bes D. 960; Liszt/Schubert: Der Müller und der Bach; Sei mir gegrüsst; Frühlingsglaube; Auf dem Wasser zu singen. Valthermond Recordings Vol. 2 (59’47”). 2010

 

Lange tijd werden de late pianosonates van Schubert beschouwd als te lang en te introspectief. Toch zijn het juist deze eigenschappen en het delicate evenwicht tussen emotionele spanning en sublieme dichterlijke contemplatie die een werk als dit werk zo geliefd maken. Ook de pianosonate in G D. 894 had iets van deze kwaliteiten, maar de laatste sonate voert de luisteraar naar nog grotere hoogten en extases.

Het eerste deel dat met al zijn herhalingen twintig minuten duurt wordt door De Waal gelukkig passend pianissimo met des te sprekender korte climaxen uitgevoerd. Het langzame deel is bij hem een wonder van intense, expressieve rust, enigszins vergelijkbaar met het adagio uit het strijkkwintet. Het scherzo klinkt als een levendig gespeeld intermezzo voordat de door een Hongaarse dans gevormde finale het feest besluit.

Hiermee sluit De Waal aan bij het groepje interpreten dat voor de tot op heden mooiste interpretaties van deze sonate zorgde: Uchida (Philips 456.572-2), Kempff (DG 463.766-2), Lupu (Decca 440.295-2), Kovacevich (EMI 562.817-2) en Andsnes (EMI 557.901-2).

Bij De Waal geen pure Schubert extra, maar om zijn bewerkingsstokpaardje te berijden, liedbewerkingen door Liszt. Al even fraai met gevoel voor de vereiste stemming gespeeld.