CARTER: CONCERT VOOR ORKEST; THREE OCCASIONS E.A.
CD Recensies - C

Carter: Concert voor orkest; Pianoconcert; Three occasions. Ursula Oppens (p) met het SWF Omroeporkest o.l.v. Michael Gielen. Arte Nova 74321-27773-2 (61’56”). 1994

 

Carter: Three occasions; Vioolconcert; Concert voor orkest. Ole Böhn (v) met London Sinfonietta o.l.v. Oliver Knussen. Virgin 791.503-2 (63’06”). 1991

 

Het Concert voor orkest uit 1969 van Carter is tot op vrij grote hoogte zijn meest complexe werk; het reflecteert het leven in New York met alle sociale en culturele veranderingen die daar plaatsgrepen. Om de opdracht van het New York filharmonisch orkest en Leonard Bernsteun te vervullen, gebruikte hij een gedicht van St. John Perse, ‘Vents’ (winden). Bernsteins première opname is bewaard op Sony SMK 60203.

Hierin zag Carter ‘uitgebreide omschrijvingen van de Verenigde Staten, constant overspoeld door krachten als winden, krachten die het verleden altijd verder transformeren, opnieuw vormgeven of uitwissen en het nieuwe en frisse introduceren.

In die zin volgt dit concert de traditie van Elgar, Enescu en Bartók met hun uitbundige lof betuiging van het nationale karakter; maar het gedicht bepaalt de structuur op dezelfde wijze als de Alpen dat deden in Gruppen van Stockhausen: de noten streven heel andere, niet illustratieve doeleinden na.

Het orkest is bij Carter in vier groepen verdeeld en elke groep domineert afwisselend een van de zes delen. Gelijk aan Perse zou een programmatische conceruitvoering van droge winden (zomer) via insectengolven (herfst) en menselijke overpeinzingen (winter) tot menselijke actie (lente) overgaan.

Al bij het begin, met de aanduiding misterioso, suggereert het geklop van harp en tuba dat er iets geweldigs gaat gebeuren. Dit versnelt in het eerste deel en mindert vaart in het tweede tot wat Carter het ‘declamerende’ derde deel noemt. Daarin beginnen de frasen steeds langzamer  en sneller eindigen en in een wervelwind van de finale losbarsten. Soms zijn Carters gebaren briljant en caleidoscopisch, maar de totaalklank dreigt soms dicht te slibben.

Het Pianoconcert uit 1965 is vastberaden en onbuigzaam in zijn expressie en agressie. De voortdurende activiteit van piano en orkest klinkt wat ondoorzichtig. Maar de heftige inzet van Ursula Oppens zorgt dat ze toch een vrijwel leidende rol speelt.

De Three Occasions (1986/9) zijn naar verhouding het sfeervolst en tenminste ook transparant. Van het Vioolconcert slaagde de opname van Rolf Schulte (Bridge 9177) wat mooier.

De opname van het Concert voor orkest van Gielen klinkt heel competent, helder en geëngageerd, maar hij trof het niet ideaal met de opnamekwaliteit. Knussen grijpt wat minder hoog, maar zijn opname klinkt wat beter.