CAMPRA: EUROPE GALANTE, L', D'HÉRIN
CD Recensies - C

Campra: L’Europe galante. Caroline Mutel (s., Venus, Gratie,Spaanse, Olimpia, Roxana ) Heather Newhouse (ms., Gratie, Céphise, Spaanse, Venet iaanse)), Isabelle Druet (ms., La discorde, Doris, Venetiaanse, Zaïde), Anders J. Dahlin (t., Philène, Dom Pedro, Octavio) en Nicolas Courjai (b., Silvandre, Dom Carlos, Zuliman) e.a. met Les nouveaux caractères o.l.v. Sébastien d’Hérin. Château de Versailles spectacles CVS 002 (2 cd’s, 2u., 02’09”). 2017

 

Het moet een enorm spektakel zijn geweest toen in het najaar van 1697 in Versailles door de Académie royale een opvoering plaatsvond van de door Andre Campra (1660-1744) geschreven opera L’Europe galante, een opéra- ballet in vier aktes, voorafgegaan door een proloog. Marin Marais had de muzikale leiding, Houdart de la Motte leverde het libretto.

In dit eerste grote werk belijdt Campra achtereenvolgens zijn liefde voor Frankrijk, Spanje, Italië en - nogal opvallend - Turkije na in de proloog te hebben kennisgemaakt met La discorde en Venus passeert een stoet vertegenwoordigers van dat viertal landen die een groot aantal solisten vereist in de 62 delen. Helemaal zonder mythologische figuren ging het niet, maar opmerkelijker is dat de zonnekoning niet in het centrum staat. De stukjes balletmuziek met twee passepieds, een rondeau, menuet en passacaille verbinden het geheel goed.

Er wordt in galante stijl gewerkt, maar de gevoelens die worden geuit, gaan vaak best diep. Die gaan uiteraard over liefde, maar ook over afwijzing en vertwijfeling. Van grote dramatische uitbarstingen is geen sprake.

Het grote aantal rollen die moeilijk alle individueel te bezetten zijn zorgt ervoor dat hier een een beperkt aantal solisten meerdere rollen voor zijn rekening neemt.

In het Franse deel komen we herders en herderinnetjes en Céphise tegen, in het Spaanse een grande, Don Pedro en ‘een Spaanse Lucille’ in het Italiaanse fijnzinnige, maar ook heftige een jaloerse balschoonheid uit Venetië naast Cupido en in Turkije een sultan en zijn schone slavin Zaïde, waarna in de epiloog opnieuw Venus en La discorde, de godin van de tweedracht, aan het woord komen.

Alles op gekruide muziek gezet zoals reeds hoorbaar was in een suite, die Gustav Leonhardt opnam (Duitse Harmonia Mundi GD 770059).

Bij de solisten zijn geen zwakke plekken te ontdekken en de begeleiding is vrij licht en levendig zoals het bij een Franse barokopera die formeel wisselt tussen opera, ballet en cantate hoort.

Er circuleert op YouTube een fragmentarische opname van Skip Sempé met Capriccio stravagante en Hana Blazikova, Judith van Wanroij, Reinoud van Mechelen en Lisadro Abadie uit 2013 die kan worden gedownload.

Maar de nieuwe uitgave is natuurlijk de beste oplossing.