CAVALLI: LA CALISTO
CD Recensies - C

Cavalli: La Calisto. Maria Bayo (s), Marcello Lippi (b), Simon Keenlyside (b), Grahmam pushee (contratenor), Alessandra Mantovani (s), Sonia Theodoridou (s), Gilles Ragon (t), Barry Banks (t), Dominique Visse (ct), David Pittsinger (bs) en Judith Vindevogel (s) met Concerto vocale o.l.v. René Jacobs. Harmonia Mundi HMC 90.1515/7 (3 cd’s, 2u 45’44”). 1994

 

Cavalli: La Calisto (bewerking Leppard). Janet Baker (ms), James Bowman (alto), Ileana Cotrubas (s), Hugues Cuénod (t) en Peter Gottlieb (b)  met het Glyndebourne operakoor en –orkest o.l.v.  Raymond Leppard. Decca 436.216-2 (2 cd’s, 1u 59’40”). 1971

 

Hoewel het werk bij de première in het Venetiaanse Teatro San Apollinare in 1651 geen succes was, behoort het werk nu tot de populairste van Pier Francesco Cavalli (1602-1676). Het uitstekende libretto combineert twee verhalen uit Ovidius’ Metamorfosen, beide over de amoureuze avonturen van de goden. Jupiter begeert de nymf Callistó en verleidt haar ten slotte door zich te vermommen als haar meesteres Diana; intussen raakt Diana zelf verliefd op Endymion, een mooie schaapherdersjongen. Beide verhalen zijn in een dusdanige vorm gegoten dat er heel wat seksuele toespelingen, verkleedpartijen en stiekeme gekoppel aan te pas komt.

Faustini forceerde eenvoudigweg de klassieke legenden – die toen al niet bijster geliefd meer waren - in een hem passende vorm en Cavalli nam het gegeven dankbaar over en strijdt met de librettist om de eer op het punt van inventiviteit, waarbij hij handig verschillende types muziek gebruikt voor ieder der karakters. Sensuele beminnelijkheid voor Calisto, overdadige lyriek voor Diana en haar minnaar Endymion die het mooist tot uiting komt in zijn lied aan de maan ‘Lucidissima face’; verder zijn er bedwelmende arioso recitatieven voor Pan en zijn saters die op effectieve manier laten horen dat ze uit een andere wereld komen.

De populariteit die liefdesduetten bij het Venetiaanse publiek genoten was dusdanig groot dat Jupiter en Calisto ieder twee heel rapsodische frasen te zingen krijgen die veel weg hebben van het slot van Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea.

Achteraf is te betreuren dat de opname van Leppard naar aanleiding van opvoeringen in Glyndebourne op basis van een naar de klank gerekend lichtelijk geromantiseerde en helaas bekorte bewerking van de dirigent. Dit betekent dat  het orkest klinkt, zoals we dat eerder in het fin de siècle Wenen dan in het zeventiende eeuwse Venetië zouden verwachten. Want wat verder wèl te horen is, is een prachtvertolking die past bij de volbloedige benadering door de solisten en die zijn succes en zijn waarde vooral te danken heeft aan het koppel Janet Baker (Diana) en James Bowman (Endymion). Hun scène aan het begin van de tweede akte is een sterk hoogtepunt waarin de sluimerende erotiek mooi naar voren wordt gebracht.

Jacobs’ genereuze en energieke directie wekt prachtig een authentieke sfeer. In het bijzonder Marcello Lippi’s Jupiter is een tour de force omdat zijn warm klinkende bariton wordt ingewisseld voor een eerder onplezierige falsetto wanneer hij als Diana optreedt. Maria Bayo’s Calisto is passend smachtend, maar ook fris, terwijl Graham Pushee als wat ongenuanceerde Endymion qua timbre wat teveel op Bowman lijkt, maar strakker klinkt. De enige kleine teleurstelling is Alessandra Mantovani als Diana met haar harde toon en lichte onzekerheid waardoor de taferelen met Endymion niet helemaal zijn wat ze zouden moeten zijn. De komische rol van die andere nimf, Linfea, wordt door een man – Gilles Ragon – mooi voor zijn rekening genomen.

De levendigheid en de afwisseling van de muziek worden vooral dankzij Jacobs goed gerealiseerd.