CALDARA: CONCORDIA DE'PLANETI, LA
CD Recensies - C

Caldara: La concordia de’ planeti. Delphine Galou (a., Venere), Véronica Cangemi (s., Diana), Ruxandra Donose (ms., Giove), Franco Fagioli (ct., Apollo), Carlos Mena (ct., Marte), Daniel Behle (t., Mercurio) en Luca Tittotto (bs., Saturno) met het Vokalensemble- en het La Cetra barokorkest Bazel o.l.v. Andrea Marcon. Archiv 479.3356 (1u. 48’07”). 2014 

 

La concordia de’ planeti (De harmonie der planeten) van Antonio Caldara is een merkwaardig werk. Het werd in 1723 geschreven voor de naamdag van de jonge Elisabeth Christine van Brunswick-Wolfenbütte, de echtgenote van de Heilge Roomse keizer Karel VI die 19 november buiten bij het kasteel Znojmo in Moravië werd gevierd. Zij was de moeder van Maria Theresia en de grootmoeder van Marie-Antoinette.

De in 1670 in Venetië geboren, eerst in Rome werkzame Caldara was hofcomponist in Wenen en werd in zijn tijd naast Vivaldi en Händel als een muzikaal genie beschouwd.

Maar er is iets vreemds aan de hand met het werk waardoor het geen succes werd. Caldara noemde het ‘een theatercompositie voor muziek’ Hoewel het is bedoeld om op een toneel te worden opgevoerd, is het geen opera. Eerder een soort masque, zoals die bekend was aan het hof van de Stuarts in het zeventiende eeuwse Londen. Men kan het ook als serenade beschouwen.

Het erg statische libretto dat Pietro Pariati schreef voor de eenakter vormt een grote handicap want het is vervuld van een en al pluimstrijkerij. De in de Renaissance bekende zeven planeten -  Venus, Mercurius, Diana (maan), Jupiter, Saturnus, Mars en Apollo (zon) - waarbij gemakshalve ook de maan werd ingelijfd, verzamelen zich om de lof op Elisabeth en haar deugden te bezingen en haar te vragen om een veilige aflevering van een lang verhoopte manlijke erfgenaam van het Habsburgse huis. Elisabeth was weliswaar zwanger, maar had een miskraam toen.

Van een echte handeling is geen sprake en van karaktertekening al helemaal niet. Caldara liet in feite slechts een verzameling van 15 bravura aria’s na voor goede zangers die toevallig voorhanden waren.   

Er is moeilijk chocola te maken van deze compositie, maar met een vloeiende, vrij energieke aanpak maken de zangers en Andrea Marcon er het beste van. Dat is moeilijk genoeg want ieder nummer is een vocaal showstuk in een eenvormige stijl en zonder veel sfeer of karakter. Gelukkig vergoedt de muziek met wat trompetfanfares, notes inégales en paukenroffels dat enigszins. 

Opvallend is de countertenor Franco Fagioli als flamboyante Apollo in ‘Questo dì cosi giocondo’ maar het meeste overtuigen Delphine Galou als mooi gracieuze Venus, Carlos Mena als ietwat nijdige Mars en Luca Tittoto’s vaderlijke Saturnus. Daniel Behle heeft geen moeite met het levendige ’Tal se gemma e rara e bella’ van Mercurius, Veronica Cangemi zingt Diana’s ‘Ad essa io cederó’ heel fraai. Ook het orkest mag lof oogsten en dat tenminste één opname bestaat van dit merkwaardige werk, dat 28 april 2018 in de Zaterdagmatinee klinkt, is ook goed.