DESENCLOS: MESSA DA REQUIEM
CD Recensies - D

Poulenc: Stabat Mater FP. 148; Desenclos: Messa da requiem. Marion Tassou (s), François Sain Yves (org) en het Vlaams omroepkoor en Brussels filharmonisch orkest o.l.v. Hervé Niquet. Evil Penguin EPRC 0032 (60’07”). 2018/9

In 1960 schreef Poulenc zijn Stabat mater in zijn tweede huisje op het platteland in Noizy. Het was zijn eerste religieuze werk met orkest en werd gecomponeerde ere van de schilder Christian Berard. Zoals de diversiteit van de twaalf relatief korte delen laat horen, imiteerde hij hij bewust het grote motet dat eerder was ontwikkeld door Charpentier, Lully en Lalande.

Bij de première in 1951 werd iets verwacht in de geest van de reflecterende Litanies die vijftien jaar eerder waren ontstaan.

Maar ondanks zijn doel en achterliggende religieuze integriteit werd het een erg open en publiek werk. Sommigen noemden het aards, of zelfs vulgair. Het is een werk met gladde nuances dat erg aan Stravinsky doet denken.

Het heeft niet ontbroken aan mooie opnamen van Poulencs Stabat mater. Vooral die van Daniel Reuss (Harmonia Mundi HMC 90.2149), Paavo Järvi  (DG 479.1497) en Richard Hickox (Virgin 363.294-2) staan warm in de herinnering

De componist Alfred Desenclos (1912 - 1971), die veel minder bekend werd, maar wel in 1942 de Prix de Rome won, knoopte aan bij de Franse Requiem traditie toen hij in 1963 zijn Messa di Requiem, schreef. Hij laat gregoriaanse invloeden waarnemen, maar zorgde ook voor rijke harmonieën en een zekere passie. 

Haast terloops gebruikt hij een solistenkwartet dat meer als een klein tweede koor wordt gebruikt. Maar de muziek is heel goed voor de zangers geschreven en moet voor hen een dankbare bron om zich te uiten zijn.

De begeleiding is aan het orgel toevertrouwd.

Ook van dit werk waren al opnamen voorhanden, de ene van Joël Suhubiette uit 1997 (Hortus 009), de andere van David Trendell (Delphian DCD 34136) uit 2013, maar het dient gezegd dat de Vlamingen zich hier minstens zo goed bekwamen.

Het aardige is dat zo op deze cd twee elkaar goed aanvullende werken uit vrijwel dezelfde ontstaansperiode in een heel mooi klinkende opname, de eerste uit een studio in Brussel, de tweede toepasselijk uit een kerk in Leuven.