CD Recensies

FALVETTI: NABUCCO, IL

Falvetti: Nabucco, Il. Fernandez Guimaràes (t., Nabucco), Alejandro Meerapfel (bs., Daniele), Fabian Schofrin (ct., Arioco), Caroline Weynants (s., Anania), Mariana Flores (s., Azaria, Idolatria), Capucine Keller (s., Superbia), Magdalena Padilla Olivares (s., Misaele), met het Namens kamerkoor en de Cappella Mediterránea o.l.v. Leonardo Garcia Alarcon. Ambronay AMY 036 (78’18”). 2012

 

De zeventig jaren gevangenschap slavernij in Babylonië die het Joodse volk in de zesde eeuw v. Chr. onderging kan niet anders dan een heel dramatische periode zijn geweest. De bekende psalm 137 (136) op tekst in het latijns Super flumina Babylonis geeft duidelijk uitdrukking aan die ellende onder koning Nebucadnezar.

Hij is de Nabucco waarop niet alleen Verdi’s opera Nabucco (Gardelli, Decca 417.407-2), maar ook  Der gestürzte und wieder erhöhte Nebucadnezar, König zu Babylon  van Reinhard Keiser (gedeelten met Elisabeth Scholl en Ricordanza, MDG MDG 505-1037-2) zijn gebaseerd.

Ook Michelangelo Falvetti (1642-1692) verwerkte iets van die geschiedenis in zijn oratorium Il Nabucco op tekst van Vicenze Gattini. Het gaat over een episode uit het leven van vier jonge Joodse mannen, Daniel (Daniele), Hananiah (Anania), Mishael (Misaele) and Azarias (Azaria) die een belangrijke positie hebben in de regering van het land, maar weigeren om hun geloof in God op te geven.

Dat leidt tot een drama wanneer Nebucadnezar een enorm standbeeld dat zijn macht symboliseert voor zichzelf opricht en de vier weigeren daarvoor te buigen. Daarna worden ze voor straf in het vuur geworpen (associaties met Stockhausens Gesang der Jünglinge?), doch door Jezus zelf en niet door een engel gered.  

Gattini ging uit van de bijbel, maar daarin is alleen sprake van een droom die de heerser heeft waarin een standbeeld onthult wat er van zijn rijk wordt na zijn dood.

Over Michelangelo Falvetti is vrij weinig bekend. Hij werd in Palermo op Sicilië geboren en werd in 1782 maestro di cappella in de kathedraal van Messina. Daar werd in 1783 zijn hier besproken oratorium onder de titel Dialogo del Nabucco uitgevoerd. Dat is een allegorie over de zondvloed.

Het is waarschijnlijk dat de dirigent zich de nodige vrijheden gunde in zijn interpretatie van deze partituur. In de zeventiende eeuw nam nog nauwelijks een koor deel in een oratorium en hier wel, namelijk eentje met 21 leden wat relatief veel is. Ook bij de bezetting van het orkest kunnen vraagtekens worden geplaatst. Het lijkt aan de grote kant, bevat instrumenten uit de Midden Oosten als de Armeense doedoek en een Perzische ney en dus ook een toen nog niet gangbare hobo. Dat zorgt voor anachronismen.

Ook de continuogroep is met naast orgel en klavecimbel gitaar, luit, mandore, harp en theorde rijkelijk omvangrijk.

Het koper en slagwerk bieden een felle, martiale begin sinfonia.

Hoe mooi gespeeld, er blijven twijfels over de instrumentale en koristische overdaad. Geen twijfels zijn er over de zangers. Fernando Guimarães heeft zich goed ingeleefd in de titelrol en zingt heel beeldend, zelfs geroerd in ‘Per non vivere infelicce’. Daarentegen hadden zijn woede uitbarstingen krachtiger gekund. De allegorische Idolatria van Mariana Flores en de dito Superbia van Capucine Keller doen het heel goed met hun jonge, ranke stemmen; Flores heeft een dubbelrol als de manlijke jongeling Azaria. Maar haar trio met Caroline Weynants en Magdalena Padilla Olivares klinkt ook honogeen en gaaf. Luister maar naar ‘Spendida pura al pari del sole’.

Wie geen authenticiteisfreak is, kan echter zeer tevreden zijn met deze uitgave, want er wordt gemiddeld dus heel mooi gezongen en gespeeld. Hooguit het lage register van countertenor Fabian Schofrin als Arico wat zwak.

Zaterdag 29 april 2017 is het werk in deze bezetting te horen tijdens de Matinée in het Concertgebouw in Amsterdam.