GESUALDO: MADRIGALEN, HERREWEGHE
CD Recensies - G

Gesualdo: O dolce mio  tesoro: Madrigali a cinque voci, libro sesto. Collegium vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe. PHI LPH 024 (67’35”). 2015

 

Carlo Gesualdo, zoon van de prins van Venosa en de nicht van paus Pius IV, erfde de titel van zijn vader na diens dood in 1586. In datzelfde jaar trouwde hij met zijn nicht Maria d’Avalos. Helaas kwam veertien jaar later een einde aan dat huwelijk toen Gesualdo zijn ontrouwe echtgenote en haar minnaar doodde.

Die dubbele moord maakte zijn leven voortaan in afzondering noodzakelijk en hij kon zich geheel wijden aan het componeren. In 1593 werd Gesualdo in dienst genomen door door de nicht van de hertog van Ferrara en een jaar later was hij in de Noord-Italiaanse stad, die aan het eind van de zestiende eeuw vooral dankzij hem het centrum van de madrigaalkunst was geworden.

Dat madrigaal werd het voornaamste onderwerp van Gesualdo’s compositorische vaardigheden en hij publiceerde tijdens zijn leven zes verzamelingen.

Wat zijn madrigalen zo uniek maakt, is hun onregelmatigheid en complexiteit: plotselinge, bijna irrationele overgangen van zwierige korte noten tegenover statige lange tonen. Deze kenmerken, samen met de vaak erotische teksten, de hartstochtelijke, maar ook grillige aard van de componist. Heel kenmerkend.

De kracht van Herreweghe’s uitvoering van het zesde boek met 23 vijfstemmige madrigalen uit 1611 schuilt in het grondige begrip dat wordt getoond in de relatie tussen tekst en harmonie. De zangers zingen dit repertoire op de oorspronkelijke toonhoogte en niet in nodeloos getransponeerde en ze e

Weten de betekenis van elk woord te realiseren binnen de comfortabele, maar expressieve reikwijdte van hun stem. Nooit vluchten ze voor de conflicten die de componist voorschotelt en ze genieten hoorbaar van de intensiteit.

Wie stijl en interpretatie wil vergelijken moet ook eens het Amsterdams Gesualdo consort van Harry van der Kamp (CPO 777.138-2). William Christie (Harmonia Mundi HMC 90.1268) en Alessandrini (Opus 111 OPS 30-238) proberen. Vooral dan blijkt de superioriteit van de Gentenaren.