CD Recensies

HÄNDEL: ARIANNA IN CRETA 2

Händel: Arianna in Creta HWV. 32. Mata Katsuli (s., Arianna), Mary-Ellen Nesi (ms., Teseo), Irini Karainni (ms., Carilda), Marita Paparizou (ms., Tauride), Theodora Baka (ms., Alceste), Petros Magoulas (bs., Minos, Il Sonno) met het Patras orkest o.l.v. George Petrou. MDG MDG 609-1375-2 (3 cd’s, 2u. 43’54”). 2005

 

Het mythologische drama Arianna in Creta van Händel uit 1734 genoot wat populariteit in zijn tijd, maar raakte daarna in vergetelheid. De handeling gaat over Theseus die de Minotaurus verslaat en Theseus opbloeiende liefde voor Arianna. Maar de nadruk ligt minder op het bestrijden van het geweld op Kreta dan op de erotische verwikkelingen wanner Arianna vermoedt dat Theseus meer liefdevolle belangstelling krijgt voor Carilda, het beoogde slachtoffer van de Minotaurus dan voor haar, terwijl ook de Atheense Alceste en de Kretensische Tauride een oogje op haar hebben. Erg sterk is de dramaturgie niet want op Arianna na zijn de figuren te schetsmatig uitgewerkt.

Mata Katsuli als Arianna en Mary-Ellen Nesi als Teseo (de laatste eigenlijk een castraatrol) slingeren coloraturen rond als ging het om wapentuig. Het hoge register biedt hen nauwelijks problemen. Luister maar naar haar ’Sdegno, amore’. Smeltend mooi klinkt de zwaar verliefde Alceste van Theodora Baka. Mooi voorbeeld is haar aria uit de derde akte. Marita Paparizou is een betrouwbare, levendige, soms haast wilde Tauride en Irini Karainni toont haar grote kwaliteiten als Carilda met een mooi donkere stem. De enige man in het ensemble, Petros Magoulas, is een forse Somnus in zijn bescheiden rol. 

Meteen in de ouverture kiest George Petrou voor een veerkrachtige, goed geprofileerde begeleiding met belangrijke solobijdragen van cello en hoorn.

Het is goed dat dit onbekende werk van Händel eens grondig wordt gelucht hier.