HÄNDEL: AGRIPPINA, EMELYANYCHEV
CD Recensies - H

Händel: Agrippina HWV. 6. Joyce DiDonato (ms., Agrippina), Franco Fagioli (ct., Nerone), Elsa Benoit (s., Poppea), Luca Pisaroni (b., Claudio), Jakub Józef Orlinski (ct., Ottone), Andrea Mastroni (bs., Palante), Carlo Vistoli (ct.,   Narciso), Biagio Pizzuti (b., Lesbo), Marie-Nicole Lemieux (ms., Giunone) met Il pomo d’oro o.l.v. Maxim Emelyanychev. Erato 295336585 (3 cd’s, 3u. 50’21”). 2019 

Händel had rond de Kerstdagen in 1709 een groot succes met zijn tweede opera Agrippina op een libretto van kardinaal Vincenzo Grimani. Het werk werd geschreven voor het S. Giovanni Gristosomo  theater in Venetië. Wat ontstond was een heel effectief werk dat was opgebouwd uit korte, lichte aria’s vol kostelijke muziek in een grote verscheidenheid van stemmingen. Een vitale uitvoering helpt om het de moeite waard te maken. Het werk vergt drie contratenoren en wie daar moeite mee heeft, zijn gewaarschuwd.

Als ik het totaalbeeld van Händels opera Agrippina uit zijn Italiaanse begintijd 1710 scherp voor ogen heb, is dit de twaalfde cd opname daarvan, terwijl ook drie dvd’s met het werk in omloop. Daarbij meldt zich nu, in februari deze versie waarin duidelijk JoyceDiDonato in de titelrol wordt geafficheerd. 

Van dat genoemde rijke scala aan stemmingen krijgt Joyce DiDonato als Agrippina het leeuwendeel en ze vervult haar rol met veel esprit, maar ook met veel glans, zoals inn de grote aria in c aan het eind van de eerste akte (hoe onoprecht haar gevoelens daar ook zijn) en mooier nog in het intens voorgedragen ‘Pensieri voi mi tormentate’, een ander hoogtepunt.

Elsa Benoit profiteert goed van de prachtige muziek die voor haar Poppea is bedacht. Luca Pisaroni zorgt tot in de laagste regionen van zijn stem gewicht en autoriteit in de rol van keizer Claudius. Palante wordt gezongen door de vrij lichte, maar stevige Andrea Mastroni. Biagio Pizzuti draagt veel bij om iets moois te maken van Lesbo. Marie-Nicole Lemieux treedt aan het eind sterk op als dea ex machina, niet om de situatie te redden, maar om het huwelijk van Poppea luister bij te zetten.

Maxim Emelyanychev, die de Chrysander uitgave volgt, lijkt een ervaren Händelvertolker en toont een goed gevoel voor tempo en karakter van ieder deel. Het naar authenticiteit smakende spel spel van Il pomo d’oro heeft niveau. Een koor komt aan deze opera niet te pas.

Deze uitgave schaart zich nu onder de beste van het werk, dicht in de buurt van René Jacobs (Harmonia Mundi HMC 95.2088/90) uit 2010.