KOECHLIN: HOBOSONATE; AU LOIN; SONATE A SEPT E.A.
CD Recensies - K

Koechlin: Trio voor fluit, klarinet en fagot op. 206; Hobosonate op. 58; Au loin voor althobo en harp op. 20/2; Sonate a sept voor fluit, hobo, harp, en 4 strijkers op. 221; ‘Le repos de Tityre’ uit Monodies voor althobo op. 216. Stefan Schilli (h), Christophe Corbett (kl), Marco Potsinghel (fg), Olivier Triendl (p), Henrik Wiese (fl), Cristina Bianchi (hrp), Daniel Giglberger en Heather Cottrell (v), Anja Kreynacke (va) en Kristin von der Goltz (vc). Oehms OC 1823 (63’08”). 2015 

 

De kamermuziekwerken die Charles Koechlin (1867-1950) voor fluit en hobo schreef, zijn typisch Frans, maar dus ook heel fijnzinnig en speciaal. Tot aan de wat grotere bezetting van de Sonate a sept toe toont de componist binnen het meest korte bestek der afzonderlijke delen zijn grote gaven als miniaturist.

Stefan Schilli is met beurtelings zijn hobo en zijn althobo de centrale figuur in deze opname. Met zijn gezellen speelt hij al deze muziek met ideaal begrip voor dit idioom en grote levendigheid. Er zijn zelfs uitgesproken elegante trekken aan te ontdekken en de uitkomst klinkt heel delicaat. Kamermuziek wordt hier op het hoogste niveau beoefend. Echt iets voor fijnproevers.

Die zouden vervolgens kunnen overwegen om ook eens te luisteren naar Hyperion Helios  CDH 55107 waarop de fluit een gelijksoortige behandeling krijgt.