KRENEK: JONNY SPIELT AUF
CD Recensies - K

Krenek: Jonny spielt auf op. 45. Heinz Kruse, Alessandra Marc, Krister St. Hill, Michael Kraus, Marita Posselt met het Leipzigs operakoor en het Gewandhausorkest Leipzig o.l.v. Lothar Zagrosek. Decca 436.631-2 (2 cd’s, 2u. 10’53”). 1991

 

Pas 26 jaar oud was Ernst Krenek toen hij zijn opera Jonny spielt auf schreef; in 1927 kreeg het werk zij n eerste opvoering en het werk in de Duitstalige operawereld meteen een spectaculair succes met wel vijftig opvoeringen binnen een jaar. Het werk werd wel bestempeld als ’jazz opera’. Een zeker muziekmodisch opportunisme kan de componist terecht worden aangewreven, want hij wisselde als een kameleon van stijl: van atonaliteit naar neoclassicisme, naar quasi jazz idioom en zelfs nog naar elektronische muziek. Quasi omdat eerder sprake is van ‘dance band’ muziek via een zg. jazz band, een jazz violist en -pianist.

In tegenstelling tot Weill die in dezelfde tijd begon om in zijn muziek met succes ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur te vermengen, lukte zo’n integratie Krenek minder goed. Veel ware jazz komt daar niet aan te pas. 

Het zelf geschreven libretto is helaas ook niet al te sterk want de dramatis personae spreken niet zo erg tot de verbeelding. We maken kennis met Max, een moderne componist een naar behoren nogal gekwelde, aan pleinvrees lijdende componist die zich het beste thuis voelt hoog in de bergen die gekoesterd wil worden door zangeres Anita als muze en die op bevlogen wijze kunst mint. Tegenover hem staan de jazzviolist Jonny (die ondanks de titel van de opera niet de hoofdrol speelt) en Daniello, de egoïstische, cynische ‘gewone’ vioolvirtuoos die vooral op publieksroem is gericht. Verder ontmoeten we het kamermeisje Yvonne, een onvermijdelijke manager en in wat bijrollen een hoteldirecteur, een spoorwegemployee en drie politieagenten.

De ingrediënten lijken tot interessante dramatiek te kunnen leiden, maar dat gebeurt niet echt, daarvoor blijkt Max teveel een zeurpiet, Jonny en Daniello teveel sociopaten en Anita teveel masochiste.

Los van deze overwegingen: de enige volledige opname is een goede. De solisten zijn weliswaar geen sterren van wereldformaat, maar ze voldoen heel goed al klinkt Alessandra Marc wel wat erg prominent en overvloedig en Zagrosek maakt van het geheel een vrijwel optimaal geslaagd succes. Wie aandachtig luistert, moet ook het fluitje en de flexatoon opvallen die met het spoor c.q. de stoomlocomotief te maken hebben opvallen. Goed hoorbaar is dat de realisatie is gebaseerd op goed ingestudeerde opvoeringen van de Opera Leipzig. 

Het is goed dat er tenminste één volledige opname van het destijds spraakmakende werk voorhanden is, ook al blijkt het veel van zijn glans te hebben verloren.