CD Recensies

LOEWE: BALLADES EN LIEDEREN, FISCHER-DIESKAU

Loewe: Balladen en liederen. ‘Der selt’ne Beter’ op. 141; ‘Der alte Goethe’ op. 9/2; ‘Graf Eberstein’ op.9/5; ‘Fridericus Rex’ op. 61/1; ‘Der gefangene Admiral’ op.115; ‘Gruß vom Meere’op/ 103/1; ‘Die Überfahrt’ op. 94/1; ‘Der Asra’ op.133; ‘Jordans Ufer’ op. 13/4; ‘Der Weichdorn’ op. 75/2; ‘Das Wunder auf der Flucht’ op. 75/4;’Ich bin ein guter Hirte’ 1860; ‘Das dunkle Auge’ 1839; ‘Mein Geist ist trüb’ op. 5/5; ‘Die Sonne der Schlaflosen’ op. 13/6; ‘Bauernregel’ op. 9/3; ‘Der Wirthin Töchterlein’ op. 1/2. Dietrich Fischer-Dieskau en Hartmut Höll. Teldec 8.43753 (51’48”). 1967

 

Loewe: Balladen en liederen. ‘Prinz Eugen’ op.92; ‘Trommelständchen’ op. 132/2; ‘Heinrich der Vogler’ op. 56/1; ‘Die drei Lieder’ op. 3/3; ‘D ie Uhr’ op. 123/2; ‘Hochzeitlied’ op. 20/1; ‘Elvershöh’ op. 3/2; ‘Der heiiige Franziskus’ op. 75/3; ‘Odins Meeresritt’ op. 118; ‘Der Nöck’ op. 129/2; ’Die Gruft der Liebenden’ op. 21; ‘Der getreue Eckart’ op. 44/2; ‘Wandrers Nachtlied’ op. 9/3b; ‘Im vorübergehen’ op. 81/1; ‘Canzonette’; ‘Frühzeitiger Frühling’ op. 79/1; ‘Ich denke dein’ op. 9/1; ‘Freibeuter’; ‘Der Zauberlehrling’ op. 20/2; ‘Der Totentanz’ op. 44/3; ‘Gutmann und Gutweib’ op. 9/5; ‘Turmwächter Lynkeus zu den Füßen der Helena’ op. 9/1; ‘Lynceus, der Thürmer, auf Fausts Sternwarte singend’ op. 9/3; ‘Wenn der Blüten Frühlingsregen’; ‘Die wandlende Glocke’ op. 20/3; ‘Gottes ist der Orient!’ op. 22/5; ‘Archibald Douglas’ op. 128; ‘Meeresleuchten’ op. 145/1; ‘Herr Oluf’ op. 2/2; ‘Erlkönig’ op.1/3; ‘Edward’ op. 1/1; ‘Tom der Reimer’ op.135a; ‘Süsses Begräbnis’ op. 62/4; ‘Kleiner Haushalt’ op. 71; ‘Hinkende Jamben’ op. 62/5; ‘Der Schatzgräber’ op. 59/3; ‘Der Mohrenfürst auf der Messe’ op. 97/3. Dietrich Fischer-Dieskau en Jörg Demus. DG 449.516-2 (2 cd’s, 2u.36’10”). 1968/79 

 

Luister even goed naar de ballade ‘Erlkönig’ uit 1824 van Carl Loewe (1796-1869) en vergelijk dit lied met Schuberts veel bekendere ‘Erlkönig’ uit 1815. Vraag je dan in gemoede af wie met nog geen tien jaar verschil de betere liederen schreef, Schubert of Loewe. De in Saksen geboren Duitser Loewe, twee maanden ouder dan zijn Oostenrijkse tijdgenoot, leefde veertig jaar langer dan Schubert. Vanaf zijn kindertijd in Halle tot zijn periode als professor aan het Seminarie in Stettin schreef hij achttien Ballades zo’n zeshonderd liederen, pianosonates, 2 pianoconcerten, strijkkwartetten, oratoria en opera’s. Bijna allemaal in de vergetelheid geraakt.

Loewe was erg gesteld op verhalende poëzie, hij nam de technieken van de Duitse balladecomponisten over, werkte deze verder uit en verhief tenslotte de vorm tot een cultusstaat. Pastoor en dichter Johann Gottfried Herder vertaalde in Loewe’s tijd Schotse en Noorse ballades waarnaar het publiek een bijna onstilbare honger had. Hij was het die de teksten leverde voor Loewe’s vroege meesterstukjes, zoals ’Edward’ en ’Herr Oluf’.

Naarmate Loewe’s productie toenam, groeide ook zijn virtuoze bekwaamheid in het afwisselen van beschrijving en dialoog, van dramatische en lyrische melodie en strofische verzen en sonatevorm. Bovendien voorzag hij dat alles van onvoorspelbare harmonische wendingen.

Men kan zich afvragen waarom ze tegenwoordig zo weinig te horen zijn. Des te gelukkiger is het dat niet de eerste de beste doch Dietrich Fischer-Dieskau zich voor deze materie tweemaal heeft ingezet.

Hun beider voordracht is intelligent en geheel gericht op het bevredigen van Loewe’s dramatische eisen. De epische vertellingen, de sprookjesfantasieën en de overpeinzende miniaturen: alle worden ze met evenveel overtuiging en allure voorgedragen. De bekendste bijdragen naast het tweetal genoemde: Heinrich der Vogler’, ‘Prinz Eugen’, ‘Der Zauberlehrling’ zijn present. Het samengaan van beide vertolkers voldoet aan de hoogste eisen. Knap hoe de zeer doorleefde voordracht geen hinderpaal is voor voortdurende blijken van spontaniteit. De wat eerder gemaakte Telefunken opname voldoet vrijwel geheel aan dezelfde hoge eisen en biedt gelukkig geen totale overlapping.

Alleen bij CPO (CPO 777.3552, 21 cd’s) verschenen de Lieder und Balladen compleet met diverse zangers als de sopranen Julie Kaufman, Edith Mathis, Gabriele Rossmanith, Ruth Ziesak, de mezzo’s Monica Groop, Yvi Jänicke, Urszula Kryger, Iris Vermillion, de tenoren Christian Elsner, Jan Kobow, Christoph Pégardien Robert Wörle, de baritons Thomas Mohr, Roman Trekel, Andreas Schmidt en de bassen Kurt Moll, Morten Lassen, Cord Garben en als begeleider Cord Garben.

Overigens: ook Robert Holl maakte in 1999 met David Lutz een prachtige opname met ballades van Loewe (Preiser 93420).