CD Recensies

LULLY: AMADIS

Lully: Amadis LWV. 63. Cyrill Auvity (t., Amadis), Judith van Wanroij (s., Oriane), Ingrid Perruche (s., Arcabonne), Edwin Crossley-Mercer (b., Arcalaüs), Benoît Arnould (b., Florestan) e.a. met het Namens kamerkoor en Les talens lyriques o.l.v. Christophe Rousset. Aparté AP 094 (3 cd’s, 2u. 44’05”). 2013

 

Van de première in1684 tot 1772 werd de tragédie lyrique Amadis van Lully over de Middeleeuwse Spaanse romance Amadis de Gaule op libretto van Philippe Quinault waarin de held Amadis verliefd is op de Britse prinses Oriane maar moeten rekenen op wraakgevoelens van hun vijanden Arcabonne en Arcaläus wiens broer Ardon Canile door Amadis was omgebracht. Probleem voor Arcabonne is dat ze wordt gecompromiteerd door haar hopeloze liefde voor de held die ooit haar leven redde. 

Händel behandelde het gegeven in Amadigi di Gaula HWV. 11. In de achttiende eeuw werd deze opera regelmatig opgevoerd. Daarna raakte het werk in het vergeetboek, totdat we deze op cd en deze zaalopname uit Versailles weer tegenkomen. Wel bestaat een paar jaar eerdere opname van dit werk van Hugo Reyne (Accord 442.8549), maar de nieuwe is in de meeste opzichten beter.

Rousset wist weer een heel goede, homogene en stijlbewuste bezetting bijeen te brengen, met voorop andere Judith van Wanroij als niet te slachtofferen, expressieve, gelukkig niet klaaglijke Oriane. Luister naar haar ‘ll m’appelle, je le vais suivre’ in de vierde akte. Cyrill Auvity is helaas in vocaal opzicht een niet erg krachtige, eerder onzekere Amadis die teleurstelt in zijn belangrijkste aria ‘Bois épais’ uit de tweede akte, maar de rest van de bezetting laat geen steekje vallen; opvallend is verder de inzet van de jonge Franse bariton Edwin Crossley-Mercer als Arcaläus. Ingrid Perruche is een pittige Arcabonne. Bij de kleinere (dubbel)rollen komen we ook de goede Reinoud van Mechelen en Caroline Weynants als krachtige vocale acteurs tegen. En Rousset brengt de begeleiding tot volwaardig leven.