CD Recensies

LOCATELLI: CONCERTI GROSSI OP. 7 NR. 1-6

Locatelli: Concerti grossi op. 7 nr. 1-6. Ensemble Barocco Carlo Antonio Marino o.l.v. Natale Arnoldi. Tactus TC 691203 (69’50”). 2020 
 
Het zijn Corelli, Torelli en Vivaldi die meestal het eerst worden genoemd als het om Italiaanse barokcomponisten gaat. De in Amsterdam gestorven Pietro Locatelli (1695 - 1764) kwam daar pas wat later bij en gunt ons vast een blik op de laatbarok. Hij was ook een student van Corelli, maar bracht meer virtuositeit in de concertvorm. Tot zijn generatie behoorden ook Geminiani, Meneghetti, Tessarini en Veracini.
Op de eerste uitgave werd zijn op. 7 aangekondigd als ‘Concerti á quattro’ en die titel is op deze cd aangehouden, hoewel het gewoon om concerti grossi gaat. Ze bewegen zich al wel in de richting van de galante stijl en luisteraars uit die tijd (de werken zijn uit 1741) zullen daar misschien ongerust en verbaasd over zijn geweest.
Locatelli’s muziek heeft altijd dieptewerking, het meeste natuurlijk in de langzame delen. Luister maar eens naar het ‘largo’ uit Concerto grosso nr. 3. Maar het bekendst en beroemdst is het laatste concert uit de reeks, vooral dankzij de titel ‘Il pianto d’Arianna’. Die slaat op de Griekse legende van Theseus en Ariadne uit Ovidius’ Metamorfosen.
De zeer weemoedige aard daarvan is al meteen aan het begin te horen, maar bereikt zijn hoogtepunt in het grave. Er schuilt een grote hoeveelheid wisselde stemmingen in de muziek van Locatelli en Natale Arnoldi met zijn Ensemble Barocco Carlo Antonio Marino doen er alles aan om die tot uitdrukking te brengen. Hartmut Haenchen nam ook op. 7 met het C.P.E. Bach orkest uit Belijn (Berlin Classics 12557-2), evenals Gilbert Bezzina met het Barokensemble Nice (Adda 581118), maar beiden zullen hun meerdere moeten erkennen in Arnoldi.