MAHLER SYMFONIE NR. 9, JANSONS
CD Recensies - M

Mahler: Symfonie nr. 9 in D. Symfonie orkest van de Beierse omroep o.l.v. Mariss Jansons. BR Klassik BR 900151 (80’45”). 2016

 

Mahler heeft zelf zijn Symfonie nr. 9 niet meer gehoord. Het werk werd in de zomer van 1909 geschreven en het jaar daarop voltooid. Men beschouwt het werk over het algemeen als een afscheid, een lang, puur orkestraal vervolg op het laatste deel van het Lied von der Erde.

Van begin tot eind zijn er verwijzingen naar de omarming van de dood. Het werk begint met een van de meest diepzinnige en complexe delen die Mahler ooit schreef. Het lijkt een krachtige catharsis aangaande verdriet en wanhoop. Ht tweede deel omvat allerlei soorten dansen, van uitgesproken aards en maniakaal tot uiterst teer.

In het derde deel wordt iedere poging tot plezier gedwarsboomd. Het afsluitende adagio wisselt ernstige troost en uitzichtloze eenzaamheid af en eindigt met een geleidelijk wegsterven dat ongekend is is in de muziek, ondanks de vaak opgemerkte parallellen met de Pathétique van Tchaikovsky.

Verder staat deze Symfonie nr. 9 bol van verwijzingen en diepere betekenissen. Mahlers techniek heeft zich hier echter ontwikkeld tot een complex soort symfonisch netwerken, waarbij klassieke noties als polyfonie en harmonie tekort schieten om de adembenemende klankvelden en vergezichten te kunnen duiden. Hierdoor verlaat de muziek de vertrouwde omgeving van de romantiek, om de kaderloze twintigste eeuw binnen te stappen. In de langzame finale keert de eenvoud terug. Toch wordt ook dit deel bepaald door contingentie. Tegen het eind valt de muziek als het ware uit elkaar in 'stervende' gebaren, die door Mahler liefdevol werden geannoteerd met: 'Lebt wohl! Lebt wohl!', 'O Schönheit!, Liebe...'

Wie daar prijs op stelt, kan nu een complete cyclus Mahlersymfonieën minus nr. 10 van Mariss Jansons samenstellen. Hij begon in 1990 in Oslo met nr. 2 (Chandos CHAN 6595/6), herhaalde die in 2009 in Amsterdam (RCO Live 1002), liet in Amsterdam nr. 1 volgen (RCO Live RCO 07001), 3 (RCO LC 14237), 4 (RCO Live 15004), 5 (RCO Live RCO 08007), 6 (RCO Live 06001), 8 (RCO Live RCO 13003) en 9 uit Oslo (Simax PSC 1270). Nr. 7 was de eerste Mahleropname uit München (BR Klassik 900101).

Als we het zo tot stand gekomen geheel als zodanig beschouwen is sprake van een heel mooie, zij het wat inconsistente cyclus. Maar laten we ons op deze nr. 9 concentreren.

Het eerste deel laat weinig te wensen over qua gevoelswarmte en uitdrukking van diepe emoties, terwijl het tweede en derde deel levendig en duidelijk zijn gekarakteriseerd.  De finale vormt een bezielde afsluiting.

Zelfs een controversieel element van deze uitvoering heeft zijn functie. Het middengedeelte van het rondo-burleske lijkt aanvankelijk wat vlak wanneer dit materiaal in de finale terugkeert, maar rechtvaardigt zijn transformatie vanuit de contrasterende eerdere uitvoering.

Andere uitstekende opnamen van de Negende kennen we van Abbado (DG 471.624-2) en Fischer (Channel Classics CCS SA 36115).