MARBE: REQUIEM; RITUAL E.A.
CD Recensies - M

Marbe: Ritual für den Durst der Erde; Serenata Eine kleine Sonnenmusik; Trommelbass; Requiem Fra Angelico - Marc Chagall - Voronej. Resp. Madrigaalkoor Boekarest o.l.v. Marin Constantin; Brasov filharmonisch kamerorkest o.l.v. Ilarion Ionescu Galati en Viorica Ciurila (slagw), Gerge Dima (v), Stefan Gheorghiu (va)Constantin Gheorghiu Holban (vc) c.q. Barbara Werner (ms) met het theaterkoor Heidelberg en het Heidelberg filharmonisch orkest o.l.v. Jan Schweiger. Trouba TRO-CD 0144-2 (68’30”). 1984 - 2011

Roemenië mag dan beschikken over een rijke schat aan traditionele volksmuziek, eigentijdse Roemeense componisten van serieuze muziek hebben het lange tijd moeilijker gehad. Een enkeling drong door tot de westerse concertzalen, zoals Iancu Dumitrescu (1944).

Minder bekend is de in Boekarest geboren Myriam Marbe (of Marbé, 1931 - 1997) die ondanks alle tegenwerking van het wrede Ceaucescu-regime en haar weigering om lid te worden van de communistische partij een onafhankelijke koers kon varen en in de jaren tussen 1968 en 1972 de zomercursussen in Darmstadt mocht bijwonen. 

In haar werken combineert ze vaak elementen uit de Roemeense volksmuziek met westerse avant-garde technieken, waarbij ze de muziektraditie nooit uit het oog verliest.

Ritual für den Durst der Erde uit 1968 is voor 7 (of 14) solostemmen en een klein koor dat verspreid tussen het publiek is opgesteld en met aleatoriek voor een ‘happening’ zorgt. De componiste koos hiervoor een tekst uit de Roemeense regen rituelen: ‘Open de hemelen, laat het water vloeien en storten’ op een manier die aan Penderecki’s Magnificat herinnert. Marin Constantin kan in dit werk als ervaringsdeskundige gelden, want hij voerde het tijdens optredens vele malen uit.

Naar verwachting vormt de Serenata Eine kleine Sonnenmusik uit 1974 een eerbetoon aan Mozart; het werk eindigt met een citaat uit Die Zauberflöte dat op celesta wordt gespeeld. Een kleurig stuk van vrolijke, haast uitbundige stemming dankzij de verrassende kleurwerking van een ensemble met strijkers, houtblazers en slagwerk dat terloops ook vogelgekwetter imiteert. 

Uit een verzoek om een Strijktrio van Stefan Gheorghiu resulteerde in 1985 het ostinato Trommelbass dankzij de aanwezigheid van nogal agressieve, maar tenslotte machteloze pauken. 

Het belangrijkste stuk is tot het laatste bewaard: het ongeveer 36 minuten durende driedelige Requiem voor mezzo, koor en orkest uit 1990. Dat werd door zangeres Roswitha Sperber besteld voor het Festival ‘Women composers past and present’. De componiste had de fresco’s en schilderijen van Fra Angelico en Marc Chagall bewonderd tijdens een expositie in het klooster in Voronet. Barbara Verner levert een weemoedige bijdrage aan het middendeel ‘Lacrimosa’ en Jan Schweiger omhult die met subtiele instrumentale klanken. Het laatste deel wordt ingeleid door de Byzantijnse wederopstandingshymne ‘Veselti vă (wees vrolijk), maar verder zijn gewoon de Latijnse misteksten gebruikt. Een heel preciese vertolking helpt om het werk glans te geven.

 

Zo is alles bijeen een goed beeld gegeven van een componiste die de aandacht waard is.