MONTÉCLAIR: JEPHTÉ
CD Recensies - M

Montéclair: Jephté. Tassis Christoyannis (bs., Jephté), Chantal Santon-Jeffery (s., Iphise), Judith van Wanroij (s., La vérité, Almasie), Thomas Dolié (bs., Phinée), Zachary Wilder (t., Ammon), Katia Velletaz (s.,  Terpsichore, Venus e.a.), Adriána Kalafszky (s., Polymnie) e.a. met het Orfeo orkest en he Purcell koor o.l.v. György Vashegyi. Glossa GCD 924008 (2 cd’s, 2u., 22’38”). 2019

Michel Pignolet de Montéclair (1667 - 1737), die met Campra en Destouches tot de belangrijkste Franse operacomponisten behoorde in het tijdvak tussen Lully en Rameau, schreef zijn tragédie en musique   Jephté in vijf aktes met een proloog in 1732 in Parijs. Het libretto daarvoor werd geleverd door abbé Pellegrin over het Bijbelse verhaal van Jephta. Het werk was een groot succes en werd binnen dertig jaar ruim honderdmaal opgevoerd.

Het verhaal van de opera handelt over Jephta die door de Israëlieten wordt gesmeekt hen aan te voeren in de strijd tegen de Ammonieten die andere goden vereren. Onder leiding van de godvruchtige Jephta zouden ze kans maken op de overwinning. Jephta zweert dat hij als dank aan Jahwe de eerste persoon zal offeren die hij na de veldslag tegenkomt. Als de overwinning inderdaad een feit is, wordt Jephta als triomfator binnengehaald. De eerste die hem tegemoetkomt blijkt tot ieders schrik zijn eigen dochter Iphise te zijn. Jephta wil de belofte nakomen en Iphise is bereid haar leven te offeren voor God. In tegenstelling tot het Bijbelse verhaal verwachtte het achttiende-eeuwse publiek een optimistische afloop. Daarom liet Montéclair een deus ex machina ingrijpen in de handeling. Zo doodt op het kritieke moment een bliksemflits de gevangen tegenstander Ammon, tevens geliefde van Iphise. De hogepriester Phinée verklaart dat hiermee aan de belofte tot God is voldaan en dat Iphise’s leven gespaard mag worden.

Van deze Jephté bestond al een fijne opname van William Christie (Harmonia Mundi HMC 90.1424/5 uit 1992. Voor deze opname baseerde György Vashegyi zich op de derde versie van het werk uit 1737 en hij profileert zich met een louter uit barokspecialisten bestaande sterrenbezetting, waaronder ‘onze’ Judith van Wanroij voorbeeldig. Ook Tassis Christoyannis als Jephté und Chantal Santon Jeffery als Iphise tonen zich van hun sterkste kant.

Daarmee wordt de opname van Christie met betere, nieuwe inzichten en betere uitvoerenden naar het tweede plan verwezen.